Een uitgestoken hand die niet iedereen wil pakken

Na bijna vijftig jaar van bloedige aanslagen wil de ETA stoppen.

Het is niet zeker dat het aanbod wordt aangenomen.

Een lange en moeilijke weg. Premier José Luis Rodríguez Zapatero maakte gistermiddag duidelijk dat de 'permanente wapenstilstand' aangekondigd door de Baskische terreurbeweging ETA een eerste stap is in een moeizaam proces naar vrede. Tijdens een geëmotioneerde zitting van het parlement riep de premier de politieke partijen op om de verdeeldheid opzij te zetten bij de kwestie rond de ETA. 'Ik ben ervan overtuigd dat de hoop ons zal verenigen', aldus de premier. Dat is nog maar de vraag.

Spanje wordt heen en weer geslingerd tussen vreugde, hoop en scepsis na de aankondiging op video die de ETA gistermiddag bezorgde bij de Baskische regionale omroep. Het beeld was maar al te bekend: drie gemaskerde figuren met Baskische baretten achter de tafel en de vlag met de slang rond de strijdbijl op de achtergrond. Voor het eerst was de middelste figuur echter een vrouw, die in betrekkelijk gematigde woorden aankondigde dat de beweging passen wil zetten richting vrede.

'Dit is een eerste stap', zegt ETA-onderzoeker Florencio Domínguez vanuit Baskenland. Het wachten is volgens hem nu op een nadere verklaring van de ETA die voor vandaag is aangekondigd en waarin 'de kleine lettertjes' van de wapenstilstand zullen worden gedicteerd. Hoewel het de eerste keer is dat de ETA spreekt van een 'permanente wapenstilstand' betekent dit volgens Domínguez niet dat per se definitief de wapens worden neergelegd. 'Anders hadden ze dat woord wel gebruikt. ETA houdt zich het recht voor om de wapenstilstand terug te draaien.'

Niettemin bestaat er een breed gedeelde overtuiging dat de bijna 47-jarige ETA zijn langste tijd heeft gehad. Succesvol politie-optreden in Spanje en Frankrijk heeft de beweging de laatste jaren sterk verzwakt. De leiding van de terreurcommando's werd noodgedwongen steeds jonger, en daarmee minder ervaren. En zoals het einde van het communisme werd ingeluid met de val van de Muur, zo raakte terreur als politiek middel definitief besmet door de aanslagen van 11 september 2001. De genadeklap kwam met de bomaanslagen op de treinen in Madrid, op 11 maart 2004. De ETA zag zich zelfs genoodzaakt om te verklaren dat zij niets te maken had met deze gruweldaden.

'ETA neemt met deze verklaring afscheid van de politiek', zo zegt journalist Ander Landaburu, onder Franco lid van de ETA en nu zelf bedreigd en voorzien van lijfwachten. De ETA beseft dat politieke concessies door premier Zapatero zijn uitgesloten, zegt hij vanuit de bewaakte redactieburelen van het dagblad El País in Bilbao, er komt geen onafhankelijke Groot-Baskische staat. Een jaar geleden nog deponeerde een zeer grote meerderheid van het parlement in Madrid het plan van de Baskische regiopresident in de prullenbak om een eigen Baskische staat 'in vrije associatie' met Spanje op te richten. De hoop is volgens Landaburu dat er nog te praten valt over de bijna vijfhonderd ETA-leden in de gevangenis.

De conservatieve Partido Popular, die de afgelopen maanden aanhoudend de regering onder vuur nam, heeft zich tegen iedere concessie of zelfs maar gesprek met de ETA verklaard. Sinds de laatste onderhandelingen onder de conservatieve premier Aznar in mei 1999 mislukten, meent deze partij dat alleen de 'totale vernietiging' van de ETA op zijn plaats is. Oppositieleider Mariano Rajoy beschuldigde premier Zapatero vorige zomer van 'verraad aan de doden' vanwege veronderstelde besprekingen met de ETA. Vorige maand betoogde de partij samen met organisaties van slachtoffers van terreur tegen de veronderstelde concessies die de regering reeds aan de ETA had gedaan.

'Dit is een pauze maar geen afwijzing van de criminele activiteiten', zo reageerde Rajoy gisteren. De oppositieleider nam naar eigen zeggen alleen genoegen met de aankondiging waarin de ETA zichzelf opheft. Er is geen spijt geuit of vergeving gevraagd, zo constateerde Rajoy. En bovendien ziet de beweging ook niet expliciet af van het zelfbeschikkingsrecht om een Baskische staat te stichten. Wel bood Rajoy zijn medewerking aan 'om de regering te helpen geen politieke prijs te betalen'. Volgende week komen oppositieleider en premier daartoe voor het eerst sinds maanden weer bijeen.

In Spanje bestaat weinig twijfel dat een geslaagd vredesproces dat definitief een einde maakt aan de ETA, alleen mogelijk is als regering en oppositie samen optrekken. Daarin ligt nu de grootste uitdaging voor de Spaanse premier, want er zijn weinig tekenen dat de Partido Popular geneigd is dat te doen. De conservatieve partij stemde als enige tegen een motie die het kabinet de vrije hand gaf om te onderhandelen met de ETA, mits de wapens werden neergelegd. Voor het eerst in de democratische geschiedenis van Spanje steunt de oppositie niet de regering in zijn vredespogingen. De strijd tegen de ETA-terreur is inzet geworden van een felle politieke strijd. Regering en oppositie beschuldigen elkaar daarbij over en weer dat zij afspraken schenden om gezamenlijk tegen de ETA op trekken.

Niet onbelangrijk is daarbij dat in kringen van de conservatieve oppositie nog steeds wordt gesuggereerd dat de aanslagen van 11 maart 2004 in Madrid het resultaat zijn van een complot. Behalve een islamitische terreurcel zouden ook de ETA en de socialisten hierbij op geslaagde wijze de Partido Popular van zijn verkiezingsoverwinning hebben beroofd. Voor de aanhangers van deze complottheorie zou een mogelijke vrede met de ETA, bereikt onder een mandaat van Zapatero, wel erg zuur uitpakken.

Bekijk het uitgebreide fotoarchief van El País over de ETA op www.elpais.es