Het einde van GeenStijl?

GeenStijl is een populair, lomp, beledigend, rebels, politiek-incorrect, populistisch, opruiend en ongebonden weblog. GeenStijl heeft voor niets en niemand respect. Geen groter plezier dan een Bekende - of onbekende - Nederlander ongenadig afzeiken. Om GeenStijl kun je lachen, je kunt je er over opwinden, maar koud laten doet deze weblog je in geen geval. Of moet ik zeggen “deed', want het afgelopen jaar leek GeenStijl langzaam te veranderen.

Was het mijn verbeelding of werd de shocklog braver? Het begon ermee dat het populaire GeenStijl-tijdverdrijf deze en gene een “nekschot' toe te wensen niet langer werd getolereerd. Allengs werd er minder gescholden en beledigd. Er kwam ANP-nieuws. Er werden plannen gesmeed voor televisie. De onder pseudoniem opererende makers traden uit de anonimiteit. Er kwamen nota bene waarderende stukjes in de krant. Kortom, GeenStijl leek zijn eeuwige puberteit te ontgroeien en afgelopen week was het dan zover: het weblog werd volwassen.

Wat bleek? De Telegraaf had een minderheidsbelang in GeenStijl genomen, naar verluidt voor enkele miljoenen.

Een paar miljoen voor een weblog? Dan verwacht je opwinding in de blogosfeer. Eindelijk serieus genomen! Ook wij zijn geld waard! Zoiets. Maar vreemd genoeg werd er op het nieuws nogal lauw gereageerd. Geen verontwaardiging, geen gejuich, zelfs geen jaloezie. Veel bloggers maakten melding van het nieuws, maar haalden er verder hun schouders over op. Op naar de volgende link.

Intussen schermde de redactie van GeenStijl nadrukkelijk met een “onafhankelijkheidsverklaring' en meldde De Telegraaf dat de redactie van het weblog geen strobreed in de weg gelegd zal worden.

Veel lezers van GeenStijl gunden de makers hun miljoenen, maar net zoveel trouwe bezoekers voelden zich bekocht. Zij - en ik - konden zich niet aan de indruk onttrekken dat met aandeelhouders ook water bij de wijn gedaan zal moeten worden. Of, zoals een “reaguurder' het omschreef: “[] GeenStijl heeft per vandaag al zijn charme verloren, ook al verandert er geen spat aan de hele site en berichtgeving“.

    • Jeroen van Bergeijk