De twaalf van Kamp

Neen, ook Nederland kon geen schone handen houden in Afghanistan. Minister Kamp (Defensie, VVD) was gisteren in de Tweede Kamer zo eerlijk dat te erkennen naar aanleiding van vragen over militaire incidenten in Zuid-Afghanistan waarbij Nederlandse commando's en mariniers betrokken waren. Volgens Kamp draagt men, als men als land deelneemt aan een militaire missie, daarvoor medeverantwoordelijkheid. Hij moest zich gisteren in de Kamer verantwoorden na publicaties in deze krant, afgelopen zaterdag, over Nederlandse hulp bij arrestaties van vermeende Talibaan- of Al-Qaedastrijders.

Het siert de bewindsman dat hij tenminste de geheimzinnigheid van deze militaire operatie gedeeltelijk heeft doorbroken. Maar lang niet alle vragen zijn beantwoord. Het gaat hier om een omstreden “vechtmissie'. Als Nederlandse militairen daarbij geen schone handen konden houden, is het van belang te weten wat precies hun werkafspraken of zogeheten rules of engagement waren. Dat het krijgsbedrijf gepaard gaat met vuil werk, hoeft niet te verbazen. De controle erop is echter essentieel. Voorwaarde daarvoor is informatieverstrekking. De inlichtingen moeten in dit geval van Kamp komen, maar zijn uitleg aan de Tweede Kamer was te summier om een helder beeld te krijgen van wat de Nederlandse commando's in Afghanistan precies hebben gedaan. En hoe vuil hun handen zijn geworden.

In het kader van de Amerikaanse operatie Enduring Freedom zijn sinds april vorig jaar doorlopend circa 165 man Nederlandse speciale eenheden in Afghanistan actief geweest. De (geheime) missie, die nu praktisch voorbij is, lag in Nederland gevoelig omdat de betrokken militairen mogelijk gedwongen zouden zijn Talibaan- of Al-Qaedastrijders te arresteren. Die zouden vervolgens kans lopen om in Amerikaanse gevangenschap te raken. De Nederlandse regering heeft meermaals geprotesteerd tegen schendingen van het internationale humanitaire recht door de Verenigde Staten in de strijd tegen het terrorisme. Belangrijkste symbool van de schendingen is het Amerikaanse gevangenkamp Guantánamo Bay, waar veel vermeende terroristen zonder rechtsbijstand zijn opgesloten.

Door Nederlands toedoen zijn in totaal 21 personen gearresteerd door de Amerikanen of de Afghaanse autoriteiten. Twaalf van hen zitten waarschijnlijk nog vast in de Amerikaanse gevangenis op de luchtmachtbasis bij Bagram. Over hun huidige behandeling en hun toekomst bestaat onduidelijkheid. Het is onwaarschijnlijk dat ze van de Amerikanen snel een eerlijk proces krijgen. Dat zadelt de Nederlandse regering met een moreel probleem op. Want het zijn niet alleen militairen die hun handen vuilmaken in oorlogen. Staten zijn eindverantwoordelijk voor wat hun troepen doen.

Het mag niet gebeuren dat de twaalf gedetineerden aan hun lot worden overgelaten. Het zijn mensen met een naam, een familie, een verleden. En of het nu terroristen zijn of niet, ze hebben rechten. Nederland moet helpen hun die te geven, door pressie bij de Amerikanen. Dat president Bush wegkomt met de schandvlek van Guantánamo Bay, is erg genoeg. Nederland kan zijn handen een beetje schoon maken door deze twaalf te volgen - en naar hun lot te blijven vragen.