Burn-out zie je aankomen

George Klappe onderzocht hoe je psychisch verzuim in een vroeg stadium herkent.

Hoe kom je er achter dat een werknemer de kans loopt op te branden?

George Klappe toetst met een vragenlijst of iemand ‘een negatieve werkbeleving’ heeft. Foto’s Merlin Daleman George Klappe. Waalwijk, 20-03-06 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Eén op de tien werknemers heeft wel eens last van een burn-out. Dat komt neer op 700.000 Nederlanders die zich opgebrand voelen, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Kun je een burn-out zien aankomen, vroeg econoom en loopbaancoach George Klappe (54) zich af. Hij deed de afgelopen twee jaar onderzoek naar mogelijkheden om zogeheten psychisch verzuim in een vroeg stadium te herkennen en ontwikkelde hiervoor een test.

Klappe: “Alle aandacht is gericht op ziek-zijn. Het idee heerst dat iemand die ziek is, teruggebracht moet worden op de arbeidsmarkt. Daar is een hele industrie omheen gebouwd, met allerlei reïntegratiebedrijfjes. Waarom zou je die aandacht niet richten op het voorkomen van verzuim? Psychische ziektes, als burn-outs, zijn hardnekkig en het duurt lang voordat zo iemand echt gereïntegreerd is. Bovendien is het een omvangrijk probleem.“

Voor wie heeft u dit instrument ontwikkeld, werkgevers of werknemers?

“In eerste instantie voor de werknemer. Het doel van het instrument is om tijdig te weten of de werknemer een risicogeval is. Als je namelijk vroeg weet dat je tegen bepaalde problemen aan gaat lopen, kan je er wat aan doen. Als de werkdruk bijvoorbeeld hoog blijkt te zijn, kan je kijken hoe je tijd beter in te delen is. Het instrument is geen doel op zich. Het ultieme doel is het welzijn van de werknemer verbeteren.“

Maar als bedrijven weten welke werknemers een risicogeval zijn, is er dan geen gevaar dat deze werknemers sneller op straat komen te staan?

“Dat risico is er wel. Ik denk dat vooraf afspraken met het bedrijf moeten worden gemaakt over de omgang met werknemers. Het zou garanties moeten geven wat voor hulp zij bieden aan risicovolle werknemers.“

De vragen kunnen met ja of nee beantwoord worden. Dat klinkt nogal zwart-wit. Is het niet moeilijk te bepalen wat je moet invullen?

“De vragenlijsten vullen de werknemers niet alleen in. Ik help ze daarbij. We praten over de vragen om te bepalen of bijvoorbeeld de slaapproblemen regelmatig voorkomen, of af en toe. Als sprake is van het laatste, vult de werknemer “nee' in. Het instrument staat dus niet op zichzelf.“

Is dit instrument geschikt voor elk bedrijf?

“Nee. Het bedrijf moet wel toe zijn aan zo'n onderzoek. Het bedrijf moet een moderne visie hebben over hoe mensen werken in een organisatie. Dat houdt in dat zij willen dat mensen graag werken, dat er ruimte is voor creativiteit en dat werknemers ook in zijn voor buitengewone dingen. Als werknemers enkel de grondstof zijn voor een bedrijf, dan gedijt dit instrument niet.“

Kan iemand sjoemelen met de antwoorden?

“Het tekent zich al snel af of iemand tegen psychische problemen aan loopt. De werknemer in kwestie kan mij bij het invullen van de vragenlijst vijf minuten voor de gek houden, maar langer niet. Ik heb inmiddels heel wat ervaring met psychische klachten en merk al snel aan non-verbale uitingen en tegenstrijdige uitspraken of iemand de waarheid spreekt. Bovendien controleer ik via een na-gesprek met de werknemer of de uitkomst klopt.“

U heeft het instrument getoetst bij een grote Nederlandse bank. Wat waren de resultaten?

“Het was een kleinschalig onderzoek onder 35 mensen. Daarvan bleken zeven personen, dus 20 procent, als risicogeval uit de bus te komen. Bij deze zeven was een duidelijke relatie te zien tussen het aantal klachten en een negatieve werkbeleving. In het na-gesprek gaven ze allemaal aan dat ze het eens waren met de uitslag, ook de risicogevallen. Twee van de zeven hebben inmiddels het bedrijf verlaten en één is langdurig ziek geworden. Mijn aanbeveling was om direct adequaat te handelen bij deze risicogevallen. Het ontdekken is een ding, maar goede en snelle hulpverlening daarna is zeker zo belangrijk.“