Wel museum, nog altijd (f)out

Op gevorderde leeftijd nam zijn leven een dramatische wending. Zijn bondgenoten lieten hem in de steek. Zijn idealen werden besmeurd. Van de ene op de andere dag stond Willi Sitte aan de verkeerde kant van de geschiedenis.

Europees dagboek duitsland

Sitte schilderde monumenten voor de arbeider. Voor Duitse arbeiders. Mannen in de metaalindustrie. Vrouwen, met mannelijke trekken, achter de aardappelsorteermachine. Gespierde arbeiders. Vredelievende arbeiders. Arbeiders vol levensvreugde in een wereld vol broederliefde. Willi Sitte uit Halle was een vurig aanhanger van het socialisme en groeide uit tot een van de beroemdste schilders van de DDR.

Toen Sitte zeventig was, stortte zijn wereld in. Zijn land werd opgedoekt. Zijn ideologie weggehoond. De historische omwenteling, voor velen een bevrijding, was voor Sitte een vernedering. De arbeiders, zijn arbeiders, pleegden verraad. Terwijl Oost-Duitsers jubelend over straat trokken, op weg naar een wereld met meer vrijheid en meer wasmachines, schilderde Sitte overlopers die met open ogen het kwaad tegemoet snelden.

Sittes werk uit de zogeheten Wendezeit is niet moeilijk te duiden. Op zijn schilderijen zweven mensen weg om vervolgens ten val te komen. Een woud zwarte naakten steekt de kop in het zand. In Das Unheil begehrt Einlass uit 1993 proberen mannen en vrouwen een horde zwarte gestalten buiten de deur te houden. In de jaren zeventig en tachtig schilderde Sitte behalve arbeiders ook liefdesscènes, soms zeer erotisch. In de jaren negentig wordt op de schilderijen gevreeën in aanwezigheid van de dood.

De schilder was niet alleen kunstenaar. Hij was ook politicus. Sitte was jarenlang voorzitter van de officiële vereniging van beeldende kunstenaars in de DDR. In 1976 werd hij lid van de Volkskammer, het socialistische “parlement', en in 1986 trad hij zelfs toe tot het centraal comité van de communistische partij, de SED. Een kunstenaar met macht in een dictatuur, een moeilijke combinatie.

Met de socialistische staat verdween begin jaren negentig ook de staatskunst. Het leeuwendeel van Sittes oeuvre belandde in het depot. De figuratieve werken van Sitte werden nog maar zelden vertoond. Telkens als iemand op het idee kwam om Sittes werk af te stoffen en op te hangen ontstond commotie. Sitte was fout, Sitte was out.

Het Germanische Museum in Neurenberg, dat tot doel heeft een overzicht van Duitse kunst te presenteren, beheerde jarenlang Sittes persoonlijke archief. In ruil voor de schenking zou men aan Sitte een uitvoerige tentoonstelling wijden. Ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag in 2001. Maar de bestuurders van het museum, waar onder politici van de CSU, grepen in. Voordat het publiek het werk van Sitte mocht zien, moest eerst zijn gedrag en zijn moraal worden onderzocht. De expositie werd verschoven, een woedende Sitte trok daarop zijn werken terug.

Vorige maand werd Sitte 85 jaar. Hij recipieerde in Merseburg, een kleine stad aan de Saale, even ten zuiden van zijn woonplaats Halle. Merseburg heeft een schitterende kathedraal en een groot kasteel. Recht tegenover de ingang van de kerk, in een voormalig woonhuis voor geestelijken, heeft de atheïst Sitte sinds zijn verjaardag een eigen museum. Gerhard Schröder, kanselier buiten dienst, kwam zelfs even langs voor de opening.

Wat vijf jaar geleden in Neurenberg nog niet getoond mocht worden, is nu permanent in Merseburg te zien. De burgemeester prijst zich gelukkig met de aanwinst. Hij hoopt, schrijft hij in de catalogus, dat het museum een nieuwe toeristische attractie wordt. In het oude woonhuis en een fraaie nieuwbouw uit hout en gewassen beton kunnen Sitte-fans het omstreden oeuvre nu in alle rust bestuderen. Afgaande op het gastenboek heeft Sitte nog heel wat aanhangers. Het boek leest als één lange huldiging voor “Professor Sitte'.

Aan de Domstrasse valt meteen op dat het werk van Sitte meer is dan het sociaal realistisch eerbetoon aan de arbeider. In zijn beginjaren liet hij zich inspireren door Picasso en Léger, later keerde hij zich met grote, dramatische figuratieve werken tegen fascisme en geweld. Hij hekelde de oorlog in Vietnam en blikte regelmatig terug op de misdaden van het Derde Rijk. Voluptueuze naakten, vrouwen en mannen, zijn een steeds terugkerend motief.

Sitte leerde het vak onder andere aan de Hermann Göring Meisterschule für Malerei in Kronenburg in de Eifel. Daar moest hij tekeningen maken voor gobelins die bestemd waren voor Hitlers nieuwe kanselarij. Omdat hij zich niet wilde houden aan de voorschriften van de nazi's werd hij voor straf naar het oostelijke front gestuurd. Later belandde hij als soldaat in Italië. In 1944 sloot hij zich aan bij de partizanen. Na de oorlog vestigde hij zich in Halle, waar hij hoogleraar werd aan de hogeschool voor de kunsten, Burg Giebichenstein.

Sitte viel al als jonge man voor het communisme en toen hij in Halle arriveerde werd hij meteen lid van de SED. Toch was hij niet van meet af aan op de lijn van de partij. Hij speelde een centrale rol in de levendige en opstandige kunstscene in de stad. De kunstenaars van Halle verzetten zich tegen de voorschriften van partijfunctionarissen. Sitte kreeg zelfs een tijdelijk onderwijsverbod. Vanaf midden jaren zestig vereenzelvigde hij zich in toenemende mate met het regime. Tot op de dag van vandaag heeft hij zich niet van de DDR gedistantieerd.

De opening van het museum duidt erop dat de controverse rond Sitte voorbij is. Toch is dat niet zo. In zijn woonplaats Halle werd onlangs een grote expositie afgeblazen en een aantal recensenten juichte dat besluit toe. Sitte heeft nu een eigen museum, maar hij is nog niet gerehabiliteerd.

    • Michel Kerres