Muzikale bandiet

“Nostalgisch futurisme' noemt OMFO zijn muziek, waarin elektronische klanken versmelten met folkloristische. In Duitsland presenteert hij nieuw materiaal: “Ik neem jullie mee op een reis door de voormalige Sovjet-Unie.“

OMFO geeft in de zaal de laatste aanwijzingen voor het optreden 28-02-2006, FRANKFURT. VOORBEREIDINGEN VOOR HET OPTREDEN VAN OMFO. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinksi, Bas

In een oude rode Mercedes met spoiler scheuren twee Azerbajdzjaanse musici de parkeerplaats op van een Rasthof langs de snelweg naar Frankfurt. Ze parkeren de auto pal voor de deur van het wegrestaurant dwars over twee invalidenplaatsen. Eenmaal binnen voegen de in trainingspak gehulde Kaukasiërs zich bij de rest van de muzikanten. “Stelletje allochtonen“, schertst de in Amsterdam woonachtige Russische muzikant German Popov (Odessa, 1966), die onder de artiestennaam OMFO opereert.

Het onbehouwen optreden, de louche verschijning, OMFO kan het wel waarderen. Het hoort allemaal bij het genre dat hij met zoveel liefde vertolkt; blatnjak, Russische maffiamuziek. Overal in de voormalige Sovjet-Unie, van duistere barretjes in Tasjkent tot restaurants in Machatsjkala en Bakoe, bezingen ongure types in trainingspakken en met rijen gouden tanden in steenkolenrussisch de romantiek van het gangsterleven. Die liederen, met prachtige melodieën vol liederlijk pathos, worden vaak smakeloos uitgevoerd, met vette synthesizers en veel echo. Het is ook de muziek die Popov begon te spelen toen hij in 1989 op 23-jarige leeftijd naar Nederland trok. Hij kwam vers van de universiteit van Odessa, waar hij radiocommunicatie had gestudeerd. Als straatmuzikant gaf hij gangsterballades ten beste uit de Oekraïense havenstad, samen met stadgenoot Alec Kopyt - zanger van de Amsterdam Klezmer Band - in een tijd dat de Amsterdamse straten nog niet door artiesten uit Oost-Europa overspoeld werden.

Nog steeds is hij trouw aan de blatnjak; nu staan op het repertoire “Dolya Vorovskaya' (Dievenlot), over een man die meer in dan buiten de gevangenis doorbrengt, en het Dagestaanse “Tarkutau', over hasjiesj en de criminele inborst van de lokale bevolking.

OMFO is met zijn band op weg naar Frankfurt voor een “showcase'. Hij presenteert aan zijn platenmaatschappij en publiek het materiaal voor zijn nieuwe cd, die in het najaar uitkomt. Naast de Azeri Rassoul Kazimov (Bakoe, 1966) en Bachtijar Ejbalijev (Bakoe, 1974) wordt hij begeleid door de Nederlandse klankkunstenares Fay Lovsky, op vibrafoon, theremin en zingende zaag. De muzikanten verzamelen bij het eerste benzinestation over de Duitse grens. Als de band inclusief technicus Mathijs van Manen compleet is, trekt de karavaan verder over Duitslands besneeuwde Autobahnen.

Politiebureau

Het concert vindt plaats in een zaaltje van het Museum der Weltkulturen, een statig gebouw aan de Mainz, dat voorheen achtereenvolgens de Egyptische ambassade en het hoofdbureau van de politie huisvestte. Hier organiseert Essay Recordings maandelijks muzikale soirées met traditionele muzikanten uit alle delen van de wereld. Bij het Duitse platenlabel verscheen twee jaar geleden OMFO's eerste cd, getiteld Trans Balkan Express, een verwijzing naar Kraftwerks bekende hit “Trans Europa Express'.

De cd is een eigenzinnige mix van futuristische elektronica en oeroude folklore uit steppe, taiga en berggebied. Op pulserende “clicks & cuts' produceert een bezwerende fluit oriëntaalse melodieën. De cd is met wereldwijd zevenduizend verkochte exemplaren een bescheiden hit in het clubcircuit. Ook het Britse politiek-incorrecte fenomeen Ali G is gegrepen door OMFO's oosterse klanken: hij gebruikt een track voor zijn nieuwe speelfilm Borat's Guide to America.

