Een mank virus, diep in de longen

Het voor mensen dodelijke H5N1-vogelgriepvirus gaat al 10 jaar rond, zonder dat het besmettelijk werd tussen mensen onderling. Nu is duidelijk waarom: het zit diep in de longen. Of de pandemie uitblijft, moet nog blijken.

De vogelgriep zit vooral diep in de longen. Hogerop in de luchtwegen zitten weinig cellen die toegankelijk zijn voor het virus. En dat verklaart waarom tot nu toe zo weinig patiënten anderen hebben besmet. Als het virus zich niet vermenigvuldigt in regionen als de keel en de neus, wordt er weinig overgehoest en geniest. Dit blijkt uit twee onderzoeken die vandaag gepubliceerd zijn. Pathologen en virologen uit Rotterdam schrijven het in het wetenschappelijke tijdschrift Science. Onderzoekers uit Tokio en Wisconsin noemen het in Nature, het andere toptijdschrift.

Maar verkleint dit nieuwe gegeven ook de kans op een toekomstige pandemie? In ieder geval betekent het dat het huidige H5N1-virus meestal mank gaat. Daarover zijn de twee onderzoeksgroepen die over deze ontdekking publiceren het wel eens.

Maar we weten niet hoe moeilijk het voor de H5N1-vogelgriep is om zo te muteren dat het zich wél toegang verschaft tot die bovenste luchtwegen. Bemoedigend is dat de patiënten die tot nog toe zijn beschreven, inderdaad vooral klachten hadden aan die lagere luchtwegen. Ze hadden zuurstofgebrek, waren kortademig. Een loopneus en zere keel kwamen niet altijd voor, en ook pas later dan de longklachten.

Duidelijk was het te zien bij een zesjarig Thais jongetje dat in januari 2004 doodging aan de vogelgriep. Onderzoekers uit Hongkong onderzochten zijn lichaam uitgebreid. Het virus was niet te vinden in de wand van de luchtpijp, een weefsel dat voor mensengriep juist heel gevoelig is. Alles wees erop dat het virus zich vermenigvuldigde in de longblaasjes, en specifiek in de type-II-cellen. De onderzoekers in Nature en Science komen nu tot precies dezelfde conclusie. De longblaasjes liggen in de diepste delen van de long; het is de plek waar zuurstof wordt uitgewisseld tussen de adem en het bloed.

Het is te vroeg om te concluderen dat het H5N1-virus eeuwig ongeschikt zal blijven om van mens op mens over te springen. Voorafgaand aan de nu gepubliceerde studies screenden onderzoekers een groot aantal H5N1-virussen op hun bindingsmogelijkheden. De mééste virussen konden alleen onderin de longen binden. Maar de Japans-Amerikaanse groep vond ook een virus in een patiënt uit Hong Kong, dat ook een beetje contact kreeg met de bovenste luchtwegen.

'Ja, die mutaties treden dus wel op', zegt dr. Thijs Kuijken. Hij is veterinair patholoog en leidde het Rotterdamse onderzoek. 'Het is niet zwart-wit', zegt hij. 'Dit onderzoek was ook niet bedoeld om de kans op een pandemie in te schatten.'

Wie dat wel wil doen, zal ook moeten bepalen of het virus geen andere besmettingsroute dan de luchtwegen kent. Bij mensengriep is dat de klassieke weg, maar er komen steeds meer aanwijzingen dat het vogelgriepvirus zich ook via de darm verspreidt. In de darmen van het Thaise jongetje vermenigvuldigde het virus zich. Kuijken: 'Het virus is bij verschillende patiënten in de faeces gevonden. Bij katten zien we dat regelmatig, en bij vogels is het algemeen. We moeten er rekening mee houden dat dat een route voor infectie is.'

Het belang van het huidige onderzoek is vooral fundamenteel. Het biedt veel mogelijkheden voor verder onderzoek. De Rotterdamse studie wees bijvoorbeeld twee proefdieren aan (de kat en de fret) waarvan de longen precies op dezelfde manier op het virus reageren als menselijke luchtwegen. Kuijken: 'En we kunnen nu beter zoeken naar mutaties die de binding aan de longen bevorderen.'