Een spannend geluid waar de rafels nog aan hangen

Toen Beth Orton het “fingerpickin'-gitaarspel van Jim O'Rourke hoorde op diens EP Halfway To A Threeway, wist ze dat ze de juiste man had gevonden om haar vierde album gestalte te geven. Ja, Comfort Of Strangers klinkt een stuk organischer, schetsmatiger en spontaner dan haar vorige albums, waarop ze haar singer-songwriter-gevoeligheden nog koppelde aan de weelderige, dance-achtige productiestijl van lui als William Orbit, Chemical Brothers en Red Snapper. En nee, O'Rourke speelt amper gitaar op deze plaat: die taak nam Orton toch zelf op zich.

Multi-instrumentalist O'Rourke bediende het gros van de overige instrumenten en zorgde als producer voor een spannend geluid waar de rafels nog aan hangen. Dat was nadrukkelijk de bedoeling bij dit in twee luttele weekjes opgenomen album, dat in zijn intieme opzet heel wat over het fenomeen Beth Orton prijsgeeft.

Iets meer variatie in het wel erg introverte songmateriaal had haar een bol extra opgeleverd, maar Comfort Of Strangers is hoe dan ook een schitterende poging om het singer-songwriter-idioom de eeuw door te helpen.

Beth Orton: Comfort Of Strangers

EMI