Cursus reflecteren voor olympische coaches

Zelfs bondscoaches kunnen volgens sportkoepel NOC*NSF nog wel wat leren. Dat kan via de cursus Mastercoach. Goed om “naar je eigen werkelijkheid te kijken“.

Wat kan een bondscoach nog leren? Wie in zijn sport de hoogste functie bekleedt, weet toch alles al? Niet volgens sportkoepel NOC*NSF, die voor het vijfde jaar bondscoaches bijspijkerde op een zogenoemde cursus Mastercoach. Volgens de bedenker van de cursus, oud-volleybalcoach Peter Murphy, is het goed dat trainers “naar hun eigen werkelijkheid leren kijken“.

Een opleiding wil Murphy het niet noemen. Daarvoor is “Mastercoach' te weinig gericht op sport. Een reflectie is het volgens de “prestatiemanager' van NOC*NSF evenmin, maar daar komt het wel dicht bij in de buurt. Coaches krijgen tijdens de cursus vooral te maken met zaken als de psyche en leiding geven. Murphy: “Om zich de vraag te stellen of zij zich nog wel bewust zijn van de reacties die ze met hun werkwijze oproepen. Is die nog wel goed? Komt de boodschap nog steeds over? En zo niet, ben ik eventueel bereid tot gedragsverandering? Praktijkproblemen waarvoor wij oplossingen proberen aan te dragen.“

En het werkt, al vijf jaar. Want de bondscoaches die de cursus hebben gevolgd, zeggen er op enigerlei wijze baat bij te hebben gehad. Niet op alle onderdelen, want zo eigenwijs zijn ze ook wel weer, maar door een reeks aan deskundigen lezingen te laten geven werd de cursus als zeer leerzaam ervaren. Dat vindt onder anderen Roelant Oltmans, bondscoach van de mannenhockeyploeg, die al een olympische en wereldtitel op zijn cv heeft staan en als directeur van de voetbalclub NAC ervaring op beleidsniveau heeft opgedaan. Hij was gisteren in Arnhem een van de negen bondscoaches die het certificaat kreeg uitgereikt.

Oltmans vond de cursus nuttig. Hij had vooral belangstelling voor het onderwerp “action type', waar de Franse bedenkers Bertrand Theraulaz en Ralph Hippolyte een lezing over hielden. Action type wil zo veel zeggen als het herkennen van talenten en die functioneel gebruiken. Dat lijkt een basisvoorwaarde om als bondscoach goed te kunnen functioneren, maar in de praktijk blijkt het moeilijk het beste uit sporters te halen en hen ook nog doelmatig te laten samenwerken. Murphy: “Het verhaal van de lamme en de blinde. Hoe komen die samen in Groningen? Juist, door de lamme te laten vertellen hoe de blinde sturen moet.“

Harry Brokking voelde zich in de loop van de cursus allerminst een mastercoach, want hij werd in januari ontslagen als bondscoach van de mannenvolleybalploeg. De ironie wil dat Brokking een half jaar eerder door de volleybalbond (NeVoBo) was voorgedragen om de cursus te volgen. Komende dinsdag staan beide partijen voor de kantonrechter in Amsterdam. “En als ik de NeVoBo mag geloven, krijg ik tijdens de rechtszaak zo veel gebreken te horen, dat ik er niets van kan. Vreemd, want ik vind dat ik een aardige cv kan overleggen.“

Maar ook Brokking realiseert zich dat de NeVoBo hem voor de rechter negatief zal afschilderen om onder een hoge afkoopsom uit te komen. Want het aanbod dat de volleybalbond hem heeft gedaan, vindt Brokking nog steeds een gotspe. “Het was nog net eens de helft van het bedrag dat ik aan drie jaarsalarissen tegoed heb. Ik had het liever onderling opgelost. Nu bestaat het risico van wederzijds moddergooien en daar ben ik noch de NeVoBo bij gebaat. Op zich heeft de bond het recht iemand te ontslaan. Maar handel de zaken dan af als een grote jongen en probeer niet voor een dubbeltje op de eerste rang te zitten. In 1991 ben ik ook ontslagen als bondscoach, maar toen kreeg ik mijn geld en heeft niemand van mij nog een kwaad woord over de NeVoBo gehoord.“

Naast Brokking en Oltmans is de cursus gevolgd door Maarten Arens (judo), Vic Hermans (futsal), Peter Kolder (schaatsen), Rob Ehrens (paardensport), Gert Jan van der Linde (gehandicaptensport), Nelso Saenz (taekwondo) en Jaap Zielhuis (zeilen).

Zij brengen het totaal aantal deelnemers over vijf cursussen op 45. Daarvan zijn er 29 (64 procent) nog werkzaam op het hoogste niveau; de rest is op gestopt of naar het buitenland vertrokken. Van de 45 coaches zijn er 31 werkzaam in olympische sporten en van die groep waren er 23 bij de Olympische Spelen van 2004 in Athene.