Kies voor meer in plaats van minder Europa

Europa kan succesvol de mondiale strijd aangaan met de Amerikaanse en Aziatische concurrenten. Maar dan moet het zich wel verder verenigen, menen Marc van Wegberg en Arjen van Witteloostuijn.

Europa is helemaal uit. Over de Europese Unie wordt vooral gesproken in termen van 'niet'. De Europese grondwet wordt niet gewaardeerd. Turkije moet niet worden toegelaten. De Europese begroting wordt niet hervormd. De Lissabon-agenda wordt niet gehaald. Het debat gaat vooral over waar de EU te ver is doorgeschoten, en waar dus bevoegdheden weer teruggegeven kunnen en moeten worden aan de lidstaten.

Het resultaat is dat het proces van Europese integratie is gestagneerd. Voor de rest van de wereld vormt dat slechts een verdere bevestiging van de vigerende communis opinio: in een mondialiserende wereld wordt Europa irrelevant. Politiek kan het geen vuist maken. Economisch raakt het steeds verder achterop. Jan Salie regeert. Recentelijk hebben in deze krant Knapen en Zakaria ook hierop gewezen.

Een hoofdkritiek op Europa is dat het niet innovatief en ondernemend genoeg is. De Verenigde Staten geven veel meer uit aan hoger onderwijs, onderzoek en ontwikkeling, zowel in het private als in het publieke domein. Ook zijn in de VS veel meer startende ondernemingen te vinden, en groeien kleine bedrijven vaker door tot middelgrote of zelfs reusachtige ondernemingen. Veel kampioenen in het begin van de 21ste eeuw zijn Noord-Amerikaans: Cisco, Google, Intel en Microsoft vormen slechts de bekende top van de ijsberg. De Amerikaanse bedrijfsranglijsten worden met grote regelmaat opgeschut door nieuwelingen. In Europa blijven de vertrouwde fossielen de lijst aanvoeren: van Philips en Siemens tot Nestlé en Unilever. Tijdens de EU-top in Lissabon in 2000 zijn de Europese regeringsleiders daarom een ambitieuze hervormingsagenda overeengekomen - tevergeefs.

De kracht van Europa schuilt in zijn landendiversiteit. In een internationale context worden deze specialisatiepatronen gedetermineerd door uiteenlopende comparatieve voordelen. Duitsland heeft een sterke chemie- en machinebouwindustrie, Italië blinkt uit in ontwerp en voedsel, het Verenigd Koninkrijk heeft een excellerende financiële wereld, et cetera.

Hetzelfde geldt buiten het economische domein. Duitsland heeft wereldberoemde componisten voortgebracht - Nederland niet. Duitsland kan echter alleen dromen van wat de Nederlandse schilderkunst heeft geproduceerd. Creativiteit gedijt in een omgeving met veel diversiteit. In allerlei landen wordt aan allerlei verschillende innovaties gewerkt, afhankelijk van de cultuur, geschiedenis en kracht van het land in kwestie.

Op het niveau van Europa als geheel is daarom sprake van een indrukwekkende innovatieve diversiteit. Daarin doet Europa niet onder voor de Verenigde Staten - integendeel. In de VS domineren één basiscultuur en één gemeenschappelijke taal. Dat stelt grenzen aan diversiteit. Daarom is Europa in potentie innovatiever dan de VS.

Een opvallend voorbeeld is de rol van Europa in de ontwikkeling van ICT. ICT heeft productieprocessen efficiënter gemaakt, heeft gezorgd voor het ontstaan van nieuwe producten en bedrijfstakken, en heeft de kwaliteit van bestaande producten verhoogd. ICT heeft van de wereld een dorp gemaakt. ICT is het vliegwiel van de mondialisering door verdergaande internationale arbeidsverdeling mogelijk te maken. Onverhandelbare diensten zijn verhandelbaar geworden.

Daarom staan bijvoorbeeld veel call centers in India en is Bangladore een software-ontwikkelcentrum geworden. Juist Europa is verantwoordelijk voor twee inventies die aan de wieg stonden van de ICT-revolutie: het World Wide Web en de mobiele telefonie. Het World Wide Web ontstond in Zwitserland, waar wetenschappers experimenteerden met efficiëntere en effectievere vormen van communicatie over grotere afstanden. De bakermat van de mobiele telefonie is te vinden in Scandinavië, waar Nokia het innovatieve voortouw heeft genomen.

De zwakte van Europa is de keerzijde van diezelfde landendiversiteit: fragmentatie. De omzetting van creatieve inventies in commerciële innovaties verloopt te vaak te moeizaam. Daarom gaan de Verenigde Staten vaak met de buit ervandoor. De meerderheid van de nieuwe ICT-kampioenen is Amerikaans - niet Europees. Alleen in de mobiele telefonie heeft Europa met vooral Nokia een vertegenwoordiging in de voorhoede weten vast te houden.

In de Verenigde Staten gedijt ondernemerschap in een context waarin schaalvoordelen veel makkelijker kunnen worden bewerkstelligd. Het Engels is de voertaal van Californië tot Maine en van Florida tot Washington. Ook zijn de cruciale instituties overal dezelfde, van technische vereisten tot patentbescherming.

Dat is in Europa wel anders. De culturele, economische, talige en technische belemmeringen zijn nog altijd enorm groot. Het gedoe over de dienstenrichtlijn is in deze context illustratief. De bescherming van nationale deelbelangen houdt veel vooruitgang tegen. Deze Europese zwakte is repareerbaar. Verdergaande Europese integratie kan de schadelijke fragmentatie omzetten in een economisch-institutionele omgeving die legio mogelijkheden biedt om van schaalvoordelen te profiteren.

Het antwoord op de huidige bedreigingen is daarom precies wat momenteel zo onpopulair is: meer in plaats van minder Europa. Breek belemmeringen af voor grensoverschrijdend verkeer van (durf)kapitaal, onderzoekers, en innovaties. Nieuwkomers uit land x moeten permanent de kans krijgen om gevestigde belangen in land y aan te vechten. De gemeenschappelijke en gezamenlijke investeringen in hoger onderwijs, onderzoek en ontwikkeling moeten drastisch omhoog.

Europa kan succesvol de mondiale strijd aangaan met de Amerikaanse en Aziatische concurrenten. Aan creatief potentieel bestaat immers geen gebrek - integendeel. Met het voortdurend frustreren daarvan schiet Europa in zijn eigen voeten.

www.nrc.nl/opinie:- Artikel Zakaria 'Europa moet op zijn tellen passen'- Column Knapen 'Een man, een plan en een storm'

Marc van Wegberg (universitair docent aan de Universiteit Maastricht) en Arjen van Witteloostuijn (hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen).