Estrada steelt niet van boeren

Nee, moeilijk vond hij het niet, zei de voormalige Filippijnse president Joseph Estrada (68) vanochtend bij het verlaten van de rechtszaal in Manila waar hij terecht staat wegens corruptie en verduistering van zo'n 80 miljoen dollar aan overheidsgeld. “Ik hoefde alleen maar eerlijk te antwoorden, dus dat was gemakkelijk“, zei hij. “Ik ben er op gebrand deze zaak gauw tot een einde te brengen opdat het volk de waarheid zal kennen.“

In mei 1998 werd de populistische filmacteur Estrada gekozen tot president van de Filippijnen, met de grootste marge ooit in de Filippijnse geschiedenis. Nog geen drie jaar later, in mei 2001, was zijn presidentschap voorbij. Een afzettingsprocedure in de Senaat tegen hem mislukte, maar toen greep de straat in - lees kerk en leger, de twee machtigste instituties in het land - en werd de zelfbenoemde “kampioen van de armen' door de bevolking gedwongen tot aftreden.

Vanochtend moest hij als laatste getuige optreden in het al jaren lopende proces tegen hem, met als belangrijkste beschuldigingen dat hij steekpenningen heeft ontvangen van bevriende casinobazen en tabaksaccijnzen in eigen zak stak. “Een pakketje leugens“, reageerde Estrada in de rechtszaal. “Ik heb nooit om commissies gevraagd. Ik heb niet het geweten om in staat te zijn geld te stelen dat is bedoeld voor boeren.“

Estrada, die aanvankelijk achter de tralies verdween en sinds anderhalf jaar onder huisarrest staat, klaagde er vanochtend over dat hij als president niet de kans kreeg zich te verdedigen tegen de valse beschuldigingen, maar door de straat werd veroordeeld. Bij de rechtbank had zich een paar honderd aanhangers verzameld met spandoeken waarop “Erap', zijn koosnaam, als onschuldig werd betiteld. De ex-president wilde dat “het politieke proces“ op tv werd uitgezonden, maar kreeg daarin niet zijn zin. (Reuters)