Rottende kerstomaatjes in de wadi's

De groenteteelt in de verlaten Israëlische kassen in de Gazastrook vormde het enige Palestijnse succesverhaal. Maar Israël houdt de grens grotendeels dicht voor Palestijnse export en de onderneming staat op sluiten.

De donkerrode paprika's zijn al weken oogstrijp, maar hangen nog aan hoog opgeknoopte planten. Naast de ingang van het kassencompex bij verwoest Netzarim, de voormalige Israëlische nederzetting naast Gazastad, liggen tonnen kerstomaatjes, komkommers en paprika's te wachten op transport.

De groente zal Europa niet bereiken, want de enige grensovergang voor Palestijnse goederen, het Israëlische Karni ten oosten van Gazastad, is al maandenlang gesloten voor de export. De bewaking is een soort werkverschaffingsproject voor Palestijnse hangjongeren die als gewelddadige leden van de Aqsabrigades van de straat gehouden moeten worden. Zij worden ook ingeschakeld bij het volstorten van de wadi's met rottende groenten. Arbeiders torsen volle tassen en dozen met gratis groenten naar de taxibusjes.

'We stellen de oogst uit, we geven weg aan ziekenhuizen en de doodarmen, maar we moeten heel voorzichtig zijn omdat we de kleine boeren die alleen voor lokale markt werken niet kapot willen concurreren, we gooien het meeste weg', vertelt Abdul Fatah al-Eilah, de bedrijfsleider.

Onder internationale druk heeft Israël dinsdag (een half uur uurtje) en woensdag Karni tijdelijk heropend voor de invoer van levensmiddelen. Ook via Egypte worden meel, melk, suiker naar Gaza gebracht nadat de VN-organisatie voor de Palestijnse vluchtelingen had gewaarschuwd voor een humanitaire crisis. Er is een groot tekort aan brood, benzine en medicijnen; groente en fruit zijn er in overvloed.

'We zijn door Israël op dieet gezet', grijnst Khalid, een van de bewakers, die een toespeling maakt op uitspraak van een Israëlische regeringsadviseur. En, zegt deze jonge, zwaar bewapende commandant: 'Komt goed uit, want we worden al maanden niet betaald.'

Galgenhumor is niet besteed aan Mohammed Bader, de productiemanager van alle kassen in de Gazastrook en de manager van 5.000 werknemers. In november 2005 was deze nuchtere landbouwkundig ingenieur nog vol goede moed. In verrassend tempo bouwde hij met een fonds dat was ingesteld door ex-Wereldbank-president James Wolfensohn de kassen van de verlaten nederzettingen op. Twee maanden na het vertrek van de Israëliërs was 70 procent van de kassen in bedrijf.

Bader: 'In december konden we voor het eerst oogsten: aardbeien voor de Europese markt. We waren optimistisch, op het emotionele af. Maar na twee weken ging Karni dicht en sindsdien is de grens alles bij elkaar een maand open geweest voor de export. We hebben geen haven, geen vliegveld, er is geen alternatief. Het verlies bedraagt nu 6,5 miljoen dollar, omdat we de kassen nog niet hebben gesloten. Geen bedrijf kan dat lang volhouden.'

De arbeidstijd van de 5.000 werknemers met een gemiddeld loon van 10 euro per dag is bekort van zes tot vier dagen, maar de rekeningen voor water, diesel voor de pompen en elektra voor de koelhuizen blijven komen. 'We zijn, omdat we geen betrouwbare leverancier kunnen zijn, ook onze markten nagenoeg kwijt', vertelt Bader van de Palestine Economic Development Company. 4.000 ton groente en fruit heeft hij vernietigd of weggegeven.

Het enige Palestijnse project met economisch potentieel, het hoogst zeldzame positieve verhaal in de Gazastrook met 1,4 overwegend verarmde inwoners, stevent af op een treurigmakend slot. Bader en zijn bestuurders overwegen nog deze maand de onderneming te sluiten en de arbeiders te ontslaan. Het fonds van de Amerikaanse, Israëlische en Arabische zakenlieden, verenigd in een consortium, is beperkt en de diep gefrustreerde James Wolfensohn staat op het punt zijn functie als gezant van het Kwartet (VN, VS, EU en Rusland) op te geven.

De verloren oogsten symboliseren het isolement waarin de Palestijnen zijn gekomen. 'Zij willen ons onder druk zetten wegens Hamas. Maar Hamas is zo groot geworden juist dankzij Israël en de Verenigde Staten. Wat wij nu meemaken bevestigt in de ogen van velen het gelijk van Hamas. Dank u wel meneer Olmert en meneer Bush', zegt Bader.

Het optimisme over het kassenproject werd vorig jaar versterkt door de actieve bemoeienis van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rice. Eigenhandig schreef zij het Israëlisch/Palestijnse 'november-akkoord' over de grensovergangen. Israël moest waarborgen dat 'de mogelijkheden voor de export voortdurend gecontinueerd zouden worden'. Op kosten van de VS zou Karni volledig worden gemoderniseerd met de modernste apparatuur voor het controleren van containers. Daags na de verkiezing van Hamas werd dat technisch werk stilgelegd en van Rice is weinig meer vernomen.

De aanhoudende beschietingen met de amateuristische Qassamraketten en vervolgens de verkiezing van Hamas waren Israëls argumenten om Karni dicht te houden en alle export via de andere grensovergangen te verbieden. Exporteren via Egypte is bij gebrek aan voorzieningen en Israëlische dreigementen om Rafah te sluiten, geen alternatief.

Met verkiezingen in het vooruitzicht (28 maart) wil waarnemend premier Olmert geen enkel risico lopen en blijft Karni gesloten 'wegens dreigende aanslagen'. Niets wijst erop dat de Israëlische regering na de verkiezingen Karni zal openstellen en de afspraken alsnog zal naleven. 'Zolang Hamas aan de macht is, doen we geen zaken. Een vrije exportmarkt verhoudt zich niet met vrije terroristen', aldus Olmerts woordvoerder Gissin.

De Palestijnse weg naar Karni is zwaar bewaakt met vier checkpoints die alleen met speciale toestemming gepasseerd kunnen worden. Het terrein zelf is afgesloten. Bij Al-Montar, het gehucht tegenover Karni, moeten inkomende vrachtwagens de post van kapitein Abu Amr passeren. Als een vrachtwagen met een geurende lading passeert, bromt de legerofficier: 'Hun knoflook mag wel de Gazastrook in, maar onze tomaten mogen er niet uit.'

De openstelling van Karni voor humanitaire doeleinden onder Amerikaanse druk is een opluchting voor de VN-organisatie die in de kampen de voedselvoorziening regelt. Maar daarbuiten is er een acuut tekort aan brood, verse melk en medicijnen ontstaan. Apotheker Mahmoud Saleh is door zijn pijnstillers en anti-depressiva heen. In het ziekenhuis van Gazastad kunnen gecompliceerde beenbreuken niet meer worden behandeld en kleine operaties uitgevoerd wegens gebrek aan medisch metaal en verdovingsmiddelen. Mahmoud Daher, werkzaam bij de Wereldgezondheidsorganisatie, is een late klant van de apotheker: 'De prijzen schieten in deze gevangenis omhoog; leraren, agenten, soldaten wachten al maanden op salaris; de voedselvoorziening is hoogst instabiel en nu is ook hier de vogelgriep uitbroken. Hier is een ramp in de maak.'