Watskeburt in de Top 40?

In de science-fictionparodie Mars Attacks! (Tim Burton, 1996) lijkt de ondergang van de aarde onafwendbaar. De Marsmannetjes hebben alle tegenstand onschadelijk gemaakt en gaan brandschattend door de straten van de grote steden. Bij toeval ontdekt de antiheld van de film dat er één ding is waar de space invaders niet tegen kunnen: de muziek van de Amerikaanse countryzanger Slim Whitman. Zijn falsetstem wordt de redding van de beschaafde wereld.

Tupac Shakur in 1994 Foto Reuters Rap singer and actor Tupac Shakur is shown as he arrives for a court hearing on weapon possession charges September 27 at the Criminal Courts Building in Los Angeles REUTERS

De inmiddels 82-jarige Whitman blijkt nu ook de eerste artiest die in Nederland de top van de hitlijst haalde. Zijn liedje “Rose Marie', door hitkenner Johan van Slooten beschreven als “een mix van country en Oostenrijkse jodelmuziek', was op 10 maart 1956 de eerste nummer 1 in de maandelijkse Hit-Parade van Elseviers Weekblad, vóór “Nieuwe feestpotpourri' van Johnny Jordaan en “Malaguena' van Trio Los Paraguayos.

Het verwerken van de gelegenheidshitparades uit het “stenen tijdperk' - de Nederlandse Top 40 kwam pas in 1965 - levert Johan van Slooten 60 extra nummer-1-hits op voor de tweede druk van zijn standaardwerk over de meest verkochte platen in Nederland. Voeg daarbij de 123 nummer-1-hits die er sinds de vorige editie (1997) zijn bijgekomen (met “Hung Up' van Madonna als hekkensluiter), en je krijgt een boek dat anderhalf keer zo zwaar is; ook een stuk minder leesbaar, helaas, want het gebruikte lettertje is hoofdpijnopwekkend klein, de zwart-wit-reproducties zijn beroerd, en de opmaak is ondanks het glanspapier behoorlijk grauw.

“Oh Well' zou Fleetwood Mac (vier weken nummer 1 in 1969) zeggen: 50 jaar nummer-1-hits is een onontbeerlijk naslagwerk voor iedereen die geïnteresseerd is in de Top 40 en al zijn trivialiteiten. Van Slooten boekstaaft niet alleen de feiten en anekdotes rondom iedere tophit (in stukjes van zo'n 400 woorden), maar is ook dol op rijtjes en lijstjes. Zo vermeldt hij de artiesten met de meeste nummer-1-hits (de Beatles aan kop natuurlijk, met 21 stuks), de platen die het langst aan de top hebben gestaan (“Milord' van Corry Brokken voert de lijst aan, met 16 weken), de nummer-1-hits van eendagsvliegen (onder meer “15 miljoen mensen' van Fluitsma & Van Tijn en “F**k It' van Eamon) en de artiesten die na hun dood met een zwanenzang de top van de hitparade haalden (Sam Cooke, Jackie Wilson, 2Pac, Herman Brood en André Hazes).

Wie nog onzinnigere informatie wil, kan ook vinden welke nummer-1-hit de langste titel had (“Quand le soleil dit bonjour aux montagnes - The French Song' van Lucille Starr) en welke de kortste (“19' van Paul Hardcastle, ex aequo met “Du' van Peter Maffay en “Pa' van Doe Maar). Volgens een begeleidend persbericht blijkt zelfs dat een Noord-Hollandse artiest de meeste kans maakt op een nummer-1-hit (39 stuks in een halve eeuw), maar dat is als je buitenlandse provincies (Merseyside!) niet meerekent. En zong Rubberen Robbie (3 weken 1) niet al in 1981: “De Nederlandse sterre, die strale overal'?

Johan van Slooten: 50 jaar nummer-1-hits 1956-2006. Becht, 412 blz. euro 16,90

    • Pieter Steinz