Drijfzand koloniseren

In zijn bespreking van mijn novelle Drijfzand koloniseren (Boeken, 17.03.06) bereikt Arnold Heumakers een nieuw dieptepunt in het klakkeloos vereenzelvigen van auteur en verhaalpersonage.

Een psychotische jongeman, op het punt een beduidend oudere vrouw te overweldigen, zegt malicieus: `God heeft de man speekselslierten gegeven om de vrouw williger te maken.` Omdat de scène al pijnlijk genoeg is, bied ik de lezer vervolgens een witregel om de rest met zijn eigen verbeeldingskracht aan te vullen. Voor Heumakers is dat niet genoeg. Hij legt uit dat de jongeman, om de bejaarde vrouw te kunnen penetreren, `eerst zijn toevlucht moet nemen tot A.F.Th.`s favoriete erotische vertier met tong en speeksel`.

Behalve dat het onbehoorlijk is voor een recensent om seksuele voorkeuren of specialismen van een schrijver in een boekbespreking te onthullen, blijft de vraag gerechtvaardigd: hoe kan de heer Heumakers zoiets intiems over mij weten? Ik heb ik de loop der jaren heel wat artikelen van de heer Heumakers doorgeploegd, vaak inderdaad met de tong op mijn schoenen, maar voor zover ik kan nagaan heb ik nooit cunnilingus op de heer Heumakers toegepast, niet mét beschermende beflap en niet zónder - misschien tot teleurstelling van de heer Heumakers. Als hier sprake is van wensdenken, kan men zich afvragen of het boekenkatern van een kwaliteitskrant de geëigende plaats voor een criticus is om over dergelijke intieme dameszaken te fantaseren.