Berichten uit het rockriool

Wat vroeger Wein, Weib und Gesang heette, wordt sinds een halve eeuw seks, drugs & rock “n' roll genoemd. Na lezing van René van Stipriaans collectie teksten van ooggetuigen van de wereld van de populaire muziek in de tweede helft van de 20ste eeuw, blijkt ook de Italiaanse uitdrukking vivere pericolosamente passend. Want het gaat hier vooral om naast seks, roem en gezang vooral om heel veel drugs en heel veel dood.

Aangezien het beffen, berijden, bespuiten, instorten, uitkotsen, verongelukken en overlijden hier ten deel valt aan wereldberoemdheden, en deze zaken bovendien zo mogelijk worden opgetekend uit hun eigen mond, komt in ieder geval de gezond nieuwsgierige lezer bij Van Stipriaan aan zijn trekken. Maar er zijn ook subtielere zaken in het boek verwerkt, zoals een uitgebreide analyse van de onderlinge verhouding tussen de Beatles en de Kinks, opgetekend door een van de betere stilisten, zanger Ray Davies. Het goede aan het boek is dus niet alleen de fascinatie van de gruwel die opdoemt uit een mist van opium en verdwazing. Zoals ook al bleek aan wie de recente films van Martin Scorsese over Bob Dylan heeft gezien, zijn de grootste pophelden gisse jongens, die het hoofd koel houden. Dylan, McCartney, Chuck Berry, Miles Davis blijken uit hun eigen uitspraken of die van anderen zakelijke genieën. De warhoofden in Van Stipriaans boek, en dat zijn er nog al wat, tuimelen terug in de anonimiteit, of sneuvelen op een slagveld van injectienaalden. Ondertussen lezen we een fascinerend portret van een verloren generatie. Voor de popliefhebber is het beeld dat opdoemt ontluisterend. Er valt haast geen vrolijke, gezonde popmusicus te registreren.

Veelbetekenend, is dat de aandacht van de lezer gaandeweg verslapt, omdat het belang van het beschrevene steeds minder evident lijkt. Na enige, enigszins gratuite, getuigenissen van de zang van de negerslaaf, komt het boek vol op toeren in de late jaren vijftig van de vorige eeuw, en blijft zo als een ware pageturner door draaien tot de late jaren zeventig. Daarna slechts herhaling en slappe aftreksels. Zo schetst het boek naast de teloorgang van een generatie die van een genre - namelijk creatieve, vernieuwende, bloeiende popmuziek.

Jammer, en misschien ook een gevolg van de selectie, is dat er relatief weinig over de muziek zelf wordt gepraat. Weinig over de ontwikkeling van de Beatles als musici bijvoorbeeld, over genre-kruisingen, over poëzie, over de status van een opname, of over het ontstaan van het “concept-album' als kunstvorm. Dat maakt dat de lectuur vooral gênant blijft. Want dat artiesten gevaarlijk leven, wisten we al.

René van Stipriaan: Ooggetuigen van de Rock “n' Roll in meer dan honderd reportages. Bert Bakker, 416 blz. euro19,95