Brits proces tegen beramen aanslag

In een rechtbank in Londen is gisteren een proces begonnen tegen zeven Britse mannen van Pakistaanse afkomst, die ervan worden verdacht twee jaar geleden een terroristische aanslag te hebben beraamd.

De politie arresteerde hen in maart 2004 voordat ze hun plannen ten uitvoer konden brengen. De aanslag zou zijn bedoeld als vergelding voor de steun van de Britse regering aan de inval in Irak in 2003.

Volgens de aanklager waren zes van de zeven mannen in het gebruik van explosieven getraind in Pakistan. Twee van hen zouden bovendien tegen Mohammed Babar, een metgezel die inmiddels in de Verenigde Staten gevangen zit, hebben verklaard dat ze voor de “nummer drie' van het terroristische netwerk van Al-Qaeda werkten. Niet nader aangeduid werd wie die nummer drie was. Babar, die al is veroordeeld wegens terroristische activiteiten in New York, zou de leider zijn geweest van de groep.

De jury in de Old Bailey-rechtbank kreeg gisteren verder van de aanklager te horen dat de groep haar oog had laten vallen op pubs, nachtclubs, treinen en energiecentrales als doelwit voor de aanslag. De mannen hadden zich al meester gemaakt van 600 kilo kunstmest met ammonium-nitraat alsook een hoeveelheid aluminiumpoeder. De jongste verdachte, de 18-jarige Shujah Mahmood, had vanuit Pakistan een digitale weegschaal meegenomen, waarmee na menging de verhouding tussen aluminiumpoeder en ammonium-nitraat nauwkeurig kon worden vastgesteld.

De Britse inlichtingendienst MI5 en de politie kregen argwaan tegen de groep. Zij plaatsten in de verblijfplaats van enkele verdachten afluisterapparatuur. In maart 2004, toen volgens de aanklager alleen de keuze van het doelwit voor de aanslag nog niet was gemaakt, volgde de arrestatie van het zevental.

De verdachten ontkennen allen. Het proces zal naar verwachting een half jaar duren.