Kunstgehalte games voorzichtig verkend

Videogames zijn alweer sinds een jaar of twintig een onlosmakelijk deel van de hedendaagse beeldcultuur en steeds in verandering: sneller, beter en visueel overtuigender. Af en toe zorgt een game voor maatschappelijke onrust, zoals het spel Carmaggedon, waarbij je punten krijgt als je slachtoffers aanrijdt. Een commentaar op die wreedheid zag je tijdens de Biënnale van Venetië in 2001 weer terug in het werk van de Zweedse kunstenaar Magnus Wallin. Hij maakte met Exit (1997) een videogame waarin gehandicapten, houterige poppetjes, probeerden te ontkomen aan vlammenwerpers en destructie. Die stuntelige poppetjes zijn intussen alweer gedateerd. Maar Wallins video was wel een voorbode: de game-esthetiek heeft intussen een plaats verworven in de beeldende kunst.

'Karma Physics, Elvis' van Brody Condon Crondon, Brody

De tentoonstelling Next Level in het Stedelijk Museum, waar kunstenaars zij aan zij exposeren met gameontwerpers, laat vooral zien hoe de virtuele gamewereld in een paar jaar tijd veranderd is van houterig naar virtuoos. In Size Matters van de GameKings, bekend van hun gamesprogramma op TMF en MTV, zweef je als kijker mee met een pterodactylus (een vliegende dinosaurus) over de meest fantastische zeeën en meren. Grote spinnen kruipen rond in het landschap beneden het dier. Even later vlieg je boven een machtig ros dat in wapenrusting door steppen dendert.

De Mexicaans-Amerikaanse kunstenaar Brody Condon herschept in Karma Physics, Elvis (2004) een Elvis-figuur - compleet met discopak. Karma Physics is de benaming voor de bewegingen van stervende karakters in een spel. Vreemd spartelt Elvis rond, doet een soort dansje en lijkt toch springlevend. Hoewel hij in zijn roze universum wel losstaat van de realiteit. Cynischer is Condons werk Suicide Solution, dat dezelfde rauwheid heeft als het werk van Wallin. De karakters, die de spelers van het spel voorstellen, schieten op vaten explosief materiaal en springen van muren af. Ze doen alles om zichzelf in de marges van het spel om zeep te helpen.

Het is niet alleen dood en verderf. Chance Encounter van kunstenaars Persijn Broersen en Margit Lukacs is bijna lieflijk, maar met een geladen sfeer. Een schilderachtig berkenbosje glijdt langs. Het heeft wel iets weg van een landschap met berken van Klimt. Vreemde bloemen wuiven in de wind, en in de schaduwen van het bos doemt een apparaat op, een geheimzinnig soort stad, of is het toch een ruimteschip? Realiteit en sciencefiction zijn gemixt met een vreemde, ongemakkelijke wereld als resultaat.

Next Level laat slechts een topje van de ijsberg zien wat betreft de toepasmogelijkheden van games. oes Koppers maakt een leuke brug tussen game en realiteit; een camera vangt in zijn interactieve game Touch me voorbijgangers en projecteert ze op een scherm. Vervolgens kunnen andere bezoekers door het scherm aan te raken, proberen elkaar tot ontploffen te brengen. Niet zo aardig voor de medebezoekers, maar wel hoogst vermakelijk.

De kunstenaars die het medium games gebruiken, zijn dichtbij de uitgangspunten van bepaalde destructieve games gebleven, zoals Carmageddon: dood, schieten en onbehagelijkheid overheersen. Toch overstijgt het werk van Condon, Broersen en Lukacs en Koppers die games, omdat ze je laten stilstaan bij een sfeer, of een gebeurtenis als de dood, terwijl een game vooral om de punten draait.

Next Level viert games als een technisch wonder met onbegrensde mogelijkheden. Door deze invalshoek overheersen de games en mag de kunst vooral leentjebuur spelen. De tentoonstelling is een te voorzichtige verkenning van de invloed van games op beeldende kunst. Dat had gedurfder gemogen.