Wilders wil een partij zonder hiërarchische lijnen

Collega-politici reageren onvriendelijk op het verkiezingsprogramma van zijn partij, zegt Tweede Kamerlid Geert Wilders. Maar “mensen in het land“ zijn enthousiast.

Tweede-Kamerlid Geert Wilders, die gisteren het verkiezingsprogramma presenteerde van zijn Partij voor de Vrijheid, zegt dat collega's van andere politieke partijen “hun handschoenen“ hebben uitgedaan. Een jaar geleden reageerden ze nog voorzichtig en soms vriendelijk op zijn idee om een eigen partij op te richten. Hij was welkom, net als later misdaadverslaggever Peter R. de Vries en nu Marco Pastors van Leefbaar Rotterdam, die ook aan de landelijke verkiezingen mee wil doen.

Maar vriendelijk zijn de collega's niet meer, zegt Wilders. Ze vonden zijn programma “helemaal niks“. Zijn voorstel om artikel 1 van de Grondwet, over gelijke behandeling en non-discriminatie, te veranderen, was “oude wijn in oude zakken“. En het enige doel van Wilders was: Fortuyn nadoen. Wilders: “Ik hoor geen enkele inhoudelijke reactie. Terwijl ik toch meer heb gedaan dan tien puntjes produceren.“

Van “mensen in het land“ kreeg hij naar eigen zeggen gisteravond honderden e-mails. Negentig procent daarvan was “heel erg ondersteunend“. Wilders zegt dat zich ook al honderden vrijwilligers hebben aangemeld. Ze zullen hem helpen om genoeg handtekeningen te verzamelen in de kieskringen, waardoor hij in heel Nederland kan meedoen aan de volgende Tweede-Kamerverkiezingen. Maar hij zal geen lokale afdelingen oprichten met eigen besturen en voorzitters. Zo'n organisatie vindt hij bureaucratisch en “niet meer van deze tijd“. “Je ziet bij de afdelingen gestolde belangenbehartiging. Gewone leden zijn er nauwelijks. Negentig procent is lid van de Provinciale Staten of de gemeenteraad, of het zijn oud-wethouders. De afstand tussen partijkader en kiezers is volgens mij ook een oorzaak voor de afstand tussen burgers en politiek.“

De Partij van de Vrijheid krijgt een platte organisatie. Wilders zal vrijwilligers in het land wel een keer “een naam“ geven. “En na de verkiezingen moet er iets landelijks komen. Een voorzitter en een bestuur. Maar dat is het dan. Ik wil geen staf, ik wil geen hiërarchische lijnen in de partij.“

Wilders denkt dat hij vrijwilligers daardoor uitnodigt tot “directe betrokkenheid“. Als ze hun best doen, kunnen ze het in zijn partij ver brengen. “Ze hoeven niet eerst eindeloos koffie rond te brengen.“

Zijn belangrijkste politieke adviseur is Bart-Jan Spruyt, tot afgelopen zomer directeur van de conservatieve Edmund Burke Stichting. Namen van andere adviseurs en kandidaat-Kamerleden maakt hij uit veiligheidsoverwegingen nog niet bekend. Wilders zelf wordt al sinds het najaar van 2004 (na de moord op Theo van Gogh) zwaar bewaakt.

Wilders zegt dat hij nu tussen de tien en twintig mogelijke kandidaat-Kamerleden voor zijn partij heeft en dat daar de komende weken nog tien of twintig bij zullen komen. Eind vorig jaar begonnen zijn medewerkers met de selectie. Ze organiseren weekenden waarin kandidaten les krijgen in de ideologie van de partij. Ook leren ze debatteren en ze krijgen media-training. Wilders: “Het moeten spontane, eerlijke mensen zijn met een eigen mening, maar ze moeten ook ergens tegen kunnen. Journalisten zullen zich straks als piranha's op hen storten.“

Tot de zomer zal Wilders zich elke zaterdag met de training bemoeien. En hij zal, vaker dan hij nu doet, spreekbeurten geven en diners organiseren om fondsen te werven voor zijn partij. Soms haalt hij bij een spreekbeurt driehonderd euro op, zegt hij. En soms - zoals vorig jaar in Rotterdam, toen hij voor het eerst sinds de moord op Van Gogh een lezing gaf - tachtigduizend euro. Wilders denkt dat hij voor zijn verkiezingscampagne zo'n twee miljoen euro nodig heeft.

    • Petra de Koning