Fiasco havendeal les voor Dubai

Bij de eerste stap in het strijdperk van de wereldeconomie, stuitte het snel groeiende Dubai op zijn beperkingen. “Niemand vraagt zich af waar dit alles toe leidt.“

De zon schijnt, er zijn mooie Russische vrouwen en overal schitteren witte jachten. Zoals altijd is het leven mooi in Dubai, ook op de International Boat Show die deze week in het emiraat wordt gehouden. Sjeiks sluiten hier lachend business deals met blonde westerlingen met zongebruinde gezichten.

Geld is de maat der dingen in het stadstaatje. En dat is te zien. De economie groeit jaarlijks met meer dan tien procent. Voor de kust worden kunstmatige eilanden gebouwd en iedere week wordt er aan de bouw van een nieuwe wolkenkrabber begonnen. The sky is the limit in Dubai.

Maar bij de eerste echte stap op het strijdveld van de wereldeconomie bleken de aspiraties van het emiraat te ver te reiken. In een poging het Britse havenoverslagbedrijf P&O te kopen, stuitte de regerende familie Al Makhtoum op Amerikaanse Congresleden. Onder leiding van de mogelijke Democratische presidentskandidaat Hillary Clinton werd duidelijk gemaakt dat de veiligheid van de toegangspoorten van de Verenigde Staten niet aan anderen kon worden toevertrouwd.

Het wekte de indruk dat vooral Arabische landen ongewenst zijn. Het staatsbedrijf uit Dubai, een van de Verenigde Arabische Emiraten, heeft nu beloofd de Amerikaanse havens binnen negen maanden aan een Amerikaanse koper van de hand te doen.

Op een paar kilometer van de botenshow, in Jebel Ali, ligt de haven die buiten de Verenigde Staten het vaakst door de Amerikaanse marine wordt aangedaan. De Verenigde Arabische Emiraten zijn een van de grootste bondgenoten van de VS in het Midden-Oosten, maar de steun wordt hier stil gehouden.

Abu Abdullah is met zijn drie zonen op zoek naar een nieuw jacht op de botenshow. Allen zijn gekleed in traditionele lange witte jurk en roodgeblokte hoofddoek. Abdullah is niet ontdaan door het gebrek aan Amerikaans vertrouwen in de Arabieren uit de Golfstaat. “Amerika en de VAE zijn vrienden“, zegt hij. Om zijn woorden kracht bij te zetten vouwt Abdullah zijn handen in elkaar. “We verdienen hier in Dubai veel geld door hun oorlog in Irak. Alle zakenmensen uit de regio komen hierheen“, zegt hij. Zijn zonen knikken instemmend.

Maar niet iedereen in de Emiraten is zo vergevingsgezind. “We worden gediscrimineerd“, zegt Hussain al-Nowais. Hij is projectontwikkelaar en behoort tot de rijkste mensen in het emiraat. Hij investeert veel in de Verenigde Staten, voornamelijk in onroerend goed. “Ik heb altijd naar de VS gekeken als een land dat zijn grenzen open heeft voor de wereld om handel te drijven. Meer dan 12 procent van hun bruto inkomen komt direct uit buitenlandse investeringen. Meer dan vijf miljoen mensen werken direct dankzij geld uit het buitenland“, vertelt Al-Nowais telefonisch vanuit zijn auto. Dat kan veilig, want hij heeft een chauffeur, zo legt hij uit.

Nowais vraagt zich af wat er was gebeurd als de tweede bieder op P&O, een bedrijf uit Singapore, de overname had gedaan. “Denkt u dat er dan een probleem was geweest? Nee. Wij zijn geweigerd omdat we moslims zijn.“

Nowais en andere grote investeerders zullen in de toekomst goed nadenken of ze nog wel in de Verenigde Staten willen investeren. Nowais wil de markten in China, India en Europa gaan verkennen. “Waarom zouden we zaken doen met mensen die ons beledigen? Hoe zouden Nederlanders het vinden als Philips verboden werd om in de VS te werken?“

Een hoge ambtenaar binnen de regering van de Verenigde Arabische Emiraten geeft toe dat de zaak zeer gevoelig ligt. “We hebben met iedereen gesproken in de Verenigde Staten en zijn uiteindelijk geëindigd met president George W. Bush“, zegt de ambtenaar. “Dat het niet is gelukt hebben we ook aan onszelf te wijten. We hadden meer moeten doen om uit te leggen wie we zijn. Natuurlijk kwamen twee van de kapers van “11 september' uit de Emiraten, maar ze zijn geradicaliseerd in Duitsland. Niet hier.“

In een van de vele woonflats overdenkt analist Youssef Ibrahim wat er is misgegaan tussen beide landen. Ibrahim, ooit journalist bij The New York Times, legt de schuld vooral bij de Emiraten. “Deze plek groeit zo hard. Niemand stelt zich de vraag waarnaar dit allemaal moet leiden. Ze maken skibanen in de woestijn maar hebben geen sociale projecten“, zegt Ibrahim die hoofdredacteur was van de lokale krant Gulf News tot hij “aan de kant werd geschoven wegens te kritische stukken“.

Sjeik Mohammad al-Makthoum duldt volgens hem geen tegenspraak en regeert autocratisch. “Met de overname van de havens wilde Dubai zijn opwachting maken in de wereldeconomie. Maar ze missen de normen en waarden om het spel op gelijk niveau te spelen met de westerse landen.“

Ibrahim somt op. Er is geen open economie in de Emiraten, de overheid werkt als de grootste pooier door duizenden visa te verstrekken aan Russische prostituées, en er zijn geen wetten om de honderdduizenden gastarbeiders te beschermen. “Hun regels wijken af van de geldende norm, daar betalen ze nu de prijs voor.“

Hij ziet de mislukte havendeal als een wijze les voor de Emiraten. “Er is zoveel oliegeld in de regio op dit moment. Dat moet ergens aan worden uitgegeven“, zegt Ibrahim. “We gaan dit soort disputen meer zien in de komende jaren.“