Geen vooruitgang, wel verdienen aan 'Lissabon'

De Lissabon-industrie groeit snel. Heel Europa houdt er seminars, conferenties, lezingen en discussies over. Lobbyisten weten: wie het woord Lissabon noemt, heeft een streepje voor.

Nederlandse studenten doen een toets. Europa zou 2 procent bbp aan hoger onderwijs moeten besteden. Foto ReutersFoto Flip Fransen Nederland, Nijmegen, 15-3-2006 In Nijmegen, Maastricht, Leiden en Groningen deden zo'n 6000 studenten geneeskunde vandaag een voortgangstoets. Alle jaargangen deden mee en per jaargang moest men een bepaalde score halen. Hiermee wordt gekeken hoe hoog het kennisniveau is van de verschillende jaargangen studenten, bij dezelfde vragen. Foto: Flip Franssen, NVF, 024-3238442 Onderwijs Franssen, Flip

Stampvol zat het tot conferentiehal verbouwde pakhuis aan de Avenue des Ports in Brussel afgelopen week. Zet de beau monde van het Europese bedrijfsleven samen met de Brusselse Europese bureaucratie en je krijgt de European Business Summit. Voor het vierde achtereenvolgende jaar alweer.

Iedereen was er: meer dan 1.600 mensen in totaal. Om twee dagen in diverse zalen te worden toegesproken door zij die het kunnen weten: de topmannen van alle grote bedrijven, de aanvoerder van de Europese vakbeweging, ministers uit verschillende Europese landen, leden van de Europese Commissie en wetenschappers uit de economische hoek. Men verenigt zich op begrippen als de state of play, het definiëren van challenges om te komen tot het uiteindelijke doel: growth and jobs. Hoe? Met de Lissabon-strategie.

Lissabon. Sinds de Europese regeringsleiders in 2000 in de Portugese hoofdstad plechtig met elkaar afspraken van de Europese Unie in tien jaar de meest concurrerende economie ter wereld te maken, is het begrip niet meer weg te denken bij de vergadertafels. En hoe. Terwijl met de Lissabon-strategie nauwelijks vooruitgang werd geboekt groeide de Lissabon-industrie als kool.

Maart is in Europese begrippen Lissabon-maand. Elk jaar houden de regeringsleiders van de 25 landen van de Europese Unie die maand hun zogeheten economische top. De gelegenheid om de balans op te maken van de voortgang in het Lissabon-proces. Niet alleen voor hen, maar ook voor de vele anderen die hun boterham in Brussel verdienen.

Conferenties en lezingen organiseren over de Lissabon-strategie kan een lucratieve bezigheid zijn. Deelname aan de European Business Summit kostte per persoon bijvoorbeeld 980 euro exclusief BTW, maar, zoals het programma vermeldde, voor belastingplichtige bedrijven was deze fiscaal aftrekbaar.

Maar niet alleen in Brussel gaat het over 'Lissabon'. Heel Europa doet mee. 'Lissabon en de gevolgen voor de Noordzee-regio', heette de conferentie die eind vorig jaar in Stockholm werd georganiseerd, in het Britse Cork ging het over de vraag welke bijdragen lokale werkgelegenheidsinitiatieven aan het Lissabon-proces kunnen leveren, de universiteiten van Cambridge en Birmingham hadden een seminar over vier dagen gespreid, in Warschau werd tijdens een conferentie de vraag opgeworpen of Lissabon de weg was naar meer concurrentie in Europa.

Ook de talloze lobbyisten in Brussel en omstreken weten: wie het woord Lissabon noemt, heeft een streepje voor. 'De grote steden zijn belangrijke spelers in de realisatie van de Lissabon-strategie', schreven de burgemeesters van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht op aanraden van hun lobbyisten in Brussel een jaar geleden in een gezamenlijke brief aan het kabinet waarin zij om aandacht voor hun noden vroegen.

Oud-journalist Paul Hofheinz van de Amerikaanse zakenkrant Wall Street Journal heeft in 2003 zijn werk gemaakt van 'Lissabon'. Sinds dat jaar runt hij met een partner in Brussel de 'Lisbon-council'. Bedoeld om het hervormingsproces in de Europese Unie te stimuleren. Er zijn contacten met denktanks in andere Europese landen.

In Brussel zelf organiseert de Council lezingen en discussies en produceert rapporten over de hervormingen. Uitbreiden zou eigenlijk moeten, maar daarvoor zijn de inkomsten te beperkt. De Lisbon Council moet het hebben van donaties uit het particulier bedrijfsleven. Bovendien, zegt Hofheinz: 'We hebben het eigenlijk veel te druk.'