'Geen kunstkritiek met sterren'

De traditionele kunstkritiek staat onder onder druk staan, zo luidde het bezorgde uitgangspunt voor een debat. 'We gaan door de knieën voor de zwijgende meerderheid.'

'Kunstkritiek heeft een maatschappelijke relevantie, bijna een democratische verplichting om tegen het populistische discours in te gaan en het recht te verdedigen van artistieke talenten, van vrijheid van meningsuiting.' De Vlaamse dramaturg en theatercriticus Marianne van Kerkhoven sprak dinsdagavond in de Rotterdamse Schouwburg bij een debat over de plaats en waarde van de huidige Nederlandstalige kunstkritiek. Niemand evenaarde haar vurigheid, maar iedereen was het met haar eens: de pure kunstkritiek mag niet toegeven aan de massamedia.

In november uitte de jury van Rotterdamse Pierre Bayle Stichting bij uitreiking van de prijzen voor kunstkritiek haar zorg over de 'lamentabele toestand' van de Nederlandstalige kunstkritiek: 'Persoonlijker en anekdotischer, minder theoretisch en verder verwijderd van de maatschappelijke context.' Uit onderzoek blijkt dat het aantal kunstrecensies in de landelijke dagbladen in de jaren negentig gedaald is met 31%.

De Nederlandse deelnemers aan het debat - Xandra Schutte (ex-Vrij Nederland, Herman Franke (de Volkskrant) en Hans Goedkoop (NRC) vond het wel meevallen met de beschikbare ruimte voor goede stukken bij de bladen. Maar volgens jurylid Gerard Drosterij betrof de zorg niet de media waaraan deze sprekers waren verbonden. 'Het gaat om bijvoorbeeld het AD, waar de kunstpagina's nu 'Cultuur en Show' heten, en kranten die het aantal kunstpagina's steeds verder terugbrengen.'

De Belgische kunstcritica Elke van Campenhout stelde dat er ook bij Vlaamse kranten van vervlakking sprake is. 'Er is bij de redacties veel vraag naar formatting, naar rigide genres. We schrijven allemaal het zelfde.' Uit populistisch oogpunt zouden kranten hun pagina's anders indelen. 'We gaan door de knieën voor de grote zwijgende meerderheid.'

Het gebrek aan goede betogers en essayisten zou volgens Guy Cassiers (artistiek leider van het Ro-theater) komen door het gebrek aan continuïteit in de kranten. 'Ik wil de recensent kennen, me tegenover hem kunnen verhouden.' Kranten zouden de 'versnippering' tegen moeten gaan en moeten investeren in jonge journalisten, om die zich te laten ontwikkelen tot experts. Van Campenhout: 'Zo kan de journalist zien hoe de kunst zich ontwikkelt, terwijl hij zich zelf ontwikkelt.'

Over één ding was men het eens: het versimpelen van kunstkritiek - culminerend in een 'sterrensysteem' - was uit den boze. Van Kerkhoven: 'Je mag de complexiteit van de werkelijkheid niet simplificeren. Dan ga je in clichés denken, in slogans.'