'Next Level' viert games maar niet kunst

De tentoonstelling Next Level in het Stedelijk Museum, waar kunstenaars zij aan zij exposeren met gameontwerpers, laat vooral zien hoe de virtuele gamewereld in een paar jaar tijd veranderd is van houterig naar virtuoos. In het spel Size Matters van de GameKings, bekend van hun gamesprogramma op TMF en MTV, zweef je als kijker mee met een vliegende dinosaurus over de meest fantastische zeeën en meren. Grote spinnen kruipen rond in het landschap beneden het dier.

De Mexicaans-Amerikaanse kunstenaar Brody Condon herschept in Karma Physics, Elvis (2004) een Elvis-figuur - compleet met discopak. Vreemd spartelt Elvis rond, doet een soort dansje en lijkt toch springlevend. Cynischer is Condons werk Suicide Solution, waarin de karakters schieten op vaten explosief materiaal en van muren springen. Ze doen alles om zichzelf in de marges van het spel om zeep te helpen.

Next Level laat slechts een topje van de ijsberg zien wat betreft de mogelijkheden van games. Joes Koppers maakt een leuke brug tussen game en realiteit; een camera vangt in zijn interactieve game Touch me voorbijgangers en projecteert ze op een scherm. Vervolgens kunnen andere bezoekers proberen elkaar tot ontploffen te brengen. Niet zo aardig voor de medebezoekers, maar wel hoogst vermakelijk.

De expositie is verder doorspekt met kleine overzichten van Japanse games en een hall of fame, met oldschool videogames zoals SuperMario. Op de wand staan wat begrippen uitgelegd die gangbaar zijn in het gamen. Leuk, maar het geeft het idee alsof het museumpubliek met fluwelen handschoentjes wordt voorbereid op een nieuwe digitale revolutie. Next Level viert games als een technisch wonder met onbegrensde mogelijkheden. Door deze invalshoek overheersen de games en mag de kunst vooral leentjebuur spelen.

Machteld Leij