Religie bindt, dat mag gezegd worden

Minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) trok haar woorden gisteren deels in. In twee Arabische kranten had zij, ten tijde van de cartoon-kwestie, 'fundamentalistische secularisten' gehekeld.

Twee van de cartoons uit de Yemen Times die Tweede-Kamerlid Van Baalen tijdens het debat toonde. Yemen Times

Nee, het recht artikelen te publiceren in de te Sana'a verschijnende Yemen Times wilde minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) zich niet laten ontzeggen. En dus ontraadde zij 'ten stelligste' een motie van de VVD'er Van Baalen.

De Tweede Kamer debatteerde gisteren over het artikel dat de minister had gepubliceerd in twee Arabische kranten, waaronder de Yemen Times. De meeste partijen kenschetsten het stuk als verwarrend.

In Van Baalens motie wordt niet alleen gezegd dat 'leden van de regering geen discussies dienen te openen die onduidelijkheid scheppen over het standpunt van de regering over de vrijheid van meningsuiting en de andere fundamentele vrijheden'. Maar ook dat dit zeker nooit meer in de Yemen Times mag gebeuren, omdat hierin geregeld antisemitische cartoons staan waarin figuren met kromme neus en davidsster Arabieren de keel doorsnijden.

Ter verdediging van zijn zienswijze had Van Baalen een groot aantal voorbeelden van deze cartoons naar de Kamer meegenomen, die hij liet zien aan zijn collega's van de andere fracties. Die aanvaardden echter allen het argument van Van Ardenne, dat in de hele Arabische wereld dit soort cartoons voorkomen, en dat de Yemen Times toevallig wél het onafhankelijkste blad is in het niet door persvrijheid uitblinkende Jemen. Kamerlid Ormel (CDA) verweet Van Baalen zelfs dat hij bij motie, in een debat over de vrijheid van meningsuiting, Van Ardenne tot 'zelfcensuur' wilde dwingen. Koenders (PvdA) en Van der Ham (D66) lieten weten zo'n motie wel te kunnen steunen, maar zonder die verwijzing naar de Yemen Times.

Op dat moment was de angel evenwel reeds uit het debat, omdat de minister van Ontwikkelingssamenwerking de term 'fundamentalistische secularisten' had teruggenomen, 'die was ongelukkig'. Daarmee had zij in feite haar artikel voor de helft gedesavoueerd. Het stuk verscheen in twee Arabische kranten, juist toen de Deense cartoonkwestie speelde en zowel premier Balkenende als minister Bot (Buitenlandse Zaken) - partijgenoten van Van Ardenne - zich ondubbelzinnig als verdedigers van de vrijheid van meningsuiting had opgeworpen. In haar artikel was Van Ardenne met een eigen analyse gekomen, die afweek van de tegenstelling tussen hoeders en bestrijders van het vrije woord. Zij verdeelde de wereld onder in 'fundamentalistische secularisten' die de cartoonzaak aangrijpen om religie belachelijk te maken, en gelovigen van allerlei slag. Niet strijd maar dialoog zou het parool moeten zijn, vond de minister. Want religie en met name samenwerking tussen de religies, is juist goed.

De meeste woordvoerders in het debat bleven buiten de opvattingen van de minister over religie en andere overwegingen van beschouwelijke aard - al was dit een van de zeldzame keren in de parlementaire geschiedenis dat in één Kamerdebat de namen Descartes, Spinoza en Galileo werden genoemd - om aan te tonen dat liefhebbers van religie niet altijd qualitate qua tot de dialoog geneigd zijn. Ook de Dolle Mina's en de Tachtigjarige Oorlog passeerden in dit verband de revue. Met uitzondering van het CDA en de SGP'er Van der Staay bleek echter geen partij waardering te kunnen opbrengen voor de manier waarop Van Ardenne zich in het cartoondebat gemengd had. Geert Wilders meende dat de minister ten onrechte alle godsdiensten over één kam had geschoren - de problemen doen zich volgens hem vooral voor met de islam. Het was geen steun in de rug van degenen in de Arabische wereld die voor de vrijheid van meningsuiting willen opkomen, meende Karimi (GroenLinks). 'De minister had juist op dat moment pal moeten staan', vond Koenders (PvdA).

Zo massief was de afkeuring dat Van Ardenne het kennelijk beter vond, met het schrappen van de term fundamentalistische secularisten het tapijt onder haar redenering uit te trekken. Wat overeind bleef, was de tweede helft van haar betoog, over de 'samenbindende kracht' van religie. Die gunde de Kamer haar, met uitzondering van de D66'er Van der Ham: 'Meent u dat nou echt?'

Onbeantwoord bleef de vraag, wie de minister nu toch bedoeld had met fundamentalistische secularisten - vorig jaar had zij in een toespraak VVD'er Hirsi Ali als 'radicaal secularist' aangemerkt. Maar gisteren noemde zij geen namen.