Kunst die je balorig maakt

Joes Koppers beweegt zich op het grensgebied van design en kunst.

Bezichtigers van zijn werk schieten elkaar af.

De installatie Touch Me van kunstenaar Joes Koppers is kunst waarvan je balorig wordt. Zelfs bij de suppoosten van het Stedelijk Museum in Amsterdam kwam de bengel naar boven toen hij het werk voor de tentoonstelling Next Level. Art, Games & Reality aan het opbouwen was.

Op het scherm dat het hart vormt van de installatie worden de toeschouwers geprojecteerd die op ongeveer drie meter afstand ervan staan. Boven hun hoofd verschijnen op en neer stuiterende rode pijlen. De kijkers die direct voor het scherm staan kunnen een klap geven op het hoofd van deze 'doelwitten'. Die spatten in een wolk van pixels uit elkaar. Rechts onderin worden de punten genoteerd die de 'speler' op deze manier behaalt. Menig suppoostenhoofd ontplofte voordat Koppers tevreden was over het functioneren van zijn apparatuur en programmatuur.

Sinds de opening vorige week donderdag doet het publiek dienst als kanonnenvoer. Koppers is een paar keer komen kijken om te zien welke reactie zijn werk oproept. 'Wat me opvalt is dat mensen echt met elkaar gaan spelen. Ze rennen door de zaal om aan de rode pijl te ontkomen.'

Deze reactie bevestigt het idee dat Koppers al had van de maatschappelijke rol die computergames spelen. 'Vaak hoor je dat games ervoor zorgen dat mensen geen contact meer hebben met elkaar, omdat ze zich niet in de 'echte' wereld bevinden. Maar binnen hun virtuele wereld draait het ook om interactie met andere, levende wezens. Die zitten soms aan de andere kant van de wereld. Maar dat maakt toch niets uit?'

Koppers (1976) deed de Rietveld Academie en daarna het Sandberg Instituut. Sinds zijn afstuderen in 2000 beweegt hij zich in het grensgebied van design en kunst. Hij heeft geen boodschap die hij kwijt wil, zegt hij. 'Ik wil inzicht geven in de werking van processen, en ik wil die processen verbeteren.'

Daarom geeft hij veel van zijn werk ook liever het predikaat design dan kunst. Met Touch Me wil hij wél een verhaal vertellen, door de essentie van het fenomeen computerspel bloot te leggen.

'Wat me opvalt is dat in bijna alle spellen het toepassen van geweld centraal staat. Of je nu de held of de slechterik bent: vernielen wordt beloond. Daarnaast is er het streven om spellen alsmaar realistischer te maken. Maar ook al worden de graphics nog zo mooi, die laatste stap naar de werkelijkheid wordt nooit gemaakt.'

Dat benadrukt Koppers ook met Touch Me. De mensen die op het scherm te zien zijn, worden gefilmd met een camera. Veel realistischer dan dat zal een virtuele wereld er voorlopig niet uitzien. Maar op het moment dat iemand een slachtoffer op zijn hoofd slaat, ontploft die in een wolk waarvan duidelijk te zien is dat hij uit geanimeerde beelden bestaat.

Koppers: 'De wereld van de games is een wereld waarin alles kan. Zelfs als je de mogelijkheid hebt om echte mensen te vernielen, mensen die vlak achter je staan, doe je dat. Als je het resultaat ervan ziet, kan dat best heftig zijn. Maar dan realiseer je je dat het maar een spelletje is. Het geeft niet.' Van het idee dat gewelddadige games tot gewelddadig gedrag in de buitenwereld leiden, moet Koppers niets hebben. 'Ik speel bijvoorbeeld graag Grand Theft Auto, een spel waarbij je auto's moet stelen en mensen moet beroven. Als ik naar buiten ga, hoef ik de neiging om iemand uit zijn auto te slepen niet langer dan een paar seconden te onderdrukken. Dan weet ik weer waar ik ben.