En de winnaar is: “Naïef. Super'

Afgelopen week werd er in het Europees Parlement weer fel gedebatteerd. Over literatuur. Scholieren uit tien landen mochten een Europese boekenprijs toekennen. “Het is zo'n klein boekje, maar het zit vol emotie!“. De winnaar moest ervan huilen.

“De zwemmer van Zsuzsa Bánk gaat over eenzaamheid, die kun je voelen. Dat is de kracht van de roman. Het boek laat je alleen, dat wil de schrijfster gewoon.“ Met deze woorden verdedigt de Nederlandse Kim Evers, een tikje zenuwachtig maar ferm, in de vergadering haar favoriete boek, voordat ze van repliek wordt gediend door Joanna uit het Franse Annecy: “Als lezer heb je toch zeker geen zin om je eenzaam te voelen!“

De meisjes, allebei zo rond de 16, doen mee aan de verkiezing van de derde Prix Européen des jeunes lecteurs, de beste Europese roman voor jonge lezers. Heuse gedelegeerden zijn Kim en Joanna, afgevaardigd door hun school om in een van de zalen van het immense Europese Parlement in Straatsburg de literaire keuze van hun klas te verdedigen. 25 middelbare scholen uit tien verschillende landen doen mee. Uit Nederland is er Lyceum De Grundel uit Hengelo. Dat is vooralsnog de enige Nederlandse school die meedoet aan het initiatief, dat dit jaar voor de derde keer wordt georganiseerd door Livres en Europe uit Rennes.

Samen met hun leraar Frans, Germain Creyghton, hebben zes scholieren uit Hengelo op vrijwillige basis de zes genomineerde Europese boeken gelezen, sommige in een Nederlandse vertaling, andere in het Engels, Duits of Frans. Iedere minuut van hun vrije tijd hebben de 5VWO leerlingen Marlieke, Kim, Fleur, Wendy, Leonie en Carola de afgelopen weken lezend doorgebracht. Allemaal meisjes. “Jongens vinden lezen niet stoer,“ zeggen ze, “ze hebben gewoon veel minder inlevingsvermogen.“

Terwijl zo'n vierhonderd jonge lezers in de grote zaal van het Europees Parlement de vijf aanwezige auteurs (Kadare is er niet) en hun Franse vertalers aan een spervuur van vragen onderwerpen (meest gestelde vraag: is uw boek autobiografisch?), vergaderen de 25 gedelegeerden de hele dag over de verkiezing van de winnaar. Professionele tolken vertalen ieder woord dat ze zeggen. De Roemeense Lili durft van de zenuwen niet op of om te kijken, Kata uit Polen stopt midden in een zin (“I have forgotten all the words“), Guillaume uit Brest hangt tijdens zijn betoog zijn lange zwarte haar als een gordijn voor zijn ogen. Gelachen wordt er niet. Dit is een serieuze zaak. Pers wordt niet toegelaten tot de besloten beraadslagingen, de camera's van ARTE worden na een tijdje de gang op gestuurd, maar gespreksleider Emmanuel Bouju, president van Livres en Europe, huurt me in als assistent-moderator en ik mag blijven.

In de eerste tour de table beargumenteert iedere gedelegeerde zijn nummers één en twee. Simon uit Straatsburg bijt het spits af met een pleidooi voor Een fraai handschrift van de Spaanse auteur Rafael Chirbes, een in de jij-vorm vertelde roman waarin een moeder haar zoon op de hoogte brengt van de ellende die het gezin overkwam tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Simon: “Chirbes vertelt veel boeiender over Spanje dan ons geschiedenisboek op school. Je verveelt je niet. Bovendien vinden we het fantastisch dat Chirbes zich, als man, zo goed in een vrouw heeft weten te verplaatsen. Het is zo'n klein boekje, maar het zit vol emotie!“ Luis, de enige Spaanse gedelegeerde, stamelt dat ook hij voor zijn landgenoot wil pleiten. “Dit soort verhalen hebben onze ouders en grootouders ons verteld, het is allemaal echt zo gebeurd!“ Weinig van zijn leeftijdgenoten blijken onder de indruk. “Saai' luidt het oordeel van de meesten.

