EU heeft inzake Iran haar rol ten onrechte verspeeld

Er is Politiek met een grote P en politiek met een kleine p. Zo is er ook Diplomatie en diplomatie. Bij Diplomatie gaat het om machtsverhoudingen die de toestand in de wereld bepalen en om de veranderingen daarin. Bij diplomatie gaat het om de kleine ergernissen die desondanks een helder licht werpen op wat er tussen staten omgaat.

Zo hebben we in de Iraanse kwestie het optreden van de E3 en de P5. De E3 zijn de staten van de Europese trojka: Duitsland, Engeland en Frankrijk, ook wel de 'tenoren' genoemd. Zij beijverden zich een tijdlang voor een diplomatieke oplossing van het geschil over het Iraanse atoomprogramma. Nu de handeling is doorgeschoven naar de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties gaat het om de opstelling van de P5, de permanente leden: Amerika, Rusland, China, Engeland en Frankrijk.

Wie is afgevallen? Precies, Duitsland. Maar toch niet helemaal. Er is, om het Duitse gezicht te redden, een (tijdelijk?) apart forum van hoge ambtenaren in het leven geroepen waarbij de bondsrepubliek informeel kan aanschuiven. Dat forum staat bij insiders inmiddels bekend als, weet Der Spiegel, E3 + 3 en niet, zoals de Duitse diplomatie had gewenst, P5 +1.

Het is daar waar de diplomatie met een kleine d begint. Er is niets onregelmatigs gebeurd, maar Berlijn voelde zich met reden gepasseerd toen zijn ambassadeur bij de VN in eerste instantie van het overleg werd uitgesloten. Een paar jaar lang in de diplomatieke voorhoede verkeren in een zaak die van belang wordt geacht voor het behoud van de wereldvrede en dan plotseling aan de zijlijn staan, dat is nauwelijks aanvaardbaar. Zeker voor een land dat zich eerder heeft ingespannen om in deP-groep van de VN te worden opgenomen. Duitsland, de volkrijkste lidstaat van de Europese Unie, met de sterkste economie, eens door een Amerikaanse president aangewezen als natuurlijk Europees leider en dus op het continent de belangrijkste gesprekspartner van Washington, bovendien een staat met een direct belang bij het reilen en zeilen in de betrokken regio, het Midden-Oosten, wordt zonder verdere plichtplegingen als volwaardig gesprekspartner afgedankt.

Natuurlijk gaat het in de Iraanse kwestie om de fundamentele vragen die deze oproept en de antwoorden die daarop dreigen te worden gegeven. Op het oog is de gang van zaken regulier. Drie Europese landen proberen in langdurige onderhandelingen de Iraanse regering ervan te weerhouden het Iraanse verrijkingsprogramma ten behoeve van een eigen onafhankelijke atoomindustrie door te zetten. Aanvankelijk lijken zij succes te boeken, maar tenslotte strandt het overleg. Vervolgens wordt Iran in de beheersraad van het in Wenen gevestigde VN-Atoombureau in gebreke gesteld en wordt de zaak doorverwezen naar de VN-Veiligheidsraad waar eventueel sancties kunnen worden opgelegd.

Bij nadere beschouwing echter betekent het op afstand plaatsen van Duitsland meer dan alleen het logische en onvermijdelijke gevolg van een institutioneel proces. In de trojka was Duitsland als niet-atoommogendheid een uitgekiende vertegenwoordiger van alle andere lidstaten van de Unie en bezat het als zodanig geloofwaardigheid tegenover Iran.

Erkende atoommogendheden als Engeland, Frankrijk en de VS hebben een probleem wanneer zij andere mogendheden er toe pressen af te zien van zelfs maar een op vreedzaam gebruik gerichte ontwikkeling van eigen kernenergie.

We kunnen nog een stap verder gaan. Aanvankelijk liet Europa zich in het overleg met Iran vertegenwoordigen door een andere, meer 'Brusselse', trojka. Die bestond uit de hoge diplomatieke vertegenwoordiger van de Europese Unie, de Spanjaard Solana, de Europese Commissaris voor buitenlandse betrekkingen, destijds de Brit Patten, en de minister van Buitenlandse Zaken van het land dat tijdelijk het voorzitterschap van de EU bekleedde. Geruisloos werd deze trojka vervangen door de drie 'tenoren', waardoor niet alleen het institutionele karakter van de missie verloren ging, maar Europa zich in een geheel andere, want atomaire, gedaante aan Iran vertoonde. De EU zelf is, ondanks het lidmaatschap van Engeland en Frankrijk, verdragsmatig, historisch en naar instelling en geest geen atoommogendheid, geen entiteit die erop uit is of zou kunnen zijn om de beschikking over kernwapens te krijgen.

Wie vanuit deze gezichtshoek naar de verwikkelingen rond het Iraanse atoomprogramma kijkt, ziet verschuivingen die invloed moeten hebben gehad op het verloop van het overleg. De omzetting van de Europese trojka namens 'Brussel' in een trojka van drie mogendheden waarvan twee over een kernwapen beschikken, een ingrijpende verandering van het tableau de la troupe, moet voor de Iraanse regering een onaangename verrassing zijn geweest. Dit temeer sinds die laatste trojka in de loop van de tijd meer en meer de aanpak en woordkeus van Washington tot de zijne heeft gemaakt.

De Europese trojka is nu van het toneel verdwenen. Voor Duitsland is dat een diplomatieke tegenslag, voor de Europese Unie is het een vergroot verlies aan invloed. Engeland en Frankrijk treden in de VN-Veiligheidsraad niet op als vertegenwoordigers van de EU, ook niet in de Iraanse kwestie. Zij ontlenen hun status als permanente leden van 's werelds hoogste orgaan aan afspraken die tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt.

De EU had beter op haar belangen moeten letten en destijds moeten vasthouden aan de oorspronkelijke 'Brusselse' trojka die zij zo zonder slag of stoot uit het zicht heeft laten verdwijnen. Nu wordt over haar belangen beslist zonder dat zij wordt gehoord, laat staan dat zij mag meepraten.

Achter de kleine d van diplomatie gaat de grote D van Drama schuil. Zeker als diplomatie plaatsmaakt voor militair ingrijpen. Die optie ligt bij de Amerikanen nog altijd ter tafel.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.