Het beeld

Goed idee van Het uur van de wolf (NPS): op de internationale dag van de mensenrechten een documentaire over musici in Noord-Korea vertonen. Voor filmers vormt de laatste onversneden communistische dictatuur - Wit-Rusland en Cuba zijn in vergelijking kinderspel - een lastige uitdaging. Niet lang geleden zagen we pogingen van Pieter Fleury en van Mirjam Bartelsman voor Nova om de onderdrukking in pregnante beelden te vangen. Ze liepen deels stuk op de strenge bewaking door begeleiders van regeringswege, die erop moesten toezien dat louter positieve berichten zouden worden overgebracht.

De slimste en effectiefste aanpak tot nu toe blijkt die van Hans Hermans en Martin Maat in Pyongyang crescendo. Ze volgden de in Nederland wonende, jonge Duitse dirigent Alexander Liebreich (37) bij een meesterklas aan het conservatorium van de Noord-Koreaanse hoofdstad. De confrontatie tussen oost en west, een interessante hoofdpersoon en onsterfelijke muziek, het waren al beproefde ingrediënten voor documentaires over respectievelijk Isaac Stern en Itzhak Perlman in China.

Het verslag van Hermans en Maat gaat verder dan het probleem dat sommige Aziatische musici ervaren bij het interpreteren van expressieve Europese muziek. Hoe kan een jonge Noord-Koreaanse dirigent zijn persoonlijkheid leggen in een stuk als hem zijn leven lang verboden is zich als individu te ontplooien?

De begeleiders van de filmers hadden niet begrepen dat concentratie op deze ene kwestie veel meer onthult over de stand van zaken in het rijk van Kim Jong-il dan beelden van lege boulevards of karige maaltijden. Ze verbaasden zich dat die Hollanders steeds hetzelfde onderwerp filmden. Die meesterklas hadden ze nu toch wel gezien? Uiteindelijk vielen de bewakers erbij in slaap.

Liebreich had typisch twintigste-eeuwse muziek uitgekozen: het Adagietto uit Mahlers vijfde symfonie (1902; ook bekend van Dood in Venetië en de begrafenis van Robert Kennedy) en een tijdens het nazi-bewind als protest geschreven werk van Karl Amadeus Hartmann. De studenten vonden dat het laatste stuk pijn deed aan hun oren, maar wel belangrijk moest zijn, omdat het een reflectie vormde op de samenleving.

Liebreich mag voor het concert de dirigenten aanwijzen. Hij ziet bij O Eun-mi talent en gevoel voor Mahler, maar de Koreaanse professor vindt dat een vrouw niet genoeg overwicht heeft. Toch wordt het juffrouw O. Liebreich suggereert haar een broek te laten dragen.

Aanvankelijk speelt het orkest wel (nagenoeg) de juiste noten, maar daar is alles mee gezegd. Mahler klinkt iel en onbezield. Liebreich vergelijkt het met “drie jaar oude kimchi': het nationale gerecht van ingelegde kool. Liebreich doet voor hoe het wel moet, en juffrouw O kijkt ernaar als een geslagen hond.

Dan frommelt hij een zware tas in haar linkerhand. Een begeleider wil hem al overnemen, maar nee: het is de bedoeling dat ze het gewicht ervaart en zo de muziek beter aanvoelt.

Bij de uitvoering verricht juffrouw O een wonder. Mensen blijven altijd mensen, ze kunnen iets leren. Dan verschijnt de slottitel, dat na het concert de autoriteiten elk contact van de studenten met buitenlanders hebben weten te verhinderen.