Wagner was hun huisgod

Richard Wagner verpersoonlijkt het thema van de Boekenweek: schrijvers en muziek. Wagner schreef vele boeken en verhandelingen. Wagner was een schrijvende componist én een componerende schrijver. Hij schreef de door hem getoonzette teksten en met alle alliteraties en assonanties dragen die al de muziek in zich. In Wagners letters en noten vallen woorden en muziek samen.

Geen wonder dat Wagner schrijvers fascineert en dus figureert in drie boeken die voor deze Boekenweek zijn geschreven. Gerrit Komrij schreef Wagner en ik. Hafid Bouazza analyseert in De vierde gongslag Wagners operacyclus Der Ring des Nibelungen. En Jessica Durlacher schrijft in Arthuro d'Alberti hoe haar joodse voorouders in Duitsland Wagner vereerden als een heilige, hun “huisgod'. In dezelfde reeks verscheen ook Zang van Bas Heijne.

Wagner werd nog niet geassocieerd met de Wagnerbewonderaar Hitler, schrijft Durlacher. En, voeg ik eraan toe, Wagners antisemitisme en zijn verhandeling Das Judentum in der Musik waren kennelijk geen beletsel voor die bewondering. Dat gold al eerder voor de joodse componist en dirigent Gustav Mahler. Of werd Wagners antisemitisme door sommige joden verdrongen? Durlachers boek gaat over verdringing, het is een zoektocht naar haar grootvader, omgekomen in een kamp, over wie haar vader zo terughoudend was. Gerhard Durlacher begon pas in 1985 de oorlog van zich af te schrijven. En die boeken kon zijn dochter eigenlijk nauwelijks lezen. Pas in 2005 herlas ze het oeuvre van haar vader. “Voor het eerst lijkt wat hij schreef werkelijk tot mij door te dringen.'

Jessica Durlacher reconstrueert het leven van haar grootvader Arthur Durlacher, die droomde van een zangcarrière als Arthuro d'Aliberto - alweer verdringing van eigen identiteit - maar werkte in de familiezaak. Op zijn achttiende verjaardag kreeg hij van zijn broer een uitgaaf van Wagners Die Meistersinger von Nürnberg met de aanmoediging de titelrol te zingen. Zijn enige optredens die Jessica Durlacher achterhaalt zijn in kleine kring: voor vluchtelingen in Rotterdam en in het kamp Westerbork. Ze vindt een foto van Arthur in Auf der Heide in de revue Humor und Melodie. Het boek treft met die terloopse tragiek.

Gerrit Komrijs Wagner en ik is een tour de force in de schaduw die de Gesamtkünstler Wagner nog steeds werpt. “Dit is geen boek over Wagner. Dit is geen boek over “ik“,' begint Komrij. Wat volgt is geen betoog maar een Wagneriaans lange stroom gedachten over de obsederende Wagner, een reeks aforismen, anekdotes en bedenksels, een stream of consciousness met freischwebende Intelligenz. Wagner is nog steeds overweldigend. De “ik' is een speldenknop, en Wagner, hoe vaak Komrij afscheid van hem neemt en hem buiten de deur zet, hij blijft.

Hafid Bouazza behandelt in De vierde gongslag opera's van Wagner, Puccini en Janácek. Bouazza is als taalvirtuoos vaak nog uitbundiger dan Komrij. Hij verschaft voor wie iets van opera meent te weten, veel verrassende inzichten en verbindingen met wereldliteratuur als Duizend en een nacht. Speels en stimulerend beschrijft hij Wagners Ring als zó alomvattend dat het jammer is dat hij zijn gedachten zo onwagneriaans samenvat in slechts dertig pagina's.

Gerrit Komrij: Wagner en ik. Uitgeverij 521, 99 blz. met cd euro 16,95

Jessica Durlacher: Arthuro d'Alberti. Uitgeverij 521, 107 blz. met cd euro 16,95

Hafid Bouazza: De vierde gongslag. Uitgeverij 521, 126 blz. met cd. euro16,90