Steun voor plan van Rutte

De invoering van leerrechten in het hoger onderwijs gaat vrijwel zeker in 2007 van start. In het spoeddebat dat gisteren in de Tweede Kamer werd gehouden over de kosten die met de introductie gepaard gaan, kwam staatssecretaris Rutte (Onderwijs, VVD) geen moment in de problemen. Wel heeft hij de Kamer toegezegd meer inzicht te geven in de kosten waar de onderwijsinstellingen mee te maken krijgen.

Aanleiding voor het debat was een rapport van adviesbureau Berenschot, dat heeft becijferd dat de administratieve lasten veel hoger zullen uitvallen dan door Rutte was gezegd. Eenmalig zou het gaan om 28 miljoen euro, en daarna jaarlijks om 45 miljoen euro. De administratie van de leerrechten alleen kost jaarlijks al 21 miljoen euro, volgens Berenschot. Rutte bestrijdt de conclusies van dit onderzoek, volgens hem zullen de kosten op termijn zelfs dalen. De PvdA steunde Rutte in diens afwijzing van Berenschot.

Kern van de Wet financiering op het hoger onderwijs is de introductie van zogenoemde leerrechten. Vanaf 2007 bepaalt het aantal ingeschreven studenten de hoogte van de rijksbijdrage voor universiteiten en hogescholen, en niet het aantal afgestudeerden. Studenten kunnen hun leerrechten per halfjaar verzilveren, en gaan bewuster kiezen voor een bepaalde instelling, zo hoopt Rutte.

Het rapport van Berenschot is opgesteld in opdracht van de universiteiten en hogescholen. De universiteiten hebben zich steeds verzet tegen de leerrechten, uit angst voor toenemende bureaucratie. Ook de studenten zijn tegen. In de Kamer heeft Rutte echter steeds voldoende steun gehad voor zijn financieringsplan.

Gisteren bleek dat alleen regeringspartij CDA nog meer uitleg wil over de kosten. D66 wacht af.