ETA's bankroet

De Baskische terreurbeweging ETA is niet gestikt in haar eerste leugen. Maar de belofte voor een 'permanente wapenstilstand' die de separatisten van Euskadi Ta Askasuna (Baskenland en Vrijheid) gisteren gaven, ziet er serieus uit. In de gewelddadige geschiedenis van de ETA is slechts twee keer eerder een wapenstilstand gesloten, die beide malen werd ingetrokken of geschonden. Nu gebruikt de ETA het woord 'permanent'. Terecht vragen burgers en politici zich af of een permanente wapenstilstand hetzelfde is als een definitief neerleggen van de wapens; een eis van de Spaanse regering voor onderhandelingen. Vermoedelijk niet. Wantrouwen blijft de gezondste reflex als het om beloftes van terroristen gaat.

Niettemin: er is reden voor hoop. Spanje werd decennialang gekweld door deze afscheidingsbeweging, die een onafhankelijke Baskische eenheidsstaat nastreeft en zich daarbij bedient van bomaanslagen en ander grof geweld. Er zijn dit keer aanwijzingen dat een vredesproces meer kans van slagen heeft dan voorheen. De slagkracht van de ETA bevindt zich op een dieptepunt door effectief politieoptreden. En binnen de Baskische samenleving bestaat een brede wens dat er een eind komt aan het geweld. Terreur als politiek middel ligt ook in radicale kring slecht na de treinaanslagen in Madrid van twee jaar geleden. De ETA realiseert zich kennelijk dat ze operationeel en ideologisch nagenoeg bankroet is.

De bestrijding van de ETA-terreur was de afgelopen maanden voor het eerst in de Spaanse parlementaire geschiedenis inzet van een verbeten politiek debat. Over en weer beschuldigden de socialistische regering van premier Zapatero en de oppositie elkaar van het verbreken van hun pact voor gezamenlijke terreurbestrijding. De conservatieve Partido Popular, die in 1999 als regeringspartij gesprekken met de ETA zag mislukken, stelde zich op het standpunt dat met deze organisatie niet onderhandeld mag worden en dat zij door politieoptreden op de knieën moest worden gebracht. De oppositiepartij beschuldigde de regering van concessies tijdens geheime onderhandelingen.

Die verwijten zijn deels achterhaald door de nu aangekondigde wapenstilstand. Gisteren bood oppositieleider Rajoy zijn hulp aan. Die is noodzakelijk, omdat een onderhandelingsproces dat niet kan rekenen op brede parlementaire steun, tot mislukken is gedoemd. Dit is politiek de grootste uitdaging: het ongedaan maken van de confrontaties die al veel te lang het Spaanse parlementaire debat bepalen. Het gemeenschappelijke doel - een definitief verdwijnen van de terreur - overschrijdt de partijbelangen.

De ETA dient allereerst haar belofte na te komen. Na bijna drie jaar zonder moordaanslagen was de beweging nog steeds actief met afpersingen, straatbendes en 'rugzakaanslagen'. Ook deze 'kleine terreur' zal moeten worden afgeschaft voordat sprake kan zijn van een vredesproces. Het is voorstelbaar dat in ruil Batasuna, de politieke tak van de ETA, weer tot legale partij wordt verklaard. Ook het verplaatsen van ETA-gedetineerden naar gevangenissen dichter bij Baskenland kan een stap in de onderhandelingen zijn. Maar de vorming van Groot-Baskenland op Spaans en Frans grondgebied, onverminderd de hoofddoelstelling van de ETA, is als politieke concessie volstrekt uitgesloten. Daar zit de echte pijn. Premier Zapatero heeft gelijk met zijn terughoudende conclusie dat het hier gaat om een eerste stap op een lange en moeilijke weg.