Hetzelfde geldt voor De televisie van de Franse schrijver Jean-Philippe Toussaint. De Nederlandse delegatie had het me al voorspeld: “Vreselijk, er zit geen doel in, geen spanning, het is een boek met veel te veel details en filosofische gedachten.“ Toen ik hun vroeg of ze niet moesten lachen om de slapstickachtige scenes of de droge humor, zoals wanneer de naakte verteller het personage Cees Nooteboom tegen het lijf loopt, trokken ze vragend hun wenkbrauwen op. Niet grappig dus. Alleen Guillaume uit Pau breekt een lans voor de minimalistische schrijver. Volgens hem wordt hier een wezenlijke, actuele vraag gesteld, namelijk, wat zouden we doen zonder televisie? “Daar breekt iedereen zich het hoofd over, onze ouders net zo goed als wij!“

Favoriet

Halverwege de eerste ronde tekent zich een favoriet af: Naïef. Super van de Noorse auteur en scenarist Erlend Loe, een boek over een 25-jarige student die ineens, tijdens een spelletje, in een depressie terecht komt en er alles aan doet daar weer uit te komen. Hij maakt lijstjes van leuke dingen, stuurt faxen, stopt met zijn studie, gaat op reis, zoekt een meisje, koopt een bal en gooit daarmee tegen de muur - Naïef. Super is een soort zelfhelpboek voor dolende twintigers met existentiële vragen. De vingers schieten omhoog. “Alleen die titel al, die pakt je meteen. Het is een heel eenvoudig boek, dat lekker wegleest, niks literairs aan. Vergeleken bij de andere boeken is dit uitrusten, het is grappig en je kunt alles begrijpen. Het is een modern boek, echt een boek van onze generatie.“ Jenny uit Leipzig: “Het stelt de vragen waar iedereen van onze leeftijd mee zit. Je kunt je afvragen hoe je zelf met zo'n crisis zou omgaan. Het is een geruststellend boek, je wordt er blij van.“

Hoewel het enthousiasme voor Loe overweldigend is, kost het geen moeite de discussie over de andere titels gaande te houden. Daar valt nog het nodige over te zeggen. Meer dan over Loe, lijkt het wel. Kim uit Hengelo pleit voor haar tweede keuze, Koude bloemen in maart van de Albanese schrijver Ismael Kadare. “Een schitterend boek waarin de mythologie in het verhaal is geïntegreerd. Je krijgt een goed beeld van de communistische tijd en de veranderingen die daarna hebben plaatsgevonden.“ Maar nee, de andere gedelegeerden vinden het te moeilijk. “Al die mythologie! Je moet het echt twee keer lezen. En dan nog begrijp je er niets van.“ Een boek niet begrijpen is het vervelendste wat er is, leer ik.

Nog vervelender is het als er in een roman vragen worden gesteld die niet worden beantwoord, zoals in De zwemmer, de succesvolle debuutroman van de Hongaars-Duitse schrijfster Zsuzsa Bánk.

Aleksandra uit Villeurbanne spreekt lyrisch over Banks nostalgische toon en vindt het veruit het ontroerendste boek van de zes. Ariane uit Freiburg valt haar bij: “Het is wel heel tragisch dat de moeder van de verteller naar West-Duitsland vertrekt en dat de vader daar zo van in de put raakt, maar wat een subtiele stijl heeft Bánk, het is één vat gevoel met een enorme impact.“ Hoewel de Hongaarse gedelegeerde, Nora, geografisch gezien het dichtst bij Bánks achtergrond staat, betoogt juist zij zeer overtuigend dat het boek mijlenver van haar af staat, omdat het zoveel vragen stelt die onbeantwoord blijven. “Wat beweegt de personages? Hoe eindigt het verhaal? Waarom blijft die vader maar op de bank liggen?“ Allemaal irritante, onbeantwoorde kwesties, waarmee de roman de uitverkiezing verspeelt. Dat Roemeense Maria eruit leert dat je lang moet wachten voordat je dromen in vervulling gaan, mag dan al niet meer baten.

Veel enthousiasme is er voor Spionnen van de Britse roman- en toneelschrijver Michael Frayn, een spionageroman in de vorm van een flashback. Tristan uit Lescar: “Alleen de titel al, Spionnen, trok me aan, daarna werd het wat minder.“ Miroslav uit Bulgarije herkende zich in de hoofdpersoon Stephen. “Hebben we dat niet allemaal gehad, dat we iets stoms deden dat tot iets ergs leidde?“ Marie uit België waardeerde vooral de karakterontwikkeling van Stephen, “van een onderkruipertje verandert hij in een autonoom persoon, dat is mooi“.

