Wachten op de regering die alles oplost

Drie jaar na het begin van de buitenlandse invasie hebben de Irakezen weinig te vieren.

Dagelijks worden tientallen mensen omgebracht omdat ze sunniet of shi'iet zijn.

Een bloedplas in het centrum van Bagdad na een bomexplosie. IRAQ, Baghdad. A bomb explodes in Nidal Street in central Baghdad, killing a cigarette vendor who had a stand next to the road. December 2003. Magnum

Iraakse ballingen hadden voorspeld dat de Iraakse bevolking met bloemen in de hand klaar zou staan om de Amerikaans-Britse invasiemacht te verwelkomen. En daarna zou democratie uitbreken en zich verspreiden over het hele onvrije Midden-Oosten. Inderdaad zijn in Irak sindsdien verscheidene malen vrije verkiezingen gehouden. Maar dezer dagen gaat de discussie toch vooral over de vraag of het al dan niet burgeroorlog is.

'We verliezen elke dag gemiddeld vijftig tot zestig mensen in het land, als het niet meer is', zei ex-premier Iyad Allawi zondag in een vraaggesprek met de BBC. 'Als dat geen burgeroorlog is, dan weet alleen god wat burgeroorlog is.' De Britse minister van Defensie John Reid verwoordde de opstelling van Amerikaanse en Britse leiders met de uitspraak dat 'er nu geen burgeroorlog is in Irak, en dat die ook niet op uitbreken staat'. Ook de Iraakse president Jalal Talabani zei dat 'de dreiging van een burgeroorlog volstrekt kan worden uitgesloten'.

Drie jaar geleden begon de Amerikaans-Britse invasie die een eind maakte aan 24 jaar dictatuur van Saddam Hussein. Behalve diens omverwerping valt er voor de Irakezen weinig te vieren. Niet alleen wegens de steeds nog toenemende onveiligheid. De olie-export is onder het niveau van vóór de oorlog (sabotage en plundering), de stroomvoorziening is nog steeds niet op het vooroorlogse peil (sabotage en plundering) en dat geldt ook drinkwater en riolering. Intussen zijn de shi'ieten, Koerden, sunnieten en seculieren nu al meer dan drie maanden aan het ruziën over de vorming van een nieuwe regering van nationale eenheid die alles gaat oplossen. Ieders uitgangspunt is het belang van de eigen gemeenschap.

De discussie over al dan niet burgeroorlog is hoofdzakelijk een politieke woordenoorlog. Allawi, een seculiere shi'iet die tot mei 2004 premier was, betoogt ermee dat de fundamentalistische shi'ieten die hem opvolgden, de boel hebben verziekt. Onder hun bewind hebben shi'itische strijdgroepen immers de politiecommando's geïnfiltreerd die nu tevens als moordeskaders op sunnieten wraak nemen voor de sunnitische terreur. De Amerikaanse en Britse autoriteiten die onderstrepen dat het geen burgeroorlog is en dat het zo goed gaat met de ontwikkeling van het Iraakse leger, spreken bezweringsformules uit. Het leger is namelijk óók een van de problemen van vandaag - voornamelijk uit Koerden en alweer shi'ieten opgebouwd en diep gewantrouwd door de sunnieten. En president Talabani waarschuwde twee weken geleden nog dat 'we allemaal hand in hand moeten staan om het gevaar van burgeroorlog te voorkomen'.

De feiten zijn dat er dagelijks tientallen mensen worden vermoord alleen omdat ze sunniet of shi'iet zijn. Sunnitische opstandelingen blazen burgers en leden van veiligheidsdiensten op of schieten ze dood, en shi'itische milities, al dan niet in dienst van de politie, moorden erop los. Zondag werden zeker 35 doden gemeld; gisteren werden in de hoofdstad Bagdad zeker tien lijken gevonden, de handen gebonden en met kogels doorzeefd. Onder de lijken was dat van een 13-jarig meisje. Vaak vertonen de lijken sporen van marteling; een nieuwe trend is dat de slachtoffers door ophanging om het leven zijn gekomen of zijn gewurgd.

De schendingen van de mensenrechten zijn nu even erg als ze onder Saddam Hussein waren, zei begin deze maand de zo juist vertrokken directeur van het mensenrechtenbureau van de Verenigde Naties in Irak, John Pace. 'Onder Saddam was je fysiek min of meer oké als je ermee instemde af te zien van je fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting en gedachte', zei Pace na een verblijf van twee jaar in Irak. 'Maar nu niet. Er is een primitieve, chaotische situatie waarin iedereen alles tegen iedereen kan doen.' Pace placht eenmaal het lijkenhuis van Bagdad te bezoeken: driekwart van de honderden doden die daar elke maand worden binnengebracht krijgt 'kogelwond' als doodsoorzaak mee. Maar 'bijna allemaal waren ze geëxecuteerd en gefolterd'.

De wortels van veel problemen liggen al helemaal in de begintijd, drie jaar geleden: het tekort aan Amerikaanse militairen om na de snelle zegetocht massale plunderingen te voorkomen; later het ontslag van het hele Iraakse leger waardoor er honderdduizenden boze, gewapende ex-militairen waren en geen leger; het haast ongemoeid laten van Saddams fedayeen, guerrilla-eenheden die vervolgens als opstandeling aan de gang gingen. In mei noemde de Britse ambtenaar John Sawers in een memo aan premier Blair het Amerikaanse bezettingsbestuur van Jay Garner 'een ongelooflijke zooi', zoals blijkt uit een zojuist gepubliceerd boek over Irak van New York Times-journalist Michael Gordon en de gepensioneerde Amerikaanse generaal Bernard Trainor. 'Geen leiderschap, geen strategie, geen coördinatie, geen structuur en ontoegankelijk voor gewone Irakezen', schreef Sawers.

Kanan Makiya was de Iraakse balling die president Bush indertijd voorspelde dat het Iraakse volk 'de troepen met snoep en bloemen zou begroeten'. Zondag werd hij geïnterviewd door The Washington Post. Bent u teleurgesteld? vraagt de krant hem. Ja', erkent hij. 'Er is geen twijfel aan. Ik ben bedroefd. Ik ben heel bedroefd.'

Foto's met de klok mee:

Vrouwen en kinderen in Tikrit kijken op naar een Amerikaanse soldaat.

Een oliepijpleiding net buiten Bagdad, door rebellen in brand gestoken.

Een bloedplas in het centrum van Bagdad na een bomexplosie.

Voor zijn foto's 'Why Mister Why, Iraq 2003-2004', kreeg de Nederlandse fotograaf Geert van Kesteren de Kees Schererprijs 2005. Zie www.whymisterwhy.com.

Ruim 30.000 burgerdoden in Irak sinds de Amerikaanse inval in 2003. De telling wordt bijgehouden op www. iraqbodycount.org/database