Rijke noorden van Italië twijfelt

Het rijke noorden van Italië is de traditionele thuisbasis voor Berlusconi.

Maar de economie stagneert en de kiezers krijgen niet van Rome wat ze willen.

'Pas op, mijnen!' staat op een bordje in het gazon. 'Zo beschermt onze tuinman zijn gras', vertelt Christiano Forte, voorzitter van de Lega Nord in de Noord-Italiaanse provincie Bergamo. Zijn provincie is het thuisland van de Lega Nord, de regeringspartij die Noord-Italië zegt te verdedigen tegen het potverterende Zuid-Italië, tegen de bureaucratie in Rome en sinds kort ook tegen de islam.

Hier in de stad Bergamo, waar ook Berlusconi's Forza Italia traditioneel sterk is, woont Roberto Calderoli, de Lega-minister die vorige maand een T-shirt met anti-islamitische cartoons droeg op de Italiaanse tv. Het protest dat daarop in Libië volgde, kostte elf moslims het leven en Calderoli zijn baan.

Provinciaal Lega-voorzitter Forte keurt de T-shirtactie van partijgenoot Calderoli niet goed. 'Zoiets doet een minister niet.' Maar net als een kwart van de inwoners van de provincie Bergamo staat hij wel achter de intenties van Calderoli. 'De christelijke wortels moeten worden verdedigd. We moeten niet bang zijn.' Forte overhandigt een in het Italiaans vertaald boek van Pim Fortuijn: Tegen de islamisering van onze cultuur. Vervolgens somt hij nog twee eisen op: minder belastinggeld naar Rome en snel meer en bredere wegen, omdat de economie niet kan groeien als je er twee uur over doet om de vijftig kilometer tussen Milaan en Bergamo af te leggen.

Volgens antropoloog Mauro Ceruti, directeur van de plaatselijke filosofiefaculteit, is Bergamo niet alleen de uitvalsbasis van de Lega, maar staan stad en provincie ook model voor de veranderingen die Noord-Italië doormaakt. In de jaren zestig nog vertrokken veel emigranten uit Bergamo op zoek naar een betere toekomst elders. Maar in de decennia daarna vond in heel Noord-Italië het economische wonder plaats.

De Bergamasken en de bewoners van de buurprovincies werden de Chinezen van Europa, gespecialiseerd in textiel, mechanica en de bouw. Met hard en lang werken in kleine familiebedrijfjes en het kopiëren van Amerikaanse en Europese producten wisten ze tot in de jaren negentig grote rijkdommen te vergaren. Nog altijd zijn er 90.000 bedrijven in deze provincie met een miljoen niet al te hoog geschoolde inwoners. Na Milaan en Turijn is dit het grootste industriële centrum van Italië.

Inmiddels is er echter sprake van stagnatie. Bergamo lijdt onder de concurrentie van China. Hoewel de werkloosheid met 2,4 procent nog heel laag is, staan juist de komende maanden duizenden banen op de tocht, vertelt de plaatselijke voorzitter Maurizio Laini van de vakbond CGIL. 'Arbeid is te duur, bedrijven trekken weg en de kleine bedrijfjes die met veel handwerk onderdelen maken, hebben het moeilijk, omdat ze niet in vernieuwingen durven en kunnen investeren.'

Crisis dus, maar in de hoofdstraat Via Giovanni XXIII en in de prachtige oude stad op de rots is daarvan op een enkele bedelaar na nog maar weinig te merken. Gerestaureerde kerken domineren en op een paar honderd meter dringen twaalf bankfilialen om de aandacht van de rijke Bergamask.

'De stad is nog immer rijk', erkent ook antropoloog Ceruti en behoort tot de meest welvarende gebieden van Europa. Niet alleen de ondernemers hebben veel voor zichzelf en hun familie gespaard. Het bisdom Bergamo is na het Vaticaan het meest rijke van Italië, bezit de lokale krant, een radio- en televisienetwerk, reisbureau's en controleert indirect zelfs diverse banken.

Naast rijkdom in crisistijd, bestaat er nog een andere paradox in Bergamo. De thuishaven van de Lega Nord blijkt zeer vrijgevig. 'Het imago van het egoïstische Lega Nord-bolwerk Bergamo klopt niet', zegt Ceruti. 'De stad puilt uit van de vrijwilligersverenigingen. Als er geld wordt ingezameld voor een nationaal doel, is Bergamo altijd bij de meest vrijgevige provincies.' Deze tegenstelling is volgens hem kenmerkend voor meer gebieden in Noord-Italië. Het egoïsme van de consumentistische, op zijn eigen familie gerichte Italiaan bestaat hier naast de altruïstische solidaire katholiek en vind je soms zelfs in dezelfde persoon.

In 2001 oefenden Silvio Berlusconi en zijn coalitie grote aantrekkingskracht uit op deze Noord-Italianen. De kleine zelfstandigen herkenden zich in de man die van niets op klom tot 's lands rijkste ondernemer. Ze geloofden in de droom van een succesvol Italië dat hij hen voorspiegelde. Hij zou de bureaucratie aanpakken, hij zou de infrastructuur verbeteren. Maar het is, zo klaagt iedereen in Bergamo, niet gelukt.

'Veel kiezers zijn nu teleurgesteld of totaal onverschillig', zegt politiek verslaggever Nikpalj van de lokale krant L'Eco di Bergamo. Sinds 2004 regeert zelfs een linkse coalitie de stad en landelijk heeft de centrum-rechtse coalitie in de peilingen 4 procentpunten achterstand op centrum-links onder leiding van Romano Prodi.

Veel mensen twijfelen over wat ze moeten stemmen, blijkt uit enquêtes en bij navraag op straat. 'Ik ga niet meer. Politici zitten er alleen voor zichzelf', zegt horeca-uitbater Paolo.'

Natuurlijk krijgt Berlusconi van sommigen nog wel het voordeel van de twijfel. 'Hij moet meer tijd krijgen om het land te hervormen. Hij is tegengewerkt', meent Luigi die webtoepassingen maakt. Maar anderen, ook al zeggen ze rechts te zijn, noemen Berlusconi een 'egoïst met grootheidswaanzin'.