De revolutie van het lijf

De vergrijzing komt eraan en dat is duur, waarschuwde onlangs het Sociaal Cultureel Planbureau. Maar dat is nog maar het topje van de ijsberg, betoogt een pamflet dat in Frankrijk veel ophef veroorzaakt. De hele maatschappij en de politiek gaan op de schop, omdat we steeds langer leven.

Dat Europeanen steeds ouder worden, is gevoeglijk bekend. De spectaculaire vooruitgang van de medische wetenschap, het feit dat we weinig oorlogen meer voeren, het afnemen van zwaar lichamelijk werk en talloze andere factoren hebben ertoe bijgedragen dat de gemiddelde leeftijd van een Europeaan in honderd jaar tijd praktisch is verdubbeld. In 1900 werd de gemiddelde Fransman nog geen 45 jaar. Nu sterft hij als hij tachtig is. Elk jaar wordt de gemiddelde levensverwachting met 2,4 maand gerekt. Als dat zo doorgaat, wordt één op de twee meisjes die in het jaar 2000 geboren zijn, honderd.

De maatschappelijke gevolgen zijn groot. Overal in de westerse wereld worden discussies gevoerd over de vraag hoeveel langer de slinkende populatie van werkenden de pensioenen, de ziektekosten en daarmee het welzijn van de groeiende groep ouderen kan blijven financieren. In een omslagverhaal over de noodzaak van langer werken noemde The Economist onlangs een aantal bedrijven dat zeventigers en tachtigers in dienst heeft, een voorbeeld voor de toekomst.

Volgens Hervé Juvin, de Franse auteur van het boek L'Avènement du corps, (“De toekomst van het lichaam') dat in Frankrijk veel stof deed opwaaien, zijn deze sociaal-economische discussies nog maar het topje van de ijsberg. Juvin, directeur van het adviesbureau Eurogroup Institute en vice-voorzitter van AGIPI, de grootste vereniging van verzekerden in Frankrijk, betoogt in dit boek dat de hele sociale, economische en politieke orde zoals wij die nu kennen, op de schop moet. Niet zozeer door de vergrijzing op zich, maar door een fenomeen waar de vergrijzing wel een cruciale rol in speelt: de onstuitbare opmars van het welzijn van het lichaam, als leidraad van het menselijk bestaan. “Voor iemand die een eeuw oud kan worden, is alles wat is gebouwd, gedacht, of in wetten gegoten rond een korte levensloop, verkeerd. Alles - familie, huwelijk, cultureel erfgoed, spaargeld, moraal - moet opnieuw tegen het licht worden gehouden.'

Voor minder doet de auteur het niet en zijn boodschap is dan ook niet onopgemerkt gebleven. Le Monde noemde het boek, al is het soms nogal drammerig geschreven, een “noodkreet'. Juvin beschrijft volgens de recensent van de krant een “nieuw menselijk lot waarvan de parameters opnieuw gedefinieerd moeten worden'. The Financial Times stelde vast dat de huidige obsessie met gezondheid “van onze waarden en politieke cultuur een aanfluiting maakt'. In Frankrijk zelf gaat Juvin avond aan avond in debat, zowel op televisie als in zaaltjes. L'Avènement du corps is geschreven als pamflet, een genre waar in Frankrijk vaak onmiddellijk een weerwoord op volgt. Maar in dit geval is er eigenlijk nog niemand opgestaan die de centrale boodschap van Juvin heeft aangevallen. En die luidt dat zich in de westerse wereld sinds enkele decennia een revolutie aan het voltrekken is, waarvan niemand de gevolgen kan overzien.

De mens, schrijft Juvin, is niet meer gewend om te lijden of jong te sterven. Hij accepteert het ook niet meer. Waar vrouwen traditioneel soms tien kinderen kregen, onder meer omdat ze er rekening mee hielden dat hun er een paar vroegtijdig - door ziektes en oorlogen - zouden ontvallen. Dat gebeurt nu niet meer - althans, in deze contreien. En als je maar één of twee kinderen hebt, komt zo'n verlies ook veel zwaarder aan. Vandaar dat mensen proberen om elk risico te vermijden. Kinderen zet je niet meer met vier tegelijk op de achterbank - je gordt ze tot hun twaalfde vast in een verantwoord stoeltje.

