Veel recidive bij jeugdige tbs'ers

De behandeling van jonge criminelen in justitiële jeugdinrichtingen is zo gebrekkig, dat de kans groot is dat zij later in een tbs-kliniek belanden. Plaatsing in een justitiële jeugdinrichting (ook wel jeugd-tbs genoemd) is in de praktijk het voorportaal voor tbs.

Dat betoogden A. Bartels, onderzoeker van de Mesdagkliniek, en N. Duits, projectleider van de Forensisch Psychiatrische Dienst voor jongeren, gisteren tegenover de tijdelijke commissie Onderzoek tbs van de Tweede Kamer.

Jongeren kiezen na ontslag uit een jeugdinrichting veel vaker opnieuw het criminele pad dan ex-gedetineerden of ex-tbs'ers. Het recidivepercentage van tbs'ers is 28, voor reguliere gedetineerden 58 en voor jongeren na behandeling in een jeugdinrichting 68. Volgens onderzoeker Duits scoren jongeren zo hoog omdat de plaatsingsmaatregel, in tegenstelling tot tbs, voor slechts maximaal zes jaar kan worden opgelegd.

Jeugd-tbs werd in 1995 ingevoerd en is sindsdien 650 keer opgelegd. Met de groei van de jeugdcriminaliteit, met name onder allochtonen, groeit ook het aantal plaatsingsmaatregelen. De laatste twee jaar werden er 250 opgelegd. Maar het schort volgens Duits ook aan effectieve behandelmethodes en een goede selectie van kandidaten. 'Er wordt geïndiceerd op hoop, niet op wat werkelijk mogelijk is. En er bestaan geen effectiviteitscijfers.'

Jongeren met stoornissen belanden in een jeugdinrichting, terwijl ze eigenlijk in een psychiatrisch ziekenhuis horen.

Volgens Bartels kampen de inrichtingen met een groot personeelsverloop, hoog ziekteverzuim en een chaotische bedrijfsvoering. Ook willen de inrichtingen hun behandelmethodes vaak niet ter discussie te stellen. 'Men houdt vast aan de eigen theorie.'

Het aantal jeugdcriminelen met psychiatrische problemen neemt volgens Bartels toe, met name in achterstandswijken. Daarbij kan alcohol- en drugsgebruik de situatie verslechteren.