“Paniekpolitiek is totaal onzinnig'

Europa moet niet zo bang zijn voor moslims, stelt islamoloog Roy. Angst voor fundamentalisme vertroebelt het debat. “Politici laten zich gijzelen door radicale moslims.“

Olivier Roy (1949) is onderzoeker bij het Centre National de la Recherche Scientifique. Hij schreef o.a. L’Islam mondialisé, in het Nederlands verschenen als De globalisering van de islam. (Foto Jørgen Krielen) ©Jørgen Krielen/Amsterdam 20-03-2006/ Olivier Leroix(?) Krielen, Jørgen

“Maar wat is de oplossing voor de huidige crisis met de islam in Europa“, vraagt de Franse islamdeskundige Olivier Roy retorisch nadat hij “de problemen met de islam in Europa' heeft geanalyseerd. Hij geeft zelf het antwoord. “Het conflict in het Midden-Oosten tot een eind brengen zou leuk zijn, maar dat lost onze problemen in Europa niet op. Nee, we moeten de islam in Europa toelaten als een pure religie en de moslims van allerlei signaturen ruimte in het pluralistisch bestel gunnen.“

Zo simpel is het ook weer niet, erkent hij. De paniekerige reactie bij een deel van de politici is een onderdeel van de problemen met de islam in Nederland en andere Europese landen, betoogt Roy, een van de meest vooraanstaande islamkenners in Europa. Roy, die de afgelopen jaren regelmatig in Nederland was, deed deze week even Amsterdam aan.

Pogingen en wensen bij politici wetten aan te passen om “de islam' het hoofd te bieden, zoals van het Tweede-Kamerlid Geert Wilders in zijn verkiezingsprogramma, categoriseert Roy als “onzinnig“. Bewijzen van ongeloof in eigen keuzes, tekenen van zwakte, zo typeert de Fransman dergelijke “paniekpolitiek“. Roy: “Het Westen heeft wel vaker ondemocratische ideologieën voortgebracht. Als de afgelopen eeuw ons iets heeft laten zien dan is dat wel de kracht van de democratieën. We hebben het fascisme en communisme toch ook overleefd.“

Men zou niet bang moeten zijn voor het pluralisme, betoogt Roy. “Dat is juist de kracht van ons systeem. Aanpassingen in de wet zijn van alle tijden, hoort erbij, maar tast de basisprincipes van je wetgeving niet aan, blijf juist in deze tijden geloven in de kracht van het pluralisme en de vrijheid van meningsuiting.“

Radicalisme onder moslims in Europa beschouwt Roy als een Europees verschijnsel dat geheel los staat van de islamitische “moederlanden'. De islam in Europa wordt niet omringd door een lokale “islamitische' cultuur. Roy: “De islam raakt gedeculturaliseerd en geïndividualiseerd in Europa. De religie heeft zijn sociale functie, autoriteit verloren. De culturele en etnische identiteiten vervagen langzamerhand, alleen de islamitische identiteit blijft over.

“We zien dat islamisme minder speelt bij moslims met een sterke etnische identiteit zoals de Turken. Bij de Marokkaanse berbers des te meer. Wat is een berbercultuur? Jongeren weten dat niet. Bij hen zien we het berbernationalisme ook opkomen. Sommige jongeren kiezen voor de identiteit van het land waar ze wonen, of versterken juist de etnische identiteit en anderen zoeken hun heil in de islam. De islam staat in hun optiek boven alle etnische en culturele identiteiten. God heeft geen cultuur.“

Mohammed B., de moordenaar van cineast Theo van Gogh, en zijn veroordeelde “broeders' van de terroristische Hofstadgroep zijn volgens Roy te vergelijken met andere terroristische groepen uit de recente geschiedenis van Europa. “We moeten accepteren dat we nou eenmaal met terroristen te maken hadden en hebben. Ze zullen enkele mensen vermoorden, uiteraard, maar een echt gevaar vormen ze niet voor onze democratie. Dus is het terrorisme het onderwerp niet. Het terrorisme is slechts een neveneffect van de echte uitdaging, de integratie.“

De verwesterlijking van de islam betekent niet automatisch een liberalisering van de religie. Roy: “Het ziet er zelfs naar uit dat de islam in Europa conservatiever is dan in menig Arabisch land. Het scheidingsproces tussen cultuur en religie leidt in het begin vaak tot fundamentalisme. Sommige vormen van fundamentalisme zijn wel te verenigen met secularisatie. Dat in orthodox islamitische kringen wordt gesproken over de ummah, de geloofsgemeenschap, is een erkenning van de secularisatie. Gelovigen beschouwen zichzelf als een minderheid terwijl ze getalsmatig in de meerderheid zouden zijn, zoals in een land als Turkije.“

Volgens critici is het een utopie dat de islam en democratie samengaan.

“Wie zegt dat nou weer! De katholieke kerk is nog steeds geen democratische instelling, maar de meeste katholieken hebben geen problemen met de democratie. Het is juist een misverstand om te denken dat iedereen in een democratische samenleving democraat moet zijn. Christenen zijn ook niet altijd al overtuigde democraten geweest, en niet elke Europeaan is liberaal of zelfs democraat.“

Sommige Europese politici zoeken hun heil bij gematigde islam en moslims. Ook minister Verdonk (Integratie) praat alleen met gematigde islamitische voormannen. Bevordert dat de creatie van de “Europese islam'?

“We moeten met de islam omgaan zoals we ook met de kerk omgaan: niet mee bemoeien. Secularisme verbiedt de inmenging van de staat in de religie. We moeten ophouden om van dé moslims democraten te willen maken. Geef geen subsidie aan hen die de liberale, gematigde islam willen promoten, haal geen verlichte geestelijken uit het Midden-Oosten die de gemoederen bij islamitische burgers moeten bedaren.

“Het debat is de beste manier om een confrontatie met de moslims te vermijden. Conservatieve en fundamentalistische ideologieën zijn het best handelbaar in een pluralistische omgeving. Alleen dan kunnen jongeren, die een potentieel doelwit zijn van radicalen, bereikt worden.“

Bij de lokale verkiezingen in Nederland hebben de meeste migranten met islamitisch achtergrond op de sociaal-democraten gestemd.

“Natuurlijk. Dat zeg ik. Onzinnig om te verwachten dat de moslims het verschil tussen de religie en de politiek niet kunnen of willen inzien. Het is juist het discours van de fundamentalistische moslims, neo-fundamentalisten noem ik ze, dat de islam geen onderscheid maakt tussen religie en politiek. En wij, Westerse politici en opiniemakers laten ons gijzelen door radicale moslims door hun paradigma over te nemen.

“Het zijn de fundamentalisten die steeds praten over dé islam, de ummah, de geloofsgemeenschap. Die gemeenschap bestaat gewoonweg niet, daarom willen ze die creëren. In onze strijd tegen de fundamentalisten laten we de fundamentalisten de maat bepalen, dat is het probleem. Onze politici gaan naar de moskee en de imam om een probleem met “de islam' met ze te bespreken. Wat is nou een imam? Hij is niet meer dan één moslim.“