'Ik wil een humanistisch dichter zijn'

'Mijn poëzie schaamt zich er niet voor herkenbaar te zijn', zegt dichter F. Starik. Zaterdag treedt hij op tijdens 26e Nacht van de Poëzie.

Vorsende blik, puntsikje, gestreept kostuum, de boorden van het overhemd over de revers heengeslagen: F. Starik is every inch een dichter. Maar die negentiende-eeuws aandoende zwart-romantische decadentie is meer dan uiterlijk. Hij was jaren zanger van de Willem Kloos Groep (waarin collega-dichter Menno Wigman op drums speelde) en etaleert in zijn poëzie een obsessie met de dood. Daarvan getuigen bundeltitels als De grote vakantie en De verdwijnkunstenaar, maar vooral de vele gedichten die hij schreef voor 'eenzame doden'.

De laatste jaren maakte Starik (1958) furore als drijvende kracht achter de Eenzame Uitvaart, een project waarbij een groep dichters (de Poule des Doods) de begrafenis begeleidt van doden die anders zonder aanwezigheid van verwanten of vrienden ter aarde zouden worden besteld.

'Starik is goed met de dood', dichtte hij zelf. 's Nachts bellen vrienden dat hun konijn is overleden. 'Dat we doodgaan is geen ramp, eigenlijk wel handig. Alleen het moment waarop komt nooit goed uit.'

Zijn fascinatie schrijft hij toe aan de dood van zijn vader, zegt hij, aarzelend. 'Ik was sprakeloos. Zijn leven was zo onvoltooid - zonder een laatste kans te mogen grijpen.'

Vorig jaar verscheen een bundeling van verslagen en gedichten van de 'eenzame uitvaarten'. Dat was niet het einde van het project. Starik staat op het punt een convenant met de Sociale Dienst te tekenen, waarbij deze voortaan de inzet van de dichters financiert. 'Ik beschouw dit project als een van mijn meest geslaagde kunstwerken. Het is in Beuysiaanse zin een 'sociale sculptuur'. Kunst moet nuttig zijn en hiermee verandert er daadwerkelijk iets. Wat de meeste kunstenaars vervelend vinden - het onderhandelen met ambtenaren, de formulieren, de aanpassingen - daar put ik genot uit. Dat hoort erbij.'

De gedichten zijn kunst, maar in welk opzicht rekent hij de beslommeringen eromheen daar ook toe? 'Verschillende werelden komen met elkaar in aanraking. De kunst gaat als het ware undercover.'

Starik vergelijkt de mediahype rond Eenzame Uitvaart met de weerklank voor beeldende kunst. Na zijn debuut als dichter in 1988 met Nepvuur en zijn bijdrage aan de roemruchte bundel Maximaal, manifesteerde hij zich als kunstenaar en zanger, totdat hij in de periode 2002-2004 achter elkaar vier dichtbundels publiceerde. 'De Eenzame Uitvaart is beter dan thuis iets in elkaar knutselen en aan vijftig mensen in een galerie presenteren die er met hun rug naartoe een glas witte wijn bij drinken. Dit is maatschappelijk relevant, omdat het ons iets vertelt over hoe we met elkaar omgaan.'

In Rode Vlam, de 'liefdespendant' van De verdwijnkunstenaar, schrijft hij teder over zijn zoontje. Tegelijk lijkt de vader, die een nieuwe liefde heeft gevonden, te beseffen wat hij achterlaat. Volgens de dichter beschrijft hij vooral de ontroering voor zijn kind. 'Als je dicht over vaders maak je contact met alle vaders. Mijn poëzie schaamt zich er niet voor herkenbaar te zijn.'

Hij houdt ook van 'positieve, optimistische kunst'. 'Volgens de regels van de avant-garde in de vorige eeuw moet kunst duister zijn, onmacht uitdrukken en een achterkant van het bestaan tonen. Dichten voor doden heeft ook zo'n 'achterkant', maar het geeft er een positieve draai aan. Ik wil graag een humanistisch dichter zijn.'

De rij mensen die baat hebben bij het project is volgens hem lang, van de uitvaartleiders en de lezers van de gedichten tot familieleden die soms opeens toch komen opdagen. En misschien zelfs de dode zelf. 'Ik acht niet ondenkbaar dat er na het sterven een overgangsfase is waarin de ziel het lichaam verlaat maar in de buurt blijft. Dat er aan je gedacht wordt kan dan helpen je in één keer langs de paspoortcontrole aan de hemelpoort te bengen.'

Het is een onverwacht religieuze gedachte van deze zo aardse dichter. 'Ik ben katholiek opgevoed, maar ik ben niet gelovig. Maar ik geloof wel in de bijna religieuze kracht van poëzie.'

Goed voorgedragen poëzie kan als een gebed werken, meent Starik. 'Ik heb altijd van vervoering gehouden, van overgave aan het moment bij optredens. Bij de poëzienachten als in Utrecht en Goirle wordt het woord ook gretig ingedronken, als bij een gospel. Dat zijn heerlijke plekken om voor te dragen.'

Optredens Frank Starik: vrijdag 24 maart, Nacht van het Gedicht, Goirle, 20.30 uur (tel. 013 -5343400); zaterdag 25 maart, Nacht van de Poëzie, Utrecht, 20.00 uur (tel. 030-2314544).