Het China-syndroom

Vrijhandel is een kostbaar en breekbaar goed. Na het recente opvlammen van het “economisch patriottisme' in zowel Europa als de Verenigde Staten, dreigt het verslechterende internationale klimaat op dit punt nu verder te worden aangetast door een sluimerend conflict tussen de VS en China. Deze week reizen twee senatoren, de Republikein Lindsay Graham en de Democraat Charles Schumer, door China om zich te laten inlichten over de Chinese economische en financiële politiek. China neemt hun bezoek serieus. Schumer en Graham geven hun naam aan een wetsvoorstel dat pleit voor een strafheffing van 27,5 procent op alle Amerikaanse import uit China als dat land niet stopt zijn munt kunstmatig laag te houden ten opzichte van de Amerikaanse dollar.

De Verenigde Staten hebben een enorm handelstekort van bijna 800 miljard dollar en 202 miljard daarvan betreft het Amerikaanse handelstekort met China. Deze onevenwichtigheid is ongezond. Hoewel een betere economische politiek in beide landen al veel zou oplossen, spitst het conflict zich toe op de valutapolitiek. In Amerikaanse kring bestaat de overtuiging dat de Chinese munt, de yuan, met 40 procent in waarde zou moeten stijgen tegenover de dollar om een “eerlijke' verhouding te weerspiegelen tussen de twee economieën. China liet afgelopen zomer zijn jarenlange vaste koppeling met de dollar los en liet zijn munt 2 procent in waarde stijgen. Sindsdien is daar slechts een waardestijging van in totaal slechts 1 procent gekomen.

De vraag of China de zaak bewust saboteert of dat de weg der geleidelijkheid juist verstandig is met het oog op de nog fragiele Chinese banksector, krijgt nauwelijks aandacht meer. Het Congres staat hoe dan ook op het punt zijn geduld met China te verliezen. Dat is des te brisanter omdat de Chinese president Hu Jintao volgende maand een officieel bezoek brengt aan de VS en het valutaconflict de bilaterale verhoudingen op voorhand vergiftigt.

In de Amerikaanse politieke krachtenverdeling is het wel vaker het Congres dat neigt naar bescherming van de economische belangen van de nationale en regionale achterban. Het Witte Huis heeft doorgaans de rol van voorvechter van vrijhandel. De regering-Bush heeft inmiddels zoveel aan statuur verloren dat zij die positie met steeds meer moeite bekleedt. Bush leed vorige week nog een nederlaag toen het Congres tegen zijn zin de overname tegenhield van Amerikaanse havens door een bedrijf uit Dubai. Senatoren en Afgevaardigden zien intussen de tussentijdse Congresverkiezingen van eind dit jaar naderen.

Zo dreigt nu de situatie te ontstaan waarin het daadwerkelijk komt van een strafheffing op Chinese invoer. Dat zou desastreus zijn voor het internationale handelsklimaat, en een gevaarlijk precedent scheppen. Het heeft er weinig schijn van dat de twee betrokken senatoren zich deze week in China volledig laten overtuigen van de Chinese kijk op de zaak. De Amerikaanse regering zal zelf het tij moeten keren. Dan heeft de rest van de wereld ook weer eens baat bij een krachtig leiderschap van president Bush.