Splitsen betekent meer concurrentie

Als de energiebedrijven worden gesplitst, moeten ze harder om klanten vechten.

De elektriciteitsrekening wordt pas lager als meer consumenten overstappen.

Gaat de gas- en stroomrekening omhoog of omlaag nadat de Nederlandse energiebedrijven zijn gesplitst? Eigenlijk is daar weinig zinnigs over te zeggen. In Nederland hangt dat af van het belastingbeleid van het kabinet, de ontwikkelingen op de internationale oliemarkten, de concurrentie tussen energiebedrijven in Nederland én het gedrag van de consument zelf.

De splitsing in een publiek deel dat het netwerk in handen houdt en een commercieel deel dat de energie levert, heeft vooral effect op de concurrentie tussen de energiebedrijven. Die neemt naar verwachting toe. Immers, de netten (de stroomkabels en de gasleidingen) zijn dan niet langer in handen van de partij die ook stroom en gas produceert of levert. Nu kan het zo zijn dat Nuon en Essent zichzelf bevoordelen door bijvoorbeeld lastig te doen als de Duitse energieleverancier Eon gas of stroom over hun net wil transporteren - hoewel dat soort oneerlijke concurrentie moeilijk is aan te tonen.

Zodra de netten in onafhankelijke handen zijn, krijgen alle energiebedrijven waarschijnlijk gelijke toegang tot alle netten in Nederland. Dat verwacht ook de commissie-Kist, die in een rapport steun betuigde aan het plan van minister Brinkhorst (Economische Zaken) om de energiebedrijven te splitsen.

Als Nuon, Essent, Eneco en Delta hun netten verliezen, zullen ze hun concurrentie moeten toespitsen op de productie en levering van gas en stroom. Ze zullen proberen daar kosten te verminderen, bijvoorbeeld door banen te schrappen, of door gasgestookte centrales (gas is op het moment erg duur) te vervangen door kolengestookte centrales. Meer concurrentie leidt tot dalende prijzen, zo is de verwachting.

Of dat ook echt gebeurt, zal mede van de consument afhangen. Pas als die gaat wisselen van energieleverancier, krijgen de bedrijven een prikkel om in beweging te komen, om de consument terug te winnen, bijvoorbeeld via lagere prijzen of speciale acties. Sinds de liberalisering van de energiemarkt in Nederland, in 2004, is circa 10 procent van de klanten geswitcht. Dat is niet zo veel. Daar komt bij dat de energiebedrijven de kosten niet helemaal zelf in de hand hebben. Ze zijn daarvoor deels afhankelijk van de internationale olieprijzen. In Nederland is de prijs van gas gekoppeld aan die van olie. Omdat internationaal de olieprijzen nu erg hoog zijn, is de prijs van gas ook hoog. En aangezien Nederland verhoudingsgewijs veel gasgestookte centrales heeft, is stroom eveneens duur.

Splitsing of geen splitsing, de olieprijzen kunnen in de toekomst plotseling omlaag of omhoog schieten en dan zal de energierekening van de Nederlandse consument gewoon meebewegen. De concurrentie tussen de energiebedrijven komt alleen tot uitdrukking in de leveringsprijs. Die maakt maar een klein deel uit van de eindprijs die de consument betaalt. Bij gas maakt de levering bijna de helft uit van de uiteindelijke prijs, bij elektriciteit een kwart. De rest wordt bepaald door BTW, heffingen en vastrecht. De hoogte daarvan stelt de overheid vast.

In geen enkel EU-land zijn de energiebelastingen de afgelopen jaren zo gestegen als in Nederland. Het belastinggeld is bijvoorbeeld gebruikt om windmolens te subsidiëren. Kortom, de hoge energierekening die de Nederlandse consument nu betaalt - vorig jaar gemiddeld 1.600 euro per huishouden, dit jaar waarschijnlijk 300 tot 500 euro meer - zal waarschijnlijk dalen als energiebedrijven meer gaan concurreren. Maar dat effect kan teniet worden gedaan als de olieprijzen verder stijgen. Of de belastingen.

    • Marcel aan de Brugh