Spanningen tussen Britse zwarten en Aziaten

In het multiculturele Birmingham gaat het niet tussen autochtoon en allochtoon, maar tussen ' bruin en zwart'. 'Aziaten zijn inhalig en willen altijd maar meer hebben.'

Elke dag weer vormt Beauty Queens Cosmetics, een winkel voor pruiken en haarverzorgingsartikelen, het decor van een ongemakkelijke ontmoeting van twee culturen. Zwarte Jamaicaanse vrouwen inspecteren haarstukjes in diverse kleuren, terwijl bars kijkend Pakistaans personeel - zonder uitzondering mannen - hen nauwlettend in de gaten houdt. Er wil anders nog wel eens iets zonder betaling verdwijnen uit de zaak in Perry Bar, een vervallen wijk in het noorden van Birmingham met merendeels migranten.

Afgelopen herfst vormde dezelfde winkel het middelpunt van een hevige rel tussen de Aziatische en de Caraïbische gemeenschap. Onder zwarten raakte het gerucht in omloop dat een 14-jarig meisje uit Jamaica was gesnapt bij het stelen van een pruik. Daarop zouden 19 mannen van Pakistaanse afkomst haar in de winkel hebben verkracht. Dat was het signaal voor zwarte protesten, die al spoedig in hevige gevechten met Aziaten ontaardden. Een zwarte jongen verloor daarbij het leven.

De rel confronteerde Birmingham keihard met een tot dan toe door velen nauwelijks opgemerkte dimensie van het multiculturalisme: de relatie tussen bruin en zwart. 'Niet alleen de blanken, ook de andere gemeenschappen moeten de etnische diversiteit van Birmingham erkennen', zegt Kirk Dawes, een zwarte voormalige politieman, die na de rellen namens de gemeente bemiddelde tussen de Aziatische en de Caraïbische gemeenschap.

Voor Birmingham is dat van levensbelang. Het aandeel van de etnische minderheden in de bevolking groeit razendsnel. Was dat in 1991 nog 20 procent, inmiddels is dat bijna 40 procent. Volgens sommige prognoses zal Birmingham over een jaar of vijf, samen met Leicester, de eerste grote stad zijn waar etnische minderheden tezamen de meerderheid vormen.

Er bestaat al langer wrijving tussen de Aziaten en de Caraïbische gemeenschap. Deels is die van economische aard. De zwarten, vooral afkomstig uit Jamaica, vestigden zich in de jaren '60 in de oude wijken Lozells en Handsworth, waar toen nog overwegend blanken woonden. In de jaren '70 volgden de Aziaten, vooral Pakistanen en Indiërs die door de toenmalige dictator Idi Amin uit Oeganda waren gegooid.

De 68-jarige Clifford Glen Paul, een vriendelijke man die aanvankelijk in een ijsfabriek werkte maar na verloop van tijd een eigen zaakje voor televisiereparaties opende aan Lozells Road, arriveerde in 1961. Door de jaren heen zag hij hoe de Aziaten zich hoe langer hoe meer meester maakten van de winkels in de straat en hoe de zwarten steeds meer gemarginaliseerd raakten.

'Ik moet eerlijk toegeven dat het uitstekende zakenlui zijn', zegt Paul, gestoken in een smoezelige witte jas. 'Maar ze zijn ook inhalig en willen altijd maar meer hebben. Als je niet toegeeft, kunnen ze agressief worden. Mijn Aziatische buren hebben mij steeds onder druk gezet dit pand aan hen over te doen maar ik wilde niet meewerken. Toen kreeg ik een steen door de ruit. De Aziaten behandelen ons vaak met minachting, misschien omdat ze in Oeganda zwarte bedienden hadden.'

Paul, die zelf na een ziekte nu ook van zijn winkel af wil, wijt de neergang van de zwarten ook aan de Caraïbische gemeenschap zelf. 'Wij werken niet voldoende samen en als we wat geld hebben, stoppen de meesten het in een nieuwe dure auto. Ze investeren het niet in een nieuwe winkel of in onderwijs voor hun kinderen.'

Pakistaanse woordvoerders ontkennen dat er problemen zijn. 'De betrekkingen tussen de gemeenschappen zijn uitstekend', vindt Mohammed Saleem, de voorzitter van een lokale middenstandsorganisatie die in een westers pak met een das is gestoken. 'Dat incident van vorige herfst stelde weinig voor en het heeft ons alleen maar nader tot elkaar gebracht. In mijn organisatie hebben we ook zwarte winkeliers, met wie we het prima kunnen vinden. We werken allemaal voor een betere toekomst in de wijk.'

In dat opzicht is er nog een lange weg te gaan. De torenflats in de buurt zien er vervallen en troosteloos uit. Op straat hangt een weeë geur, afkomstig van een naburige plasticfabriek.

Een veel gehoord verwijt aan de Aziaten, die zo'n 90 procent van de winkels beheren, is dat ze hun grotere welvaart niet met de gemeenschap delen. Steeds geven ze voorrang aan hun eigen familie of gemeenschap. Oud-politieman Dawes. 'Ze zouden meer zwarten werk moeten geven in hun winkels. Dat is ook in hun eigen belang, want de zwarten vormen een belangrijk deel van hun klanten.' Saleem loopt niet warm voor de suggestie. 'Het is hier een vrij land met vrij ondernemerschap.'

Vooral de veelal werkloze zwarte jongeren vormen een probleem. In de Bulls Head, een pub in de wijk Lozells, hangt al vroeg in de middag een groep rond. Ze doden de tijd met snooker en spelletjes, drinken bier en flirten met zwarte meisjes. Niet zelden gebruiken jongeren ook drugs, die vaak via Aziaten Birmingham bereiken.

'Toen ik hier opgroeide, was er meer onderling begrip en waren mensen verdraagzamer dan nu', zegt Martin Blissett, een voormalige onderwijzer die het Afro-Caribbean Millennium Centre leidt, een sociaal en cultureel centrum voor de zwarte gemeenschap. Met lede ogen heeft hij zwarte jongeren zien afzakken. 'Er zitten nu meer zwarte jongeren in Britse gevangenissen dan op de universiteit.' Blissett wijt dit aan de vele vaderloze huishoudens. Jonge mannen verwekken een kind, de overheid vangt moeder en kind op, de jonge vader knijpt er tussen uit.

Blissett meent dat de lokale politici na het incident van oktober hebben gefaald. 'Het was duidelijk een alarmsignaal, maar er is sindsdien eigenlijk niets ondernomen.' Dawes is minder somber. 'Mede dank zij een goede dialoog tussen de gemeenschappen is de zaak tenminste niet verder uit de hand gelopen, zoals in Frankrijk.'