Eerlijkheid, dat is een gemene deler in wat deze jongeren waarderen in een roman. Ze willen duidelijkheid, een heldere scheiding tussen goed en kwaad. Weg met het masker, laat jezelf zien, laat zien wat je problemen zijn en zoek vooral naar het geluk. Als een schrijver dat doet, kan de jonge lezer zich met hem of met zijn personages identificeren. Daar blijkt het uiteindelijk om te gaan. “Je moet kunnen meegaan, je moet aan het denken worden gezet, je moet je gaan afvragen wat zou ik doen?“

Na de pauze verhardt de discussie zich. “Chirbes heeft een haastklus afgeleverd, er zit geen greintje gevoel in“, meent Guillaume. Anderen blijken ineens het einde van Spionnen “al honderd bladzijden“ van te voren te hebben voorzien. En Bánks personages “blijven zo vaag dat ze bijna mystiek zijn“.

Loe blijft favoriet maar ook de tegenstanders roeren zich: “Als je wat ouder bent, vraag je gewoon wat meer dan het simplisme dat Loe je te bieden heeft.“ (Marie uit België). “Zet Erlend Loe naast Zsuzsa Bánk en Loe's boek gaat gewoon over een jongen die met een bal speelt“. Onzin, vindt Nora, Loe vertegenwoordigt onze generatie, onze tijd. Anthony uit Brest vat het nog eens samen: “Super. Naïef gaat over onze tijd, over de consumptiemaatschappij, over individualisme. Hij geeft ons levenslessen waar we ons in herkennen, waar we van kunnen leren. Bovendien is het nog knap moeilijk om zo eenvoudig te schrijven over een ingewikkeld onderwerp.“

Daarmee is de kogel door de kerk. De stemming laat een ruime meerderheid zien voor Naïef. Super. In de grote zaal van het Europees parlement mag Nora, die samen met een klein groepje het juryrapport heeft geschreven, de winnaar bekend maken. Het geroezemoes verstomt. Voor even blijven de honderden scholieren, landerig geworden van het binnenzitten, frummelend aan de microfoons, giechelend en sms-end, muisstil. Loe schiet uit zijn stoel, krijgt een minutenlange ovatie en pinkt zowaar een traan weg. Hij draagt een spijkerbroek, daarop een gifgroene joggingtrui met capuchon en een lang bruin T-shirt dat onder zijn trui uithangt. Hij ziet eruit als de onhandige, gedeprimeerde, sympathieke slungel uit zijn boek. Drie biljartballen nemen plaats op het podium: naast de kale Loe zit zijn grote literaire voorbeeld Jean-Philippe Toussaint, die bij de jongeren zoveel minder in de smaak viel, en zijn Franse vertaler en tolk Jean-Baptiste Coursaud, beiden met even kale, glimmende hoofden. De laatste heeft boven op zijn hand de slotregels van een gedicht van Theo van Doesburg getatoeëerd: ruimte ben ik (“ik was kapot van dat gedicht“).

Niet volwassen

Loe vertelt zijn publiek dat hij op zijn 22ste dacht dat hij dood ging, dat hij niet wist wat hij met zijn leven aanmoest. Verder zit er niets autobiografisch in het boek - echt niet. Hij vindt het heerlijk, vertelt hij, dat hij, ook nog op zijn veertigste, tot een generatie behoort die niet volwassen hoeft te worden - een luxe die vorige generaties niet kenden. Ja, hij gelooft in de therapeutische werking van reizen, net als zijn hoofdpersoon. De afgelopen maanden bleef hij thuis bij zijn zesjarige zoontje, leidde hij een rustig leventje, maar nu hij weer op reis is, voelt hij dat hij leeft, het gaat hem met de dag beter. Met zijn boek wilde hij de eenvoud legitimeren: naïviteit is helemaal niet zo negatief als altijd wordt gezegd, onze tijd helemaal niet zo cynisch en nihilistisch als wel wordt gedacht.

Op weg naar de ontvangst op het stadhuis vertrouwt Loe me toe dat hij die middag, op het moment dat de jury hem uitverkoos, voor zijn zoontje een Batman-motor kocht in het enorme warenhuis Galeries Lafayette. “Dat vindt hij super.“

Middelbare scholen die willen deelnemen aan dit evenement kunnen contact opnemen met livres.en.europe@wanadoo.fr, of bellen met Claire Aubert op tel.nr. 00-33-223400158.