Niet alleen voor de jeugd, ook voor ouderen zijn de gevolgen verstrekkend. Wie weet dat hij in redelijke gezondheid negentig kan worden, leeft anders dan wanneer de meetlat bij vijftig of zestig ligt. Vroeger bekortten roken, veel drinken en slecht eten het leven nauwelijks: vroeg dood ging je toch wel. Maar nu mensen ouder worden, kunnen roken en drinken hun leven tien, vijftien jaar korter maken. Vandaar dat deze verslavingen plotseling als zondes worden beschouwd, die uit de maatschappij gebannen moeten worden. Het groeiend aantal rechtszaken van burgers over teveel gegeten hamburgers en slechte voorlichting over de gevolgen van roken, lijkt erop te wijzen dat steeds meer van wat vroeger getolereerd werd, nu als onacceptabele aanslag op de kwaliteit van het leven wordt beschouwd.

Tegelijkertijd zijn er steeds meer middelen beschikbaar om het leven op een aangename manier te verléngen; van harttransplantaties tot een Botox-behandeling. Een nieuwe nier op je 65ste, of een facelift: waarom niet, als je daar nog twintig jaar plezier van kunt hebben? Als de verzekering het niet vergoedt, betalen burgers dit soort “verbouwingen' zelf wel. De naoorlogse pensioenregelingen stellen velen daartoe in staat. Zo worden de natuur en de voorzienigheid naar het tweede plan gedrukt. Mensen beschikken zelf over leven en dood. Nu de medisch-technologische middelen bestaan om ouderen vrijwel eindeloos in leven te houden, wordt het recht op euthanasie in een groeiend aantal landen een politiek onderwerp. “We verlaten de politiek zoals we haar sinds de agora en het forum hebben gedefinieerd - de zaak van gemeenschappelijk belang', schrijft Juvin. “Politiek wordt de kunst om particuliere belangen te dienen, om de verlangens van het lichaam te bevredigen.'

Welke waarde hebben woorden als vrijheid, gelijkheid en broederschap nog, vraagt Juvin zich af, in een maatschappij die enkel individuele aspiraties bedient? Volgens hem worden deze idealen al vervangen door drie nieuwe: “Gezondheid, veiligheid, plezier.' Het gemeenschappelijk belang, dat eeuwenlang draaide om continuïteit en solidariteit tussen de generaties in heden, verleden en toekomst, dient nu vrijwel uitsluitend nog de belangen van de levenden. Zij zien de staat niet langer als hoeder van de historische continuïteit. Politieke partijen die vroeger een duidelijke achterban hadden met principiële belangen (arbeiders, gelovigen, ondernemers) moeten nu een massa bedienen van compromisloze individuen, die elke politicus die hun hun zin niet geeft, wegstemmen. Zo wordt particulier belang openbaar belang.

Ministers steken steeds meer tijd en belastinggeld in het bestrijden van kanker en andere ziektes en handicaps, onveilig voedsel en onveiligheid in het verkeer, kortom alles wat het fysieke welzijn van burgers kan bedreigen. Daarop wordt een regering afgerekend, want mensen zijn bang. Bang voor andere culturen, die het lichaam nog wél zien als tijdelijk omhulsel en voor wie, zoals de Deense cartoonrel illustreert, groepsgevoel en tradities belangrijker zijn dan het recht op individuele expressie. Bang ook voor oorlogen of epidemieën, die ons pijnlijk aan onze kwetsbaarheid herinneren. Nu binnenkort de eerste hypo-allergene kat op de markt komt waarvan allergische mensen niet hoeven niezen, is het moeilijk te accepteren dat het beest nog steeds gewoon vogelgriep kan krijgen.

L'Avènement du corps schetst, met talloze voorbeelden als deze, een somber beeld van de huidige Europese samenleving, zeker voor diegenen die geloven dat het maatschappelijke debat langs oude, vertrouwde lijnen zou moeten verlopen. Maar degenen die pleiten voor de traditionele politieke waarden en solidariteit, hebben volgens Juvin het pleit allang verloren. Zeker, niet iedereen geeft zijn dochter een borstvergroting op haar verjaardag. Niet iedereen besteedt zijn geld aan cruises met zijn derde vrouw in plaats van, zoals in het verleden, een aardig bedrag aan de kinderen na te laten. Maar iedereen die dit boek leest, zal in sommige passages meer herkennen dan hem of haar lief is.

Hervé Juvin: L'Avènement du corps. Gallimard, 272 blz. 17,50

Wilt u reageren? boeken@nrc.nl