Hoe Oekraïne uit de depressie kan komen

Oekraïne is bevangen door een postrevolutionaire ontgoocheling. Uitzicht op het lidmaatschap van de EU en de NAVO zou het tij kunnen keren, betoogt Václav Havel.

Bij alle revoluties draait de euforie uiteindelijk uit op ontgoocheling. In een revolutionaire sfeer van solidariteit en zelfopoffering denken mensen meestal dat het paradijs op aarde onontkoombaar is als de overwinning eenmaal is behaald.

Dat paradijs komt natuurlijk nooit en dus volgt - uiteraard - de teleurstelling. Op het ogenblik lijkt dit het geval in Oekraïne, waar de bevolking zich amper een jaar na de geslaagde Oranje Revolutie opmaakt om een nieuw parlement te kiezen.

Postrevolutionaire teleurstelling, vooral na de revoluties tegen het communisme - en in het geval van Oekraïne de revolutie tegen het postcommunisme - is een psychologische kwestie. De nieuwe omstandigheden hebben de meeste mensen nieuwe uitdagingen opgelegd. Vroeger werd alles door de staat beslist, en veel mensen zijn de vrijheid als een last gaan zien, omdat zij de voortdurende noodzaak tot beslissingen met zich meebracht.

Ik heb deze psychologische kater wel eens vergeleken met mijn eigen toestand na mijn gevangenschap: jarenlang had ik naar vrijheid verlangd, maar toen ik eindelijk was vrijgelaten, moest ik de hele tijd beslissingen nemen. Wie opeens dagelijks met veel keuzemogelijkheden wordt geconfronteerd, krijgt hoofdpijn en wil onbewust soms terug naar de gevangenis.

Deze depressie is waarschijnlijk onvermijdelijk. Maar op maatschappelijke schaal wordt ze uiteindelijk overwonnen naarmate er nieuwe generaties opgroeien. Vijftien jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie lijkt zich zelfs een nieuwe catharsis te voltrekken en de Oranje Revolutie in Oekraïne maakte daar deel van uit.

In Oekraïne blijkt heel duidelijk dat het proces van de zelfbevrijding van het communisme per definitie gepaard ging met een reusachtige privatisering. Natuurlijk hebben de leden van de oude gevestigde orde, met hun kennis van zaken en connecties, veel van het geprivatiseerde bezit verworven.

Dit 'onontkoombare' proces heeft het politieke leven en de media vergiftigd, waardoor een vreemde staat met een beperkte vrijheid en een maffia-achtige omgeving is ontstaan. De nuances in de postcommunistische wereld verschilden van land tot land, maar de nieuwe generaties die in deze maatschappijen opgroeien lijken er nu genoeg van te hebben.

De Oranje Revolutie in Oekraïne en de Rozenrevolutie in Georgië lijken dit te bevestigen. Terwijl de revoluties eind jaren tachtig en begin jaren negentig gericht waren tegen totalitaire communistische regimes, is nu hun doel verlost te worden van dit maffia-achtige postcommunisme.

Maar voor een onomkeerbare verandering is een werkelijk onafhankelijke en onkreukbare rechterlijke macht vereist. Te vaak volgt in zaken met een politiek element geen ondubbelzinnige uitspraak over de verdenkingen en beschuldigingen van wangedrag. Dat is begrijpelijk: het communistische rechtsstelsel werd gemanipuleerd ten dienste van het bewind, en duizenden rechters kunnen niet van de ene dag op de andere vervangen worden.

Hoewel een terugkeer naar de oude Sovjet-Unie niet mogelijk is, geven sommigen de schuld van de ontgoocheling in Oekraïne aan de Russische invloed. Inderdaad heeft het Russische beleid alarmerende elementen, hoofdzakelijk omdat Rusland nooit echt heeft geweten waar het begint en waar het eindigt. Het bezat of overheerste tal van andere landen en verwerkt nog altijd met de grootste tegenzin het verlies van dit alles. In de uitspraken van president Poetin lijkt wel eens heimwee naar de sovjet-tijd door te klinken. Laatst heeft hij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zelfs een tragische vergissing genoemd. Maar die sovjet-nostalgie heeft veel meer te maken met de traditionele ambities van Rusland als grote mogendheid dan met het communisme. Rusland zou volgens mij duidelijk moeten zeggen - en de internationale gemeenschap zou duidelijk tegen Rusland moeten zeggen - dat het grenzen heeft vastgesteld die niet meer ter discussie zullen staan, omdat de meeste conflicten en oorlogen in wezen om betwiste grenzen draaien.

Maar ik wil Poetin ook niet demoniseren. Hij kan voor iemand die hem na staat - zoals dictator Alexander Loekasjenko van Wit-Rusland - de olieprijzen verlagen en bij iemand anders aan een marktprijs vasthouden, maar dat is eigenlijk alles wat hij kan doen.

Een van de redenen dat een conflict onmogelijk lijkt, is de belofte van integratie in het Westen, want dat is evenzeer een kwestie van geografie als van gedeelde waarden en cultuur. Oekraïne behoort tot een verenigd Europees politiek geheel. De waarden die Oekraïne onderschrijft en die zijn ingebed in zijn geschiedenis, zijn in de kern Europees. De Tsjechische ervaring laat zien dat de invoering van alle normen van de Europese Unie om in aanmerking te komen voor lidmaatschap enige tijd vergt. Maar in principe kan ook Oekraïne daarin slagen.

Hetzelfde geldt voor Oekraïne en de NAVO. Het wezen van de moderne veiligheid wordt gevormd door bondgenootschappen die berusten op gedeelde regels, normen en waarden. De NAVO bepaalt bovendien in zekere zin de invloedssfeer van een beschaving, wat natuurlijk niet betekent dat de NAVO-gemeenschap beter is dan een willekeurige andere. Maar het is wel een gemeenschap waartoe het goed is te behoren.

Het NAVO-lidmaatschap brengt verplichtingen met zich mee, omdat zich situaties kunnen voordoen waarin de NAVO gevolg geeft aan een oproep van de Verenigde Naties en militair ingrijpt buiten haar gebied, wanneer bijvoorbeeld ergens volkenmoord wordt gepleegd. Net als het EU-lidmaatschap heeft het NAVO-lidmaatschap een prijs. Maar de voordelen wegen ruimschoots op tegen de mogelijke nadelen.

Het is aan de Oekraïeners om een beslissing te nemen en zo de postrevolutionaire ontgoocheling te boven te komen.

Václav Havel is oud-president van de Tsjechische Republiek. © Project Syndicate