Essay Recordings is het label van de gevierde Duitse dj Shantel, die het danspubliek laat hossen op Balkanmuziek ondersteund door een stevige beat. Met zijn Bucovina Club treedt hij op in de discotheken van Frankfurt, Keulen, Berlijn en Wenen. Aan Nederland lijkt deze Balkantrend geheel voorbij te gaan. Ook OMFO moet het hebben van het succes in landen als Oostenrijk. Duitsland en ook Japan. De enkele keer dat hij in Nederland optreedt, is het voor een praktisch lege zaal.

Ondanks de cd-titel laat OMFO zich niet op de grote Balkan Beat-hoop gooien. Voor zijn nieuwe cd, waaraan hij momenteel de laatste hand legt, put hij uit het muzikale reservoir van de voormalige Sovjet-Unie. Hij reist met een bandrecorder naar afgelegen streken als de Karpaten en Kazachstan om veldopnames van inheemse muziek te maken die hij weer voor zijn cd gebruikt.

In zijn jeugd kocht hij op de Novyj Bazar van Odessa grote hoeveelheden platen met folklore uit alle hoeken van de communistische heilstaat - tegen dumpprijzen wegens het gebrek aan belangstelling. Gaandeweg begon hij zich verschillende vormen van traditionele muziek eigen te maken, zoals Kazachse, Toevaanse, Altaise folklore. Popov is een virtuoos op tal van traditionele instrumenten; met evenveel gemak bespeelt hij de tweesnarige dombra uit Kazachstan als de nej, de Turkse fluit. Tegelijk heeft hij zich bekwaamd in verschillende boventoonzangstijlen. In de jaren negentig richtte hij met andere Russen in Amsterdam de band Sputnik op, die zwoele filmmuziek uit de Sovjet-Unie van de jaren zeventig speelde.

Door elektronische muziek met folklore te combineren, vond hij zichzelf opnieuw uit. Vanaf dat moment ging hij verder door het leven als OMFO, Our Man From Odessa, de stad die zich kenmerkt door een verscheidenheid aan nationaliteiten als Russen, Oekraïeners, Turken, Tataren, Grieken, joden.

Analfabeet

Tijdens de soundcheck blijkt dat moderne techniek zich niet altijd even soepel laat combineren met oeroude instrumenten. Terwijl Rassoel Kazimov op zijn tar, de Azerbajdzjaanse luit met lange hals, het refrein inzet, blijft een weerbarstige computer het couplet maar herhalen. Voortdurend is OMFO bezig de partijen opnieuw in te programmeren. Soms manifesteert zich de verschillende muzikale achtergrond van de bandleden. Als Fay Lovsky het over vermeerderde akkoorden heeft, snapt OMFO niet wat ze bedoelt. “Ik ben een muzikale analfabeet.“

OMFO's werkwijze wekt Lovky's bevreemding. Op het laatste moment heeft hij besloten zowel het Roland keyboard van Fay Lovsky thuis te laten als de Roemeense cimbalist, die met zijn cimbaal te hard speelt voor een semi-akoestisch optreden. Lovsky moet dit opvangen door de cimbaal- en haar eigen keyboardpartijen op de vibrafoon te spelen.

Ondanks deze culturele botsinkjes lijken Fay Lovsky en OMFO volledig aan elkaar gewaagd. Allebei laten ze zich gretig beïnvloeden door andere culturen en zijn ze gefascineerd door de mogelijkheden van elektronische muziek, waarbij ze het experiment niet schuwen. Lovsky: “OMFO maakt met enorme passie muziek. Hij staat overal open voor. En zijn kennis van oriëntaalse muziek is fenomenaal.“

Museumbezoekers met driedimensionale brillen op lopen door de ruimte en bekijken de tentoonstelling van stereoscopische glasplaten met oude foto's van het Kongolese dorpsleven. Technicus Van Manen zet onder het testen van de lichtshow een doodgewone kaars naast een computer. OMFO karakteriseert Fay Lovsky als “spacebabe', terwijl zanger en bespeler van de Turkse trom Bachtijar het met het predikaat “herder' moet doen. Zo speelt ieder voor zich een spel tussen het primitieve en hypermoderne. Soms lijken de twee uitersten elkaar dicht te naderen, bijvoorbeeld als de bijna buitenaardse klanken van boventoonzang en de Oekraïense mondharp samenvloeien met de “spacy' computergeluiden.

“Nostalgisch futurisme', “kosmische folklore', “elektronische romantiek', zijn van die contradictoire labels die OMFO lustig op zijn stijl muziek plakt.

OMFO wil de showcase gebruiken om zijn band te promoten. Als soloartiest heeft hij over optredens niet te klagen. Het liefst ziet hij dat hij samen met de band wordt geprogrammeerd, wat duurder is en geluidstechnisch vele malen lastiger. Naar het concert komt een bookingsagent uit de muziekindustrie, die interesse heeft om OMFO te contracteren.

Rassoel en Bachtijar hopen dat de toekomst inderdaad meer optredens brengt. Zij zijn onafhankelijk van elkaar zo'n vijf jaar geleden als asielzoekers naar Nederland gekomen. In Azerbajdzjan werkten ze als professionele muzikanten. Hier spelen ze in hun vrije tijd op bruiloften en in Turkse restaurants. OMFO heeft ze, in zijn niet aflatende zoektocht naar Oosterse muzikanten, weten te traceren. Hij vindt het zonde als het talent van de twee verloren gaat aan feesten en partijen. OMFO: “Rassoel is een virtuoos op de tar. Als de agent er iets in ziet, levert dat zo drie à vier optredens per maand op.“

Wat Rassoul betreft heeft OMFO hem muzikaal de ogen geopend: “Ik ben opgeleid in de Azerbajdzjaanse muzikale traditie. Ik speelde altijd precies na wat anderen voor mij hebben gespeeld. Nu zie ik welk creatieve proces aan muziek ten grondslag kan liggen.“

Terwijl het kleine zaaltje volstroomt met een zeventigtal bezoekers, verzorgt technicus Van Manen voor de bandleden een Chinese theeceremonie in de aangrenzende ambassadeurskamer. De groenblauwe thee creëert de nodige rust om zich voor te bereiden op het concert. Dan kan de voorstelling OMFO Unplugged beginnen. “Ik neem jullie mee op een reis door de voormalige Sovjet-Unie“, luidt OMFO's introductie. Hij begint in Odessa, met de verraderlijke liefdestango “Oetomlennoe Solntsem' (Loom Door De Zon). De dub en oriëntaalse echo zorgen meteen voor een groezelige restaurantsfeer. Fay Lovsky neemt op haar theremin, de moeder van alle synthesizers, de zwoele tonen voor haar rekening. Door met onalledaagse maar tastbare instrumenten geluiden te produceren die OMFO voorheen uit zijn computer moest wringen, brengt zij de muziek extra tot leven.

Koreaans levenslied

Fay Lovsky maakt een uitstapje naar het Verre Oosten door een Koreaans levenslied in Japanse vertaling te zingen. OMFO voegt daar een vrolijke rembetika over een droevig Grieks boevenbestaan aan toe. Vervolgens stoot de horde door naar Bakoe. Blatnjak mag dan voor mannen in trainingspakken zijn, voor de elegante klassiekers uit de Azerbajdzjaanse muziektraditie hebben Rassoul en Bachtijar zich in een sjiek zwart pak gehesen. Vol vuur zingt Bachtijar de liederen Reyhan en Azerbaycanim uit het repertoire van het Azerbajdzjaanse sovjetidool Rashid Behbudov.

Liefdevol springt OMFO om met de muzikale traditie uit het uitgestrekte vaderland van zijn jeugd, met veel gevoel voor detail en met behoud van de talrijke muzikale ornamenten. OMFO, de muzikale bandiet, leent niet, maar steelt zoals het een waar kunstenaar betaamt uit de rijke bron van de sovjetfolklore. Zo eigent hij zich de muziek toe, waardoor het, hoe divers ook, allemaal duidelijk zijn signatuur krijgt. Het publiek reageert enthousiast. OMFO weet van geen ophouden en geeft achtereenvolgens nog een demonstratie mondharp en keelzang.

VDe agent Florian Joeckel van bookingskantoor Guilty76 wil na afloop meteen zaken doen. Voor OMFO's nieuwe cd biedt hij als producer Señor Coconut alias Uwe Schmidt aan, een gigant uit de wereld van de elektronische muziek. Over de band heeft hij nog twijfels. Hij wil eerst horen hoe die klinkt in een grote zaal met een volwaardig p.a.-systeem. Hij vraagt OMFO op 24 maart de muziek voor de nieuwe cd klaar te hebben om te overhandigen aan Señor Coconut, die dan in Eindhoven is voor een optreden. De band moet voorlopig even afwachten. OMFO zal de karavaan nog een eind moeten trekken.

OMFO: “Trans Balkan Express', Essay Recordings/Lowlands Distribution (distributeur Benelux); OMFO treedt met band op bij het Poetry Festival, Ruigoord, 3 juni; informatie via www.essayrecordings.com