Wilders wil trots, vrijheid en morele orde

De individualistische Nederlander voelt zich niet meer verantwoordelijk voor de publieke ruimte, zegt Geert Wilders. Maar als de overheid minder doet, zal dat veranderen.

Tweede-Kamerlid Geert Wilders (Groep Wilders) noemt de ideologie van zijn partij 'nieuw realisme'. Wat andere politieke partijen volgens hem onmogelijk noemen - 'Ze steken hun handen in de lucht' - ís niet onmogelijk. Als je bijvoorbeeld artikel 1 van de Grondwet (over gelijke behandeling en non-discriminatie) afschaft, kun je de oprichting van nieuwe islamitische scholen verbieden en immigratie van niet-westerlingen tegenhouden. Wilders: 'Nu kan ik dat niet zeggen.'

Wilders presenteert vandaag het verkiezingsprogramma van zijn Partij voor de Vrijheid. Het heet Klare Wijn en er staat onder meer in dat de belastingen fors omlaag moeten, dat buitenlandse imams een spreekverbod moeten krijgen en dat artikel 1 van de Grondwet kan worden vervangen door een artikel over de dominantie van de joods-christelijke en humanistische traditie en cultuur.

Bij het programma van Wilders hoort een 'Nieuw-Realistische Visie' waarin hij uitlegt waarom het 'pure liberalisme' volgens hem 'gaten vertoont'. Voor Wilders is de campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 2007 nu begonnen en hij vindt dat hij de kiezers moet uitleggen waarom hij ruim twee jaar geleden de fractie van de VVD verliet en alleen verder ging. Dat was niet alleen omdat hij tegen toetreding was van Turkije tot de Europese Unie, zegt hij. 'Sluipenderwijs' werd hij het oneens met de koers van de VVD.

De VVD, vindt Wilders, negeerde het pleidooi van de vroegere leider Bolkestein voor een combinatie van economisch liberalisme en cultureel conservatisme. Daardoor ontstond een gat op rechts. 'De culturele fundamenten zijn de waarden van het gezin, goed onderwijs, fatsoen. Aan het pure liberalisme ontbreekt de moraliteit, de deugdzaamheid.'

In zijn 'Visie' gebruikt Wilders denkers als Alexis de Tocqueville, Francis Fukuyama, Peter Sloterdijk en Bart-Jan Spruyt (die in dienst is van de Stichting Geert Wilders) om aan te tonen dat de uitgangspunten van de Nederlandse liberale samenleving leidden tot decadentie, debilisering en gebrek aan zelfbeheersing. In een egalitaire samenleving, schrijft Wilders, ligt alles voor iedereen open. 'Om die reden zijn veel mensen vooral met hun eigen nut en voordeel bezig. Deze individualistische gerichtheid op het eigen leventje en welzijn heeft als ongewenst effect dat velen steeds minder verantwoordelijkheid voor de publieke ruimte accepteren.' De staat trekt 'met een zekere gretigheid' taken en verantwoordelijkheden naar zich toe.

Het burgerschap en de burgerlijke deugden van Wilders moeten gericht zijn op 'het aanleren van vrijheid in gebondenheid aan een morele, innerlijke orde'. Wilders geeft meteen toe dat 'de politiek' daarin een beperkte rol heeft. Maar als de belastingen omlaag gaan en de overheid krimpt, worden de koopkracht én de eigen verantwoordelijkheid volgens Wilders groter. In het onderwijs zal het moeten gaan om 'herstel van het curriculum', waardoor studenten niet verrast opkijken als een hoogleraar 'onthult' dat er niet alleen een Tweede, maar ook een Eerste Wereldoorlog was.

Het belangrijkste doel van Wilders is dat Nederlanders weer trots worden op hun cultuur. 'Die moet dominant zijn. Daarmee bedoel ik wat de Duitsers Leitkultur noemen. Andere culturen zijn welkom, maar ik wil niet in een land wonen waar een stad of een wijk in meerderheid islamitisch is. Ik heb een broertje dood aan cultuurrelativisme. We moeten niet doen alsof de waarden van andere culturen net zo goed zijn als de onze.'

    • Petra de Koning