Willen wij wel wreed gekwetst worden?

Mag je een roman vooral beoordelen op wat er in gebeurt? In het sadistische geval van “De pianiste' wél, vindt H. Brandt Corstius.

Literatuur is de enige van alle kunsten waarvan de consument werkelijk ongelukkig kan worden. Bij elke kunstuiting kan het gebeuren dat de consument uitroept: “Had ik het maar niet gezien, gehoord, geroken!' maar alleen bij literatuur kan je dat gevoel je hele leven meedragen.

Er bestaat treurige muziek. Die dient juist als troost bij gebeurtenissen die in zichzelf treurig zijn en voor de treurder is die muziek dus het tegendeel van treurig. Er bestaan schilderijen van treurige gebeurtenissen, zoals de Bethlehemse kleutermoord, de Sabijnse maagdenroof, het Guernicaanse bombardement en natuurlijk de Golgotheske kruisiging. Er is waarschijnlijk geen beeldhouwwerk dat in meer exemplaren bestaat dan dat van de man aan het kruis. Maar dat kruisbeeld is voor de gelovigen juist een bron van verlossing, zij denken tevreden: hij stierf voor ons! En zelfs ongelovigen zullen na verloop van tijd geen pijn meer voelen als ze hem weer zien hangen.

Over de pianolerares zag ik eerst de film en las ik daarna het boek. De film vond ik buitengewoon goed. Had ik medelijden met de pianolerares, haar moeder, haar leerling? Ik geloof het niet. Het waren acteurs die rollen speelden en ik had geen enkele reden me met die mensen te identificeren.

Het was een krankzinnig verhaal, koel en strak vertoond. Ik nam me voor elke volgende film van Haneke te gaan zien. En ik ging ook, dom genoeg, het boek van Jelinek lezen. Had ik dat maar niet gedaan. Zoals er boeken bestaan waarvan je beter de verfilming niet kunt zien, zo hebben we hier een film waarvan je het oorspronkelijke boek beter niet kunt lezen.

Dat boek maakte mij ongelukkig. Waarom moet ik met al die stomme zelfveroorzaakte ellende geconfronteerd worden? Elk van de personen is op zich mogelijk. Maar hun combinatie en het ontbreken van een normaal personage zijn te erg. Als het de schrijfster allemaal zelf overkomen was, had ik nog begrepen dat zij het had opgeschreven om ons even ongelukkig te maken als zijzelf was. Maar hoewel schrijfster en hoofdpersoon vast veel gemeen hebben zijn er toch grote verschillen tussen de twee, en mevrouw Jelinek heeft het boek niet in de ik-vorm geschreven, ofschoon er zo nu en dan passages zijn waarbij je dat vergeet.

Ik ga het verhaal hier niet navertellen, dat is de afgelopen weken al gebeurd. Wie wil weten wat er gebeurt kan beter de film gaan zien.

Ik ben mij ervan bewust dat mijn reactie zeer ongebruikelijk is. Je beoordeelt een roman toch niet op wat er in gebeurt? Nou, in dit geval doe ik dat wel. Een compliment voor de schrijfster die er duidelijk op uit was haar lezers ongelukkig te maken. Dat is niet strafbaar, maar de arme lezer is haar niet dankbaar.

Is de ellende dan niet prachtig opgeschreven? Nu komen we aan wat van een boekrecensent verwacht mag worden. Hij moet de stijl, de compositie, de woordkeus bespreken en geen oordeel vellen over wat er in het boek gebeurt. En dat maakt Jelinek mij nu juist onmogelijk.

Ik zie heus wel dat de eerste veertien zinnen van het boek een ijzersterk sonnet zijn, waarbij het rijm wordt gevormd door de simpele herhaling van de onderwerpen van de zinnen die beurtelings De Moeder en De Dochter zijn. Die eerste bladzij dacht ik: O, ik ga een origineel boek lezen. Na de laatste bladzij had ik dat ook kunnen denken, maar ik dacht ik heb een rotboek gelezen. Ik moest denken aan het bijbelverhaal over Abraham die van zijn God zijn zoon moest vermoorden om geen andere reden dan omdat Abraham zo kan bewijzen dat hij die God totaal gehoorzaamt. Ik las het in de zomer van 1945 in een Zwitsers kindertehuis waar die bijbel het enige Nederlandse boek was. Het was in spannend proza opgeschreven, maar ik sloeg de bijbel dicht en dacht: in dit boek wil ik nooit meer lezen. Wij zijn toch niet op aarde om wreed gekwetst te worden? Ik zou nooit enig boek willen laten verbieden, en ik zal nooit meer van mijn leven zo raar over een boek oordelen als nu over De Pianiste, maar zelfs een recensent mag één keer in zijn leven eerlijk zijn.

Mijn voorgangers bij de Leesclub hebben herhaaldelijk gewezen op de sterke vergelijkingen die de schrijfster verzon voor, bijvoorbeeld, het vrouwelijk geslachtsdeel: “het gat', “DAARONDER' of “de jampot'. In veel beschavingen is het gewone woord voor het geslachtsdeel taboe, en is elke vergelijking dus een afzwakking. In het Nederlands van 2006 bestaan geen taboe-woorden meer. Jammer. Juist die vergelijkingen, die het gewone platte woord van drie letters ontwijken, maken pijnlijk duidelijk dat de schrijfster het niet over de hoofdpersoon van een vertelsel heeft, maar over zichzelf. Schrijf dan een ik-verhaal.

De enige reden waarom ik de schrijfster dankbaar ben is dat ik dankzij de film die Haneke ervan maakte naar zijn laatste film Cacher ben gaan kijken - een film die je doet schrikken, die onbegrijpelijk blijft, die nooit als boek zal verschijnen, en die u moet gaan zien. Wat De pianiste betreft: ik raad u aan dat boek ongelezen te laten, maar begrijp dat ik er zo alleen maar reclame voor maak. Ach, ik ben niet zo sadistisch als Elfriede Jelinek, maar ik gun u toch wel een even nare ervaring als ik met haar boek had.

Volgende week in de Leesclub: “De pianiste', het slotakkoord.