In India mag over Nederland niet gepraat worden

Zes fractievoorzitters zijn deze week in India. Om de nieuwe grootmacht beter te leren kennen. En ook elkaar. Maar over de Kamerverkiezingen wil nog niemand praten.

Ze reageren bijna geïrriteerd op de massale media-aandacht. De zes fractievoorzitters die deze week in India zijn, willen het even niet over de Nederlandse politiek hebben. Ze willen praten over India, wat ze daarvan leren, hoe het land ervoor staat en of India nu een bedreiging vormt voor Europa of een kans. De verzamelde pers (vijftien parlementaire journalisten) heeft deels een andere agenda: zij willen zien wie politiek gezien met wie gaat.

Gemiddeld twee keer per kabinetsperiode gaan de fractievoorzitters uit de Tweede Kamer met elkaar op reis. Deze keer is gekozen voor India vanwege de spectaculaire economische groei die dit land doormaakt. De gevolgen zijn ook voelbaar in Nederland: werkgelegenheid lekt weg omdat multinationals vestigingen overhevelen naar landen met lage lonen en een goed opgeleide bevolking.

Zes fractievoorzitters zijn mee, onder leiding van Kamervoorzitter Frans Weisglas: Wouter Bos (PvdA), Maxime Verhagen (CDA), Willibrord van Beek (VVD), André Rouvoet (ChristenUnie), Femke Halsema (GroenLinks) en Lousewies van der Laan (D66). Opvallende afwezige is voormalig VVD-aanvoerder Jozias van Aartsen, terwijl hij nog wel samen met Bos de bestemming van deze reis had bedacht.

Een reis die elf dagen na de gemeenteraadsverkiezingen begint en iets meer dan een jaar voor de landelijke verkiezingen plaatsvindt staat logischerwijs mede in het teken van nationaal politieke onderwerpen. De collegevorming is op lokaal niveau in volle gang en de onderlinge verhoudingen zijn na het verlies van de coalitie en de winst van links veranderd.

In de drie steden die de fractievoorzitters aandoen (New Delhi, Calcutta en Bangalore) worden succesvolle bedrijven bezocht, waar lokale ondernemers of in India werkende Nederlanders hun verhaal vertellen. De boodschap is simpel: het gaat goed met India. Naar de 80 procent van de bevolking aan wie de economische groei voorbijgaat, wordt door de Indiase gastheren nauwelijks verwezen. Vragen van de fractievoorzitters in die richting worden ontwijkend beantwoord of er komt een verhaal dat aantoonbaar onjuist is.

Als tegenwicht voor de mooie succesverhalen bezocht de delegatie gisteren in de West-Bengaalse havenstad Calcutta een weeshuis van de zusters van Moeder Theresa. Daar verzorgen de zusters en tientallen vrijwilligers zo'n 350 achtergelaten kinderen, deels gehandicapt, deels 'gewoon' in de steek gelaten door hun ouders. In de speelruimte op de eerste verdieping van het pand krioelen tientallen kinderen in identieke roze jurkjes over de vloer. Op blote voeten stappen de fractievoorzitters er voorzichtig tussendoor, hier en daar een knuffel en een aai uitdelend.

Na een bustocht door een sloppenwijk (uitstappen mocht niet in verband met de veiligheid) werd een privaat ziekenhuis aangedaan. Vooral Bos en Halsema stelden vragen over de toegankelijkheid van het ziekenhuis voor de bewoners van de nabij gelegen sloppenwijk. Volgens de ziekenhuisdirectie is 20 procent van de bedden gereserveerd voor de armen. 'Het zou verspilling zijn als we die leeg zouden laten staan', zei een van de leidinggevenden van het ziekenhuis. Rouvoet wees er na afloop van het bezoek op dat in de tuin van het ziekenhuis onder de struiken een man tegen de muur had gelegen: 'Die komt er dus nooit binnen', constateerde hij gelaten.

Ook in India gaan de gesprekken af en toe over de nationale politieke verhoudingen. Aan de rand van het zwembad in Calcutta wordt uitgebreid met Nederland ge-sms't om de laatste stand van zaken bij de collegeonderhandelingen in de vier grote steden te kunnen bespreken. Maar voeding geven aan de speculaties over de samenstelling van een komend kabinet, daar passen de fractieleiders eensgezind voor.