Vic van de Reijt eert het aandachtige lied

Ter ere van de Boekenweek huurde uitgever en bloemlezer Vic van de Reijt gisteravond het Amsterdamse Carré af voor 'Op het Pluche: De avond van het Nederlandse lied'.

Vic van de Reijt en Wende Snijders op 'De avond van het Nederlandse lied', gisteravond in Carré Foto Bob Bronshoff Bronshoff, Bob

'Vic, je zou niet zingen,' sprak Mieke van der Weij gisteravond streng tegen medepresentator Vic van de Reijt, toen die zachtjes begon mee te lallen met Aan de Amsterdamse grachten, de instrumentale opening van Op het Pluche: De avond van het Nederlandse lied in Amsterdam.

Toen uitgever Van de Reijt (Nijgh & van Ditmar) hoorde dat het thema van deze Boekenweek 'Muziek en Literatuur' zou zijn, belde hij meteen met Carré om het theater een avond af te huren. Van de Reijt heeft zelf een reeks bloemlezingen van Nederlandse liederen samengesteld. Niet voor niets wordt hij 'de Gerrit Komrij van het Nederlandse lied' genoemd. Eerder organiseerde hij avonden van het Nederlandse lied (en van het Franse, Duitse en 'Surivlaamse' lied) in Paradiso. Deze waren echter meer op de populaire meezingers gericht. In Carré wilde hij een ode brengen aan het aandachtige lied, in het bijzonder aan de lieddichters van wie hij zelf teksten uitgeeft in de befaamde Pluche-reeks: Eli Asser, Jules de Corte, Drs. P. en andere groten. Volgende maand volgt het nieuwste deel, met werk van Wim Sonneveld.

Het nachtclubdecor van de musical Cabaret, die momenteel in Carré speelt, gaf de avond een pasklare sfeervolle aankleding. Van der Weij en Van de Reijt zijn niet de meest professionele presentatoren van het land, wat de avond een wat rommelig aanzien gaf, maar zij compenseerden dit met charme, enthousiasme en humor. 'Ik voel me net op Rai Uno' zei Van de Reijt toen hij naast de föhnblonde Van der Weij stond, die in haar rode jurk turvenhoog boven hem uitstak. Ongeveer alle zangeressen hadden overigens ook een rode jurk aangetrokken.

Niet alle zangers waren in staat om Carré te vullen met hun stem. De artiesten die eigen repertoire brachten, als Huub van der Lubbe en Alex Roeka, waren duidelijk in het voordeel. Astrid Nijgh gooide moeiteloos nog een keertje Ik doe wat ik doe eruit; het door haar ex-man Lennart Nijgh geschreven hoerenlied. Hans Dorresteijn was het grootste lachsucces met zijn hekeldicht Sjaggerijnige wijven. Ernst Jansz zong het nieuwe lied Alice, een tragisch vervolg op Dansen met Alice dat hij zesentwintig jaar geleden bij Doe Maar zong.

Daniël Lohues van Blöf speelde een vertederende schooljongen in Verliefd op juffrouw Van Dam van Huub Janssen (hier abusievelijk toegeschreven aan Annie M.G. Schmidt), met een mooi bijrolletje van Van der Weij als juf.

Na zijn duet met Marjolein Meijers leverde Jan Rot op verzoek nog een outtake uit zijn vrijmoedige vertaling van Bachs Mattheüs Passie (Van der Weij: 'Zit de Bijbel ook al in de Pluche Reeks?') Om te bewijzen dat 'onze God wel tegen een stootje' kan, brachten Ivo de Wijs en Pieter Nieuwints voorts De Evangelische Potpourri, een geheim nummer van Jules de Corte waarin hij Jezus aan het kruis bespot in allerlei varianten op bekende carnavalsnummers.

Chansonnière Wende Snijders kreeg Carré aan haar voeten met Delfzijl (Vesoul), een razendsnelle opsomming van plaatsnamen van Jacques Brel in de vrije vertaling van Ivo de Wijs. Zij kreeg echter geduchte concurrentie van Wilma Bakker die Jef van Brel zong, in de vertaling van Ivan Heylen: 'Kom, veeg het snot uit je baard en ga mee/ Ga mee!/ Een kerel zoals gij/ met ballen aan zijn lijf/ die huilt toch niet op straat om een, om een verloren wijf.'

Afgezien van de wederopstanding van cabaretgroep Don Quishocking, die 'de generatiekloof' voor ons uitlegde, was het hoogtepunt van de avond Raymond van het Groenewoud die Twee meisjes zong, een teder gedicht over de mannelijke melancholie op een zomerstrand. Op aandringen van Van der Wij voegde hij hier nog zijn gospelhit Liefde voor muziek aan toe. Bijna kreeg hij de zaal aan het dansen.

Rectificatie / Gerectificeerd

Daniël Lohues wordt in het artikel Vic van de Reijt eert het aandachtige lied (21 maart, pagina 9) zanger van Blöf genoemd. Lohues zingt niet bij Bløf, maar bij Skik. 'De Evangelische potpourri' is niet van Jules de Corte, maar van Drs. P.