De stangen van de steiger bogen al snel door

Op foto's van de steiger in de Amercentrale was al te zien hoe de diagonale stangen vervaarlijk doorbogen. Gisteren begon de rechtszaak over het ongeluk in 2003 waarbij vijf mensen om het leven kwamen.

Bij het begin van de bouw van de “rampsteiger' in de stoomketel van de Amercentrale ging het al mis. Op foto's van de opbouwfase, die voorzitter R. van den Heuvel van de Bredase rechtbank gisteren toonde, was te zien dat in de onderste helft van de steiger diagonale stangen doorbogen.

“Wist u iets van die doorgebogen schoren tijdens de bouw“?, vroeg hij getuige T. Pirotte, projectleider van hoofdaannemer CMI die de stoomketel een onderhoudsbeurt gaf. “Nee“, antwoordde de Belg, “dat hoorde ik pas na het accident.“ “Is dat niet vreemd?“, wilde Van den Heuvel weten. “Nee“, zei Pirotte. CMI had niet de verantwoordelijkheid voor de deugdelijkheid van de steiger, maar bouwer Hertel, legde hij uit. “Voor ons is het belangrijk dat we daar kunnen komen, waar we moeten zijn“, vertelde hij.

Op 28 september 2003 stortte de 65 meter hoge steiger in. Vijf onderhoudswerkers kwamen om het leven.

Op de regiezitting, vorig jaar oktober, legde officier van justitie H. Donker ontwerper Marc. S., ingenieur van het Belgische steigerbouwbedrijf Albuko, dood door schuld ten laste, alsmede het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel: er vielen in Geertruidenberg drie zwaargewonden. De officier van justitie klaagde ook Albuko, moederbedrijf Hertel en hoofdaannemer CMI aan voor dood door schuld.

Voorzitter Van den Heuvel voorspelde destijds “veel zittingsdagen“, omdat de zaak “technisch en juridisch ingewikkeld“ is. Het worden er zestien - 24 mei volgt de uitspraak. Vandaag zouden, net als gisteren, getuigen worden gehoord.

De eerste getuige, veiligheidskundige J. Huisman, stelde gisteren bij het bekijken van foto's en tekeningen van de steiger “onbegrijpelijke tekortkomingen“ vast. Hij vond de basis van de constructie “smal“ , en verbaasde zich erover dat het bouwwerk (17 bij 17 meter) boven de hoogte van 21 meter nauwelijks was “afgestempeld“ (verankerd) in de wand van de stoomketel.

Hier en daar ontbraken diagonale stangen, ontdekte hij, en het viel hem op dat er materialen waren gebruikt van verschillende merken. Dat zou de kwaliteit van de steiger kunnen verminderen. Hij constateerde ook dat bij de bouw was afgeweken van de tekening, waarna de constructeur een nieuwe veiligheidsberekening had moeten maken. Het gebeurde niet.

Getuige R. van Hoorebeke was enkele dagen vóór het instorten van de steiger in de stoomketel, op verzoek van CMI, vertelde hij gisteren voor de rechtbank. De hoofdaannemer wilde advies van de Belg, eigenaar van een bedrijf gespecialiserd in gritstralen (schoonmaken met grit). Het gritstralen in de Amercentrale, uitgevoerd door Hertel, verliep volgens CMI te traag.

Van Hoorebeke zag dat gritstralers in de Amercentrale op planken stonden en niet op metalen roosters. Dat komt meer voor, want de roosters passen niet altijd, verduidelijkte hij. “Zeker niet als de de steiger niet standaard is.“ Op de planken zag hij “een flinke hoeveelheid zwaar gruis en stof“ liggen. “Ik vond de hoeveelheid niet overmatig“, zei Van Hoorebeke op de vraag of de steiger misschien was overbelast. “Het waren geen bergen. Maar de maximale belasting dreigde“, voegde hij daaraan toe.

“Zou u op zo'n moment doorwerken, zonder het gruis en het stof op te ruimen?“, vroeg een van de rechters. “Allez, nee, die massa moet naar beneden worden geblazen, gezien het grote gewicht, dat is essentieel“, antwoordde de Vlaming. Hij legde de rechtbank uit dat het gruis en het stof, dat na het gritstralen van de wand van de stoomketel op de planken terecht komt, zwaarder is dan het grit.

Van Hoorebeke wist ook op dat er in de Amercentrale “extra zwaar grit“ werd gebruikt. In eerste instantie, verduidelijkte hij, was lichter materiaal onder hoge druk tegen de muren gespoten, maar dat had niet het gewenste effect.