Verraderlijk zonnige kleuren in de oorlog

Het is 23 mei 1940. Rotterdam is gebombardeerd. De toren van de Laurenskerk staat nog overeind, daar omheen rest alleen maar puin. Op de voorgrond staat een bakfiets met aan weerszijden twee mannen. De linker draagt een licht pak en een roze overhemd. Een róze overhemd? Ja echt, in 1940.

De tentoonstelling Alphons Hustinx, Kleur in donkere dagen in het Limburgs museum toont een selectie uit de overweldigende collectie van ruim 2.000 kleurendia's van fotograaf/cineast Hustinx. De dia's zijn afgedrukt op A3-formaat en tonen situaties uit Nederland in de jaren tussen 1939 en 1946.

Kleur is soms een groot woord. De dia's zijn gerestaureerd en de kleuren zijn over het algemeen mooi zacht. Maar soms bestaat het beeld enkel uit een aantal schakeringen zwart-bruin met hier en daar een donkerrood detail. Geen groen, geen blauw. Een foto van de stoffenafdeling van Magazijn de Bijenkorf (Amsterdam, juni 1941) laat een eindeloze hoeveelheid gedrapeerde stoffen zien, met veel verschillende patronen. Alles in de troebele kleurstellingen modderig groen-blauw, oranjerood en bruin. Bij een ijskar voor Café Royale (Nijmegen, 10 april 1941) staat een meisje met exact dezelfde kleur jas, schoenen en strik in het haar als de gordijnen van Café Royale. De zachtroze ijskar is op een andere foto knalgeel.

Kleurenfilms waren al vanaf 1936 beschikbaar, maar vanwege hun hoge prijs en ingewikkelde techniek alleen weggelegd voor de beste en rijkste fotografen. Hustinx, zoon van een bankdirecteur, verkeerde in hoge sociale kringen en had de mogelijkheid te kunnen leven van zijn liefhebberijen fotograferen, filmen en reizen.

En Hustinx houdt van mooie plaatjes. Idyllische dorpjes, landelijke taferelen of schilderachtige stadsgevels. Veel minder belangrijk is de documentaire betekenis van zijn opnames. En zeker in de eerste oorlogsjaren lijken de foto's te willen zeggen: “Er is toch niks aan de hand, alles gaat gewoon z'n gang'. Dat komt door de keuze van zijn onderwerpen, de onverwoestbare continuïteit van werkzaamheden op de Alkmaarse kaasmarkt, drukbezochte bloemenstallen en spelende kinderen met bootjes op de vijver. Maar het komt ook door de kleur. Het verraderlijke is namelijk dat door de gevoeligheid van de film het alleen mogelijk was om te fotograferen met mooi weer. Daarom lijkt het of de zon de hele oorlogsperiode flink heeft geschenen en vrouwen altijd in gebloemde jurken voorbij fietsten. Daarnaast maakte hij de foto's terwijl hij als toerist door Nederland trok en bleef hij een afstandelijke solist die voornamelijk voor zichzelf fotografeerde. Als er eens een Duitse soldaat in beeld is, lijkt dat meer een toevalligheid.

Een interessante paradox wordt zichtbaar als Hustinx steeds meer pamfletten, affiches en aanplakbiljetten gaat fotograferen. Iets wat voortkomt uit een wedstrijdje met zijn zwager, maar zijn kijk verandert. Hij zoomt eindelijk eens in en focust. Daarmee verschijnt er langzaam een tweede, informatievere laag in zijn foto's.

Zijn ansichtkaartwaardige stadsgezichten worden steeds vaker prachtige opnames van ruïnes: Rotterdam, Venlo, Nijmegen, Den Haag. En hoewel dit voor kleurenfotografie niet zo'n dankbaar onderwerp is - alles is grijsgrauw, bruinig en hetzelfde - geeft het heldere kampvuurtje van de kinderen tussen de Venloose puinhopen een romantische aanblik. En het rode “verboden in te rijden bord' dat de straat blokkeert naar de bouwput die Rotterdam heet, voegt ontegenzeggelijks iets poëtisch toe.

Tentoonstelling: Alphons Hustinx, Kleur in donkere dagen. Limburgs Museum Venlo. T/m 23 april. Inl.: 077 3522112.