Denken aan de camera

Oudere, succesvolle en voornamelijk in zichzelf geïnteresseerde mannen zijn de specialiteit van Tim Parks aan het worden. Na een rechter (in Judge Savage, 2003) en een bankier (in Rapids, 2004) is het in Buiten bereik een beroemde televisiepresentator die in een midlife-crisis verzeild raakt. Wat heet, op de toppen van zijn roem en na een genadeloos interview met de Amerikaanse president, trekt Harold Cleaver zich terug in de bergen van Zuid Tirol. Het betreft hier niet zomaar een vakantie; Cleaver wil alle banden met de wereld doorsnijden. Bij het vallen van de winter neemt hij zijn intrek in een primitief bouwsel middenin de bossen, zonder telefoon, tv of zelfs maar electra. Zijn enige contact is dat met een boerenfamilie die een uur gaans verderop woont.

Tim Parks Foto Vincent Mentzel Tim PARKS,auteur. foto VINCENT MENTZEL/NRCH ==F/C==Milaan, Restaurant La Brisa, 24 februari 2003 Mentzel, Vincent

De mobiele telefoon - Cleaver heeft er twee, een rode en een grijze - als symbool voor het hypernerveuze netwerkbestaan. De mens die uit dat bestaan verlossing zoekt in de pastorale idylle. Inderdaad, de ideeën in Buiten bereik zijn zo oud als respectievelijk de telefoon en de stad. Maar in Judge Savage bewees Parks al dat hij met afgekloven metaforen goed uit de voeten kan, door de intensiteit en het raffinement waarmee ze toepast. In Buiten bereik is de pastorale idylle bijvoorbeeld goed vermomd als een oncomfortabele, soms fysiek pijnlijke strijd om in leven te blijven. De “jacuzzi van nieuws' waarin Cleaver voor zijn verhuizing naar de bergen rondzwom maakt Parks bijna tastbaar: de eeuwige urgentie van de opborrelende nieuwsbellen, de leegte die ze bevatten.

Als anchorman was Cleaver zelf nieuws geworden, en zijn brein een journaal. Ook in de bergen kan hij alleen nog denken in termen van afgeronde verhalen, interpretaties. “Het was koud en het regende dus ik voelde mij als een acteur,' zong David Bowie ooit, en net zo denkt Cleaver middenin de bossen nog na over zijn breedgerande vilten hoed - hoe die zijn imago zeker geen kwaad zou doen, als er ineens een cameraploeg zou opduiken.

De directe aanleiding voor Cleavers vlucht is ook een verhaal: zijn zoon heeft een boek gepubliceerd, waarin hij zijn vader genadeloos te kijk zet als een windbuil. Cleaver is er woedend over, hij kan niet laten in zijn gedachten steeds zijn eigen verhaal tegenover dat van zijn zoon te zetten. Niks Zen in de bergen. In Cleavers hoofd gaat de media-oorlog onverdroten voort.

In 2003 gebruikte Parks rechter Savage, diens eindeloze telefoontjes en talloze rechtszaken om iets te zeggen over de onmogelijkheid anderen te beoordelen in een vluchtige, gefragmenteerde samenleving. In Buiten bereik verlegt hij die thematiek naar het moderne zelf. Bestaat er nog zoiets als een authentieke persoonlijkheid, of valt Cleaver geheel samen met zijn imago? Is hij nog in staat tot intimiteit? Langzaam blijkt wat er onder de dikke lagen van deze tv-persona begraven ligt: onverwerkt leed om een gestorven dochter, om gebrek aan contact met zijn kinderen. Onder alle modieuze mediaspeak blijkt Cleaver een middelbare man als zo velen; versteend in afstandelijkheid door zijn angst om iets te voelen.

Buiten bereik is een erg knap boek. In Cleavers interne monoloog husselt Parks de ik en de hij-vorm door elkaar - argeloze observatie verandert zo onmiddellijk in interpretatie. Het effect is zo opvallend en wordt zoveel gebruikt, dat het meer wordt dan een innerlijk portret in taal. Niet alleen het personage, ook de schrijver Tim Parks lijkt gevangen in een overdaad aan duiding, in een overuren draaiend, journalistiek-literair brein. Na dertien romans in hoog tempo geschreven te hebben, lijkt hij zich af te vragen waar in de kakofonie van media- en literaire stemmen nog ruimte is voor onbeladen taal, verse beeldspraak, argeloze waarneming.

Maar een knap boek is nog geen goed boek. Cleavers enorme ego zit niet alleen hemzelf, het zit ook de lezer behoorlijk in de weg. Mocht u zich, bijvoorbeeld, afvragen waarom Cleaver Cleaver heet, Cleaver zelf legt het omstandig uit. Dit alles is natuurlijk precies de bedoeling, want zo ervaart ook de lezer Cleavers taal- en beeldspraakmoeheid. Alleen: Cleaver kan daaraan ontsnappen, maar de lezer niet.

Cleaver, ja, die verpandt ondanks zichzelf zijn hart aan het ruige leven. In muziek, en, welja!, in het gevoel van een baby tegen zijn borst vindt de anchorman een nieuwe taal: communicatie zonder interpretatie.

De schrijver Parks probeert afstand te nemen van zijn overladen, analytische stijl, maar voorlopig heeft hij in ruil alleen abrupt opgevoerd, slecht uitgewerkt sentiment. Dat levert een roman op die zijn aanzienlijke belofte uiteindelijk niet waarmaakt.