De wereld slobbert om z'n schouders

Philip Seymour Hoffman won een Oscar voor zijn rol als schrijver Truman Capote.

Hij is bescheiden en opwindend tegelijk.

Beste acteur, Academy Awards, 5 maart 2006 Best actor winner Philip Seymour Hoffman poses with his Oscar for his work in "Capote" at the 78th annual Academy Awards in Hollywood March 5, 2006. REUTERS/Mike Blake REUTERS

Er is iets eigenaardigs aan de hand met Philip Seymour Hoffman. Je zou de acteur die onlangs een Oscar won voor zijn rol als de schrijver Truman Capote best als schattig kunnen omschrijven, met dat rossige haar en die altijd onhandig blozende wangen. Buiten beeld vermoed je een afzakkende pantalon en afgetrapte veterschoenen, maar dat is omdat je graag iets hebt om het clichébeeld van de verlegen acteur compleet te maken. Het clichébeeld van de anti-ster welteverstaan, nog eens gevoed door journalisten die beklemtoonden dat de acteur er “in het echt' net zo klunzig-slonzig uitzag als de rol die hij net had gespeeld.

Van zo'n imago kom je slecht af. Want de op 23 juli 1967 in Fairport, New York geboren acteur is eigenlijk niet iemand die bij voorkeur zichzelf speelt. Hij is een meester van vermommingen. Hij blijft het liefste een hele draaiperiode in character. En in zijn rol betekent voor hem ook dat hij iemand echt is. Een mening heeft hij zelden over zijn personage. Die staat in het script, vindt hij, zit in de interpretatie van de regisseur.

Om Truman Capote te kunnen spelen bijvoorbeeld, vertelde hij in interviews, viel hij twintig kilo af en keek hij ontelbare malen naar de documentaire With Love from Truman, die de gebroeders Albert en David Maysles in 1966 over de schrijver van Breakfast at Tiffany's en In cold blood maakten. Method acting par excellence. “Ongeveer alsof je in je hoofd de hele dag koffers de trappen op en af aan het sjouwen bent“, omschrijft hij dat. En wat te denken van de travestiet die hij in Flawless (Joel Schumacher, 1999) tegenover Robert de Niro speelde? Het was ontroerend hoe schaamteloos hij zijn toch onhandige lichaam in veren en pailletten wist te hullen.

Bij een acteur als Philip Seymour Hoffman gaat het al snel over zijn lichaam. Hoe vederlicht hij kan zijn, en bijna lucide. Terwijl dat bijzaken zijn als je beseft dat hij in al zijn rollen vooral zo angstvallig realistisch is. Ze bestaan echt, zijn personages, en niet alleen voor 100 minuten in het donker, maar ook daarna nog, in je eigen straat, bij je eigen supermarkt, en even begrijp je ze confronterend goed. Dat is voor een filmacteur iets wat het lichaam overstijgt.

Philip Seymour Hoffman is een van de meest bescheiden en een van de meest opwindende acteurs die de afgelopen tien jaar in Hollywood is doorgebroken. Voor het grote publiek kwam dat met zijn rol als pornoacteur P. A. Scotty, die een oogje had op hoofdpersoon Dirk Diggler (Mark Wahlberg) in Boogie Nights (1997) van Paul Thomas Anderson. Hij viel ook daar weer op door de manier waarop hij op een hyperbewuste manier kon spelen dat hij zich onbewust was van zijn mollige lichaam in een milieu van mooie mensen.

Zelf ziet hij Scent of a Woman (1992, tegenover Al Pacino) als zijn doorbraak, omdat hij “sindsdien nooit meer zonder werk zat“. Acteerwerk om precies te zijn, want voor die rol werd hij achter de toonbank van een New Yorkse broodjeszaak weggeplukt. Een baantje waarvan hij er op dat moment al tientallen achter de rug had. Want in tegenstelling tot zijn meeste in de horeca bijverdienende collega's slaagde hij er zelfs niet in om het meest eenvoudige baantje als ober lang vol te houden.

Er zit vast een kern van waarheid in dat imago van superstuntel. Of hij nu een pornoacteur speelt, of een meteoroloog (Twister, 1996), een onderknuppel (The Big Lebowski, 1998), een bleue buurman (Happiness, 1998), een goedmoedige ziekenverzorger (Magnolia, 1999), een bleke beste vriend (The Talented Mr. Ripley, 1999), het alter ego van schrijver David Mamet (State and Main, 2000), een verlopen versie van de legendarische rockjournalist Lester Bang (Almost Famous, 2000) of een hijgerige sensatiereporter (Red Dragon, 2002), een gokverslaafde (Owning Mahowny, 2003), de wereld slobbert altijd om zijn schouders.

In Mission: Impossible III is hij deze zomer in een nieuwe hoedanigheid te zien. Als “klassieke psychotische klootzak“, aldus Hoffman die genoot van het actiewerk en het tegenspel wat hij held Tom Cruise moest geven: “Al dat rennen, vliegen en vechten is behoorlijk opwindend voor een acteur.“

Meer filmsterren: www.nrc.nl/film