Politie zoekt de grens op

Politie zoekt grens van wet op om criminelen te kunnen “tegenhouden'.

Criminele transacties zijn soms toegestaan om heel netwerk te kunnen oprollen.

Politie en justitie die sámenwerken met criminelen, dat is onbestaanbaar. Het werd gisteren een paar keer gezegd, door mensen van politie en justitie, die er ook bij waren in de jaren dat dit soort samenwerking niet zo onbestaanbaar was. Gisteren kwamen wetenschappers, politiechefs, advocaten, officieren van justitie en een enkel Tweede Kamerlid samen in een congrescentrum in Rotterdam om te praten over “Tien jaar na Van Traa'. Over wat er veranderd is na het dieptepunt in de opsporing van criminaliteit, de IRT-affaire, toen eind jaren tachtig politie en justitie samen met criminelen drugslijnen opzetten met als doel de kopstukken van de criminele organisatie te vangen.

Sindsdien zijn er regels en wetten die de opsporing regelen. De politie kan niks meer doen, zonder daar toestemming voor te vragen aan het openbaar ministerie. In dat opzicht is er veel veranderd. Maar in de tussentijd is ook de georganiseerde criminaliteit veranderd. Hoogleraar criminologie Van de Bunt van de Erasmus universiteit maakte tien jaar geleden een analyse van de Nederlandse criminaliteit voor de parlementaire enquêtecommissie van Van Traa. En dat deed hij gisteren weer. Eind jaren tachtig dácht de politie dat criminele groepen georganiseerd waren als een piramide. Een hiërachie, waarbij een paar topstukken groepjes lager geplaatsten aanstuurden. Vandaar ook de georganiseerde drugstransporten met de kleine vissen samenwerken om de grote vis te vangen.

Het zit anders in elkaar, zei Van de Bunt toen en nu weer. De Nederlandse misdaad sluit coalities, werkt op los-vaste basis aan “projecten', het zijn netwerken. Ze hebben niet de ambitie, zoals de maffia in Italië, Amerika of Turkije om de legale wereld binnen te dringen, er zijn geen politieke ambities en er is geen behoefte om een bepaald gebied te veroveren. Het is transit-criminaliteit, gericht op handel. Tien jaar geleden waren het vooral hasjboeren en cocaïnesmokkelaars, nu is het werkgebied verplaatst naar mensensmokkel, witwassen en xtc-handel.

Natuurlijk, zegt Van de Bunt, zijn er altijd wel een paar hoofdrolspelers. De kopstukken van nu zijn soms zelfs dezelfde als die van tien jaar geleden. En dat moet pijnlijk zijn voor de politie. De boeven van toen lopen, als ze niet geliquideerd zijn, nu gewoon nog rond. En erger, Van de Bunt ziet hun activiteiten veranderen. Hij noemt Willem Holleeder, die nu vastzit op verdenking van afpersing van vastgoedhandelaren. “Daar zie je, als de verdenking klopt, voor het eerst de verwevenheid tussen de illegaliteit en de legale bovenwereld. Een hechte relatie van een crimineel met een vastgoedman en een foute advocaat. En die symbiose slaat om in een parasitaire relatie.“ Afpersing hoort meer thuis bij de criminaliteit van Turkije en Italië en dat was nou net het soort criminaliteit dat Nederland dacht niet te hebben.

Joop van Riessen, de voormalig korpschef van Amsterdam voelt zich een missionaris, zegt hij. Al jaren pleit hij voor een andere aanpak van criminaliteit. Niet met het strafrecht, maar door tegenhouden. Zes miljoen misdrijven zijn er per jaar, maar 50.000 zaken komen voor de rechter en worden afgestraft. Hij vraagt retorisch: nu Willem Holleeder is vastgezet, is daarmee het probleem van crimineel geld in de vastgoedsector opgelost? Het is, antwoordt hij zelf, nog geen deuk in een pak boter. Criminelen, zegt hij, maken gebruik van de infrastructuur van de legale wereld. Ze vragen vergunningen aan, huren een pand, rijden in hun auto op de snelweg. Het logistieke systeem in Nederland is, zegt ook criminoloog Van de Bunt, onze achilleshiel. Dáár moet je de criminelen pakken, zegt Van Riessen. Hij heeft voor het congres een speciaal krantje laten drukken “De tegenhouder', waarin de tegenhoudstrategieën op een rij staan. Korte klappen uitdelen, moeilijk grijpbare criminelen opbergen voor kleine strafbare feiten. Veelplegers te schande zetten voor de buurt, zware criminelen imagoschade toebrengen en ze statusverhogende middelen afnemen. En weer wordt Holleeder als voorbeeld genomen. Zijn gepantserde auto's werden keer op keer staande gehouden door de wegpolitie. En steeds was er wat loos. De auto was te zwaar (door de bepantsering), de airbags ontbraken (ze werden gebruikt als opslagruimte voor wapens) of er zat een ster in de autoruit (kogel). Holleeder reed sindsdien op een scooter. Maar in het krantje staat ook: “Criminele transacties oogluikend toestaan om later een heel netwerk te kunnen oprollen'. En: “Vervolging van criminelen mogelijk maken door het uitlokken van criminele transacties.' Weer zoekt de politie de grens van wat mag. Al staat wat er mag nu in de wet, en heet het geen opsporen meer maar tegenhouden.

Maar Joop van Riessen gelooft in wat hij zijn missie noemt. Hij stelt zijn vaste meerkeuzevraag, met drie mogelijkheden. U wordt beroofd, de dader wordt niet gepakt. U wordt beroofd, de dader wordt wel gepakt. Of u wordt helemaal niet beroofd. Wat wilt u?