Ruimte

Daar stond ik dan, achter de cornervlag. De eerste verbouwereerdheid over het 'slechte' uitzicht op het veld - en op het stáán - werd al snel verdrongen door het besef dat een nationale topwedstrijd bezien vanuit een dergelijk amateurperspectief ook z'n charmes kan hebben. En zo bleek. AZ-Feyenoord ontpopte zich eerder als een visueel spektakel van grote figuren (dichtbij) en kleine figuren (ver weg), en van alles eromheen, dan als een tactisch steekspel dat je met een ernstige blik ter hoogte van de middenlijn tracht te ontrafelen. Ik keek naar een speler die ingooide en als vanzelf nam ik de lijnen van de hekken, de rijen mensen, in mij op. Ik zag ruimte.

Ik beeldde mij in dat fotograaf Hans van der Meer zijn aluminium trap uitklapte om dit tafereeltje voor altijd vast te leggen. Waarop zou zijn oog vallen? Niet op duellerende voetballers: zijn terechte ergernis over het uitvergrote, pseudo-kunstzinnige en in wezen voetbalvijandige ballet op de tegenwoordige sportpagina's vormde juist de inspiratiebron voor zijn ontroerende overzichtsfoto's. Die zijn nu, niet minder terecht, te bewonderen in museum Boijmans van Beuningen.

Van der Meer zou zijn lens hoog hebben gericht. Die ouderwetse, haast hoorbaar onder hun eigen gewicht krakende mini-tribunes van AZ, daar bovenop een houten hokje voor de tv-camera (gesponsord door een plaatselijk dartcentrum), en daar weer boven de takken van winterse populieren: een Hollands voetballandschapje dat erom vroeg te worden vereeuwigd door Hans van der Meer. Nederland is het land van de lage horizon, en nergens in de eredivisie is de horizon zo aandoenlijk laag als in Alkmaar. Het stadionnetje wordt straks gesloopt, Hans moet opschieten.

Mijn amateurblik zag een enorme oranje cornervlag die delen van het schouwspel aan het zicht onttrok met zijn vrolijk gewapper. Ik laafde mij aan de lijnen van het veld, een licht bollende ruit zonder einde. Feyenoords dartele dwerg Romeo Castelen liep in reusachtige proporties door mijn vizier. Schuin aan de overkant bewoog de andere rechtsbuiten, Martijn Meerdink van AZ, als een blond pluisje in de wind. De dichtstbijzijnde keeper eenzaam in de onmetelijke vlakte van zijn strafschopgebied: helemaal des Van der Meers.

Na de zomer verrijst het nieuwe AZ-stadion met doordachte rondingen. Achter de hoekvlaggen gapen vier spelonken: de hoeken worden vrijgehouden voor rollend materieel. Vaarwel cornerperspectief. Vaarwel idee dat je naar briljant amateurvoetbal zit - staat - te kijken.

Het is de vooruitgang, zo gaat dat nu eenmaal. Ongetwijfeld zal ik volgend seizoen genieten van het vrije uitzicht op het veld, onder een slim dak zonder palen. En ongetwijfeld zal ik beter opletten. De kans dat ik wegmijmer over de foto's van Hans van der Meer